Bij iemand van 20 jaar is het gehoorkapitaal nog uitstekend. Vanaf 35 jaar begint er sleet op te komen. Doorgaans stapt men tussen 45 en 50 jaar voor het eerst met gehoorproblemen naar de dokter, wanneer presbyacusis of ouderdomsslechthorendheid hinderlijk wordt in het dagelijkse leven. Maar wellicht zullen de jongeren van vandaag - de iPod generatie - al rond 35-40 jaar bij de kno-arts te rade moeten", zegt dr. Jean-Marc Gérard, hoofd van de dienst otologie van de Cliniques Universitaires Saint-Luc in Brussel.
...

Bij iemand van 20 jaar is het gehoorkapitaal nog uitstekend. Vanaf 35 jaar begint er sleet op te komen. Doorgaans stapt men tussen 45 en 50 jaar voor het eerst met gehoorproblemen naar de dokter, wanneer presbyacusis of ouderdomsslechthorendheid hinderlijk wordt in het dagelijkse leven. Maar wellicht zullen de jongeren van vandaag - de iPod generatie - al rond 35-40 jaar bij de kno-arts te rade moeten", zegt dr. Jean-Marc Gérard, hoofd van de dienst otologie van de Cliniques Universitaires Saint-Luc in Brussel. De natuurlijke veroudering van ons gehoor verloopt geleidelijk, al gaat het bij de ene al wat sneller dan bij de andere. Het fenomeen lijkt op waarnemingsdoofheid en is te wijten aan de geleidelijke degeneratie van de haarcellen in het slakkenhuis (die het geluid opvangen). Ouderdomsslechthorendheid begint meestal met het wegvallen van de hoge tonen. En net die zijn het nuttigst om anderen te verstaan in een lawaaierige omgeving. Naast het verouderingsproces zijn er nog andere oorzaken. Sommige vormen van 'ototoxische' doofheid zijn te wijten aan geneesmiddelen (bepaalde antibiotica, kankerbestrijdende middelen), of aan infecties, trauma's, tumoren van de gehoorzenuw... En de genen spelen mee. Wie donker haar en donkere ogen heeft en dus veel melanine aanmaakt, kan beter tegen lawaai dan wie blond is met blauwe ogen. Ook hoge bloeddruk, te veel cholesterol en diabetes doen de gevoeligheid voor geluid stijgen. En een gevoelig oor veroudert sneller bij dezelfde geluidsvervuiling. Momenteel biedt enkel een gehoorprothese (op doktersvoorschrift) uitkomst bij hardhorendheid. "De hoorapparaten worden almaar efficiënter. En dus stelt men makkelijk deze oplossing voor", constateert dr. Jean-Marc Gérard. "Anderzijds weten we dat bij ouderdomsslechthorendheid het oor in goede omstandigheden ( niet in een lawaaierige omgeving) stimuleren ervoor zorgt dat het gehoor langer meegaat." Wanneer het dan tijd is voor een hoorapparaat? "In de praktijk wegen wij de voor- en de nadelen af: een prothese veroorzaakt toch wel wat ongemakken en is dus niet interessant als de patiënt er nauwelijks beter door hoort. Wij adviseren een hoorapparaat dus vooral aan patiënten die zo hardhorend zijn dat ze er in het dagelijkse leven en/of bij de uitoefening van hun beroep hinder van ondervinden." Vorsers onderzoeken ook of het mogelijk is om via celtherapie de gehoorcellen te laten terug groeien of de verbinding tussen die cellen en de gehoorzenuw te herstellen. Maar de vorderingen gaan sowieso te traag voor wie almaar meer moeite heeft om zijn omgeving te begrijpen. In de handel zijn tal van hulpmiddelen verkrijgbaar om in het oor te plaatsen. In minder dan tien jaar tijd zijn die toestelletjes enorm verbeterd: ze zijn een pak kleiner dan vroeger en dankzij spitstechnologie verwerken ze veel beter het geluid en geven ze het beter weer. Nu zijn hoorapparaten in staat om bepaalde luistersituaties te herkennen, sommige stemmen luider te laten doorklinken, enz. En toch zijn ze niet erg geliefd. Gebruikers klagen over gefluit, occlusie van de gehoorgang, slecht horen in een lawaaierige omgeving en het niet kunnen inzetten van het toestel bij dermatitis of chronische oorontsteking. Toch staan niet zozeer die ongemakken die hardhorige mensen tegen. "Ze willen vooral geen extern hoorapparaat omdat het zichtbaar is en geassocieerd wordt met een handicap of ouderdom." Ook de prijs blijft een hinderpaal. Uit een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg - uit 2008 maar nog altijd actueel - blijkt dat in België circa 700.000 mensen kampen met gehoorproblemen (zo'n 50 % van de 60- en 80 % van de 70-plussers). Toch worden elk jaar maar 25.000 hoorapparaten verkocht. Het Kenniscentrum concludeert dat van alle Belgen die een apparaat nodig hebben, er weinig één kopen. Wie dat toch doet, koopt vaak een duurdere prothese dan nodig. Bovendien zijn ze in België duurder dan in het buitenland. De prijzen gaan van euro 650 tot euro 2.500 (per oor). Maar de ziekteverzekering betaalt om de vijf jaar maximaal euro 639,86 terug voor een mono- (één oor) en euro 1.266,52 voor een stereofonisch toestel (beide oren). De gehoortesten en de afstelling door de verkoper zijn daarin inbegrepen. Het toestel wordt enkel terugbetaald als het voorgeschreven wordt door een kno-arts (na gehoortesten). Bovendien moet de patiënt het toestel bij een geconventioneerde audioloog kopen. "Doorgaans krijgt u waar voor uw geld. Duurdere protheses zijn meestal efficiënter en esthetischer. Maar er zijn ook goede tegen terugbetalingsprijs en niet iedereen heeft een geavanceerd toestel nodig. De eisen liggen hoger bij iemand die het voor zijn beroep nodig heeft dan voor wie het wil om televisie te kijken." Bij eenvoudige toestellen gaan de batterijen 4 tot 5 dagen mee, bij energiezuinige tot twee weken. Ze kosten euro 4 tot euro 7 per stuk, dus zo'n euro 500 per jaar, niet terugbetaald."Een cochleair implantaat is een optie wanneer een klassiek hoorapparaat nog nauwelijks gehoorwinst oplevert", legt dr. Gérard uit. "Helaas worden wij vaak geconfronteerd met te strikte terugbetalingscriteria en moeten patiënten met problemen jaren wachten alvorens ze een implantaat kunnen krijgen. Nochtans leveren dergelijke protheses uitstekende resultaten op bij patiënten met ernstige doofheid en hebben ze grote voordelen op lange termijn. Al was het maar omdat mensen hun beroep kunnen blijven uitoefenen." In België vond de eerste cochleaire implantatie plaats in september 1984. Vandaag duurt de ingreep in daghospitalisatie en duurt ze nog slechts een uur. Een cochleair implantaat zet het geluid om in elektrische prikkels die worden overgebracht op de gehoorzenuw in het slakkenhuis ( cochlea). Hoewel deze implantaten almaar meer geperfectioneerd worden, zijn ze nooit helemaal onzichtbaar. Ze bestaan uit een inwendige ontvanger (onzichtbaar want ingeplant) en een uitwendig gedeelte dat vaak verborgen zit onder het haar of achter de oorschelp. Bij dove kinderen wordt vaak een cochleair implantaat geplaatst maar volwassenen lijken nog niet overtuigd van deze techniek (slechts 10 tot 15 % kiest ervoor). Wellicht is dat te wijten aan een gebrek aan informatie. "In ons land worden jaarlijks 300 tot 400 cochleaire implantaten geplaatst bij volwassenen. Slechts 10 % van de oudere patiënten die er baat bij hebben, kiest zo'n implantaat. Vaak bij gebrek aan informatie. Jammer, want de ingreep is in 90 % van de gevallen een succes en is ook haalbaar bij mensen boven 85 jaar. Uiteraard vraagt de techniek wat afstelling en training maar het resultaat loont echt de moeite: patiënten hebben opnieuw een sociaal leven, kunnen weer communiceren met hun omgeving en lijden minder onder de stilte en de eenzaamheid. Eigenlijk maken we ze 20 tot 30 jaar jonger!" Een cochleair implantaat kost euro 20.000 euro. Het Riziv betaalt er één terug bij volwassenen en twee bij kinderen, als het gehoorverlies aan beide oren minstens 85 dB bedraagt (inlichtingen bij uw ziekenfonds).Het middenoorimplantaat is geheel implanteerbaar en luidt een nieuw concept in: "Deze techniek maakt gebruikt van de anatomie van de oorschelp, de gehoorgang, de trommelvliezen en de gehoorbeentjes", zet dr. Jean-Marc Gérard uiteen. "Het geluid doet het trommelvlies en de gehoorbeentjes op een normale manier trillen. Op het aambeeld (het tweede gehoorbeentje) bevestigen wij een sensor die dit mechanische signaal omzet in een elektrisch signaal dat naar een audioprocessor wordt gezonden die we onder huid achter de oorschelp plaatsen. De audioprocessor zet de elektrische signalen opnieuw om in mechanische trillingen die worden doorgegeven aan de stijgbeugel om het binnenoor intenser te stimuleren. Eigenlijk gebruiken we de beste microfoon die er bestaat: het eigen oor!" Een middenoorimplantaat is aangewezen bij matige tot ernstige doofheid (30 tot 80 dB gehoorverlies). "De patiënten zeggen even goed of beter te horen dan met een klassiek hoorapparaat en blijken minder last te hebben van het Larsen-effect (hinderlijke fluit- en pieptonen bij hoorapparaten)", aldus nog dr. Gérard. Ze stellen ook de natuurlijke klank en de esthetische voordelen (niemand kan het hoorapparaat zien) op prijs. Al hebben ze toch vooral de mond vol van de praktische pluspunten: met een middenoorimplantaat kan je sporten (zelfs watersporten zijn geen probleem), normaal gsm'en en douchen. Je hoort meteen goed bij het ontwaken zonder dat je aan een hoorapparaat moet prutsen. Een nadeel is dat voor het middenoorimplantaat een volledige verdoving nodig is. "Het betreft om een precieze en vrij lang - 4 tot 5 uur - ingreep omdat het implantaat tijdens de operatie uitvoerig wordt getest", aldus nog dr. Gérard. Net daarom opereert hij in team met dr. Marie-Paule Thill, van de dienst otologie en otoneurochirurgie van het Brusselse UMC Sint-Pieter. "De mogelijke complicaties zijn dezelfde als bij andere implantaten: problemen met littekenvorming of een allergische reactie." Door de ingreep verbetert het gehoor "alsof er een grote oordop uit het oor werd gehaald!". In een rustige maar vooral in een lawaaierige omgeving worden de geluiden beter waargenomen. Logisch, aangezien niet de geluiden maar de beweging van de gehoorbeentjes wordt versterkt." Dit implantaat vergt geen dagelijks onderhoud, de batterij gaat 4,5 tot 9 jaar mee en wordt onder plaatselijke verdoving vervangen. Dat de batterij zo lang meegaat, komt om de patiënt het toestel kan uitschakelen via een afstandsbediening, bijvoorbeeld 's nachts. Honderd procent van de patiënten zou opnieuw voor een middenoorimplantaat kiezen. "Allemaal hadden ze eerdere ervaringen met andere hoorapparaten", stipt dr. Marie-Paule Thill aan. Al heeft een middenoorimplantaat ook een minpunt: wanneer de batterij uitgeschakeld is, is men dover dan ooit tevoren. euro 13.000 euro (en niet terugbetaald door de ziekteverzekering). Michèle RagerIn 2030 zullen 1.000.000 Belgen een gehoorhulpmiddel nodig hebben