Of en hoe goed iemand beschermd is bij een eventueel overlijden in een nieuwsamengesteld gezin, hangt af van de samenwoningsvorm. Zijn de (nieuwe) partners gehuwd? Of wonen ze samen? En doen ze dat wettelijk of feitelijk?
...

Of en hoe goed iemand beschermd is bij een eventueel overlijden in een nieuwsamengesteld gezin, hangt af van de samenwoningsvorm. Zijn de (nieuwe) partners gehuwd? Of wonen ze samen? En doen ze dat wettelijk of feitelijk? Als de partners gehuwd zijn met elkaar, is de langstlevende doorgaans goed beschermd. Hij (zij) krijgt dan het vruchtgebruik op de nalatenschap. Zelfs als hij (zij) later naar een home of serviceflat moet en de gezinswoning niet meer kan bewonen, kan hij (zij) ze bijvoorbeeld verhuren om de serviceflat te betalen. Uiteraard kunnen beide partners ook een testament of huwelijkscontract opmaken om elkaar meer te geven dan wat de wet voorziet. Let op! Hier is een verschil met een gezin waarbij er nog geen kinderen uit een vorige relatie zijn. Daar kunnen ouders elkaar de volle eigendom van de gemeenschap nalaten. De kinderen erven dan pas nadat de tweede ouder overleden is. De reserve van de kinderen (het deel waar ze minimaal recht op hebben) wordt door het huwelijkscontract tijdelijk buitenspel gezet. Hij speelt pas bij het tweede overlijden. Zijn er kinderen uit een vorige relatie, dan moet er altijd rekening gehouden worden met de wettelijke reserve van de kinderen. Elk kind heeft immers recht op een minimum. Bij 1 kind is dat 1/2de, bij 2 kinderen hebben ze samen recht op 2/3de, bij 3 of meer op 3/4de . In ons voorbeeld... zijn Jan en Ann gehuwd. Als ze een huwelijkscontract maken, kunnen zij elkaar niet de volle eigendom van het gemeenschappelijke vermogen toekennen maar moeten zij rekening houden met de reserve van de kinderen. Bij Jan is de situatie: hij heeft 2 kinderen (Pieter en Simon), die samen 2/3de reserve hebben. Hij kan in een huwelijkscontract dus maximaal 1/3de in volle eigendom toekennen aan Ann. Bij Ann: zij heeft 2 kinderen (Els en Pieter), die samen 2/3de reserve hebben. Ook zij kan in een huwelijkscontract dus slechts 1/3de in volle eigendom toekennen aan Jan. Wonen de partners samen (zonder gehuwd te zijn) dan is er enkel een beperkt erfrecht voorzien voor wettelijk samenwonenden, m.a.w. voor samenwonenden die een verklaring hebben afgelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Feitelijk samenwonenden erven niet automatisch van elkaar, zij kunnen een testament opmaken om daarvoor te zorgen. Houd er wel rekening mee dat dit wettelijke erfrecht voor de langstlevende partner (bij wettelijke samenwoning) beperkt is tot het vrucht-gebruik op het aandeel in de gezinswoning en de inboedel. De blote eigendom ervan en ook al de andere bezittingen gaan naar de kinderen. De partners kunnen dit beperkte erfrecht wel uitbreiden door een testament te maken - zo kunnen ze bijvoorbeeld de volle eigendom van de woning aan de langstlevende partner toekennen - maar er zijn beperkingen omwille van de wettelijke reserve van de kinderen. Let op! Dit erfrecht verdwijnt vanaf het moment dat de samenwoning stopt. Het volstaat dat één van de partners door een eenzijdige verklaring op het gemeentehuis de wettelijke samenwoning onmiddellijk be-eindigt. En, last but not least: het erfrecht tussen wettelijk samenwonenden is niet reservatair. Dit wil zeggen dat elke partner een testament kan opmaken waarbij hij de andere volledig onterft. In de praktijk stellen we vast dat een goede bescherming voor de langstlevende bij samenwoners in eerste instantie inhoudt dat hij of zij woonzekerheid heeft. Samenwoners nemen vaak hun toevlucht tot de zogenaamde tontine (of, juridisch correcter: een beding van aanwas). Bij het overlijden van de eerststervende valt de gezinswoning niet in de nalatenschap. Er moet geen rekening gehouden worden met de reserves van de kinderen en er hoeven ook geen successierechten betaald te worden. De overlevende partner moet alleen maar registratierechten betalen op het deel van de overleden partner: 10 % (in Vlaanderen) of 12,5 % (in Brussel en Wallonië). Let op! Houd er rekening mee dat het kind van de eerststervende door het beding van aanwas onterfd kan worden. Stel bijvoorbeeld dat Jan als eerste overlijdt. Het huis gaat dan, door de tontine, volledig naar Ann. Als Ann nadien sterft, erven enkel haar eigen kinderen. Simon, het kind uit Jans eerste relatie, erft dus niets van de woning. Als u deze situatie wilt vermijden, kunt u beter een testament maken en de gezinswoning in vruchtgebruik nalaten aan de langstlevende. Dat is doorgaans ook goedkoper. Met een tontine kan een kind uit een vorige relatie onterfd worden.