Ik zal op de Gendarmenmarkt staan", heeft Thomas aan de telefoon gezegd, "je zult me wel zien". En dat is geen leugen. Natuurlijk valt zo'n Trabi onmiddelijk op tussen de nieuwe Mercedessen en BMW's die hier rondtoeren. Een lichtblauw autootje van een voorschoot groot, en beschilderd met rode letters. Bovendien knettert de motor als een ouwe scooter. Ik kruip met moeite voorin het lage autootje. Achterin kunnen nog twee passagiers, maar dan wel magere mensjes. De auto is een model uit 1990. De firma heeft er enkel een stereoradio in geplaatst. "Roesten doet hij niet", zegt Thomas. "Hij is gemaakt van een soort hard plastic." Geef toe: in een gemotoriseerde plastic doos door Berlijn toeren, het is 's wat anders.
...

Ik zal op de Gendarmenmarkt staan", heeft Thomas aan de telefoon gezegd, "je zult me wel zien". En dat is geen leugen. Natuurlijk valt zo'n Trabi onmiddelijk op tussen de nieuwe Mercedessen en BMW's die hier rondtoeren. Een lichtblauw autootje van een voorschoot groot, en beschilderd met rode letters. Bovendien knettert de motor als een ouwe scooter. Ik kruip met moeite voorin het lage autootje. Achterin kunnen nog twee passagiers, maar dan wel magere mensjes. De auto is een model uit 1990. De firma heeft er enkel een stereoradio in geplaatst. "Roesten doet hij niet", zegt Thomas. "Hij is gemaakt van een soort hard plastic." Geef toe: in een gemotoriseerde plastic doos door Berlijn toeren, het is 's wat anders. We stoppen aan het sjieke Adlon-hotel aan Unter den Linden. Dit was de geliefde Berlijnse pleisterplaats voor de beau monde van de vorige eeuw. Albert Einstein, Charlie Chaplin, Greta Garbo en schrijver Thomas Mann zijn maar enkele beroemde gasten. Het hotel overleefde de Tweede Wereldoorlog net niet. Op 2 mei 1945 brak er een brand uit maar na de oorlog werd het heropgebouwd, en nu kun je opnieuw in de grote hal bij een kopje koffie van de unieke luxesfeer proeven. Even later rijden we verder langs de Reichstag, met de gloednieuwe koepel van architect Norman Foster, waar een ellenlange rij bezoekers staat aan te schuiven. En langs het al even nieuwe Jüdisches Museum in de Lindenstrasse, een ontwerp van Daniel Liebeskind, de architect die onlangs naar New York verhuisde voor het bouwproject ter vervanging van de verdwenen torens van het World Trade Center. In de Oranienburgerstrasse valt de gouden koepel van de Neue Synagoge al van ver op, een schitterend gebouw in donkerrode steen. Deze synagoge werd op Kristallnacht, 9 november 1938, door de nazi's in brand gestoken. Nu is het opnieuw het centrum van Joods Berlijn. Thomas stelt voor langs de restanten van de muur te rijden, de zogenaamde East Side Gallery aan de Muhlenstrasse, 1300 meter van de authentieke Berlijnse muur die gespaard bleven na de val zodat we ons nog een idee kunnen vormen van wat de muur ooit is geweest. Kunstenaars uit 21 landen hebben erop mogen schilderen: een kopie van onze Trabant, een zwevend koppeltje met grote, kleurige vleugels. Op een zwarte ondergrond staat 'Laura, io ti amo' geschreven. Een smachtende boodschap van een zekere Andrey. Laten we hopen dat er iets moois is gegroeid tussen die twee. We rijden verder richting het vroegere Oost-Berlijn. De hele tijd hebben we de zendtoren van de gewezen staatstelevisie in het vizier, een spoetnikachtig geval op een hoge poot. Als de zon schijnt maakt de weerkaatsing een lichtvlek in kruisvorm op de metalen bol. "Toen het hier nog de Duitse Democratische Republiek was", lacht Thomas, "noemden de mensen dit verschijnsel de wraak van de paus!" Onze volgende halte is de vroegere Stalinallee, een soort communistisch woonparadijs voor arbeiders. Nu is de weg omgedoopt tot Karl-Marx-Allee. "Het grote Stalin-beeld dat hier stond is neergehaald", zegt Thomas. "Alleen één bronzen oor en de snor zijn bewaard gebleven." Deze twee 'relieken' van de gewezen Sovjetleider kun je bewonderen in het Café Sybille, aan de Karl-Marx-Allee nummer 72, waar ze veilig achter glas liggen. Het originele oor is een tijdje terug gestolen, dus liet de café-uitbater een kopie maken. Maar de snor is wél de echte. 's Avonds wandelen we voorbij Checkpoint Charlie, zonder twijfel de bekendste grensovergang uit de DDR-tijd. Ooit wisselden de Amerikanen en de Russen hier hun spionnen uit, maar de poorten en de prikkeldraad zijn al lang verdwenen. De grenswacht die van acht meter hoogte op je neerkijkt, vanop zijn verlicht paneel, denkt er het zijne van. n A Tekst en foto's: Ingrid Hannes