Honderden Masai in karakteristieke rode gewaden kijken ons nieuwsgierig aan terwijl we in een gammele jeep de stoffige wegen ten westen van Arusha trotseren. Zowel de mannen als de vrouwen zijn kaal geschoren en dragen grote sieraden aan de oren. Ze staan langs de weg of begeleiden een kudde. Sommige Masai gaan honderden kilometers verderop vee kopen en begeleiden de kudde te voet naar Arusha, om ze daar voor een kleine meerprijs te verkopen. We beseffen meteen dat in Tanzania de struggle for life nog een concrete, dagelijkse betekenis heeft.
...

Honderden Masai in karakteristieke rode gewaden kijken ons nieuwsgierig aan terwijl we in een gammele jeep de stoffige wegen ten westen van Arusha trotseren. Zowel de mannen als de vrouwen zijn kaal geschoren en dragen grote sieraden aan de oren. Ze staan langs de weg of begeleiden een kudde. Sommige Masai gaan honderden kilometers verderop vee kopen en begeleiden de kudde te voet naar Arusha, om ze daar voor een kleine meerprijs te verkopen. We beseffen meteen dat in Tanzania de struggle for life nog een concrete, dagelijkse betekenis heeft. We naderen Lake Manyara National Park, een groene oase in de dorre steppe. Bovenop een heuvel ligt de lodge waar we de nacht zullen doorbrengen en van waaruit we een schitterend panorama hebben over het immense park, al valt de duisternis in Afrika snel, als een deken dat plots over de natuur wordt gegooid. Maar wie denkt dat bij een Afrikaans landschap ook een eindeloze stilte hoort, vergeet dat dieren even luidruchtig kunnen zijn als mensen. Vanop het terras van onze kamer horen we een onrustwekkend kabaal opstijgen. Een niet-aflatende kakofonie van honderden vogels, padden en krekels, kriskras door elkaar. Plus, plots, een akelige schreeuw: een slachtoffer van een roofdier wellicht. 's Anderendaags blijkt dat dit het gehuil van een hyena moet geweest zijn. In Lake Manyara National Park zijn 250 olifanten geteld, maar tijdens onze eerste ochtendrit blijken de meeste dieren nog niet uit de veren. Dan maar genieten van de indrukwekkende boabab. De Afrikanen noemen hem de upside down tree omdat het lijkt alsof hij ondersteboven in de grond staat, met zijn wortels in de lucht. Op een gigantische termietenberg zit een neushoornvogel te smullen, terwijl een kolonie bavianen en blauwe apen onze jeep achtervolgt, in de richting van de uitgestrekte vlakte met verdorde bomen die aan het oerwoud grenst. In de verte zien we duizenden vogels bij elkaar staan: witte pelikanen, ooievaars, maraboes, flamingo's. We herkennen ook grazende zebra's, gnoes en eindelijk... giraffen en olifanten! Opwinding alom in de jeep, iedereen houdt zijn fototoestel in de aanslag. Later, na het zien van de vijfhonderdste giraf en de vijftigste olifant, zullen we eens goed lachen met dit prille enthousiasme. Serengeti is een verbastering van siringet, het Masaiwoord voor uitgestrekte velden. Het is veruit het bekendste park, half zo groot als België, met meer dan 3000 leeuwen en 2 miljoen wildebeesten (het Afrikaanse woord voor gnoes). Het grootste gedeelte van het park bestaat uit grasvlakten waarin hier en daar kopjes opduiken, granieten rotsen van meer dan 4 miljoen jaar oud waar de dieren graag bescherming en luwte komen zoeken tegen de genadeloze zon. Het gevoel van uitgestrektheid dat u in het gigantische Serengeti National Park overvalt, is onbeschrijflijk. Urenlang rijdt u door de immense vlakte. Het enige wat u tegenkomt, is hier en daar een groepje bomen. Nergens is er ook maar iets te bespeuren dat in enige mate naar menselijke aanwezigheid zou kunnen verwijzen. Karakteristieke acacia's (paraplubomen) waarvan de takken aan de top een keurig plateau vormen, zijn er des te meer. En aan de takken van de sausage tree bengelen een soort salami's, die de bavianen als een uitzonderlijke lekkernij beschouwen. De Masai brouwen er een erg sterk bier van. Aan de einder migreert een kudde gnoes. Ze lopen allemaal netjes in een rij achter elkaar aan. Omdat het een paar duizend exemplaren betreft is het een kilometerslange rij waarin hier en daar wat gaten vallen. Net een file op de E19, flitst het door mijn hoofd. In het spoor van de regen trekken deze dieren van het ene park naar het andere. Vooraan de stoet lopen enkele zebra's, ideale gidsen omdat ze over een feilloos geheugen beschikken. In de buurt van een kopje merken we een leeuw en een leeuwin op die rustig van de zon liggen te genieten. Officieel is het op dit ogenblik paartijd, maar dat lijkt het mannetje niet begrepen te hebben. Hij lijkt compleet uitgeput maar dat is niet onbegrijpelijk voor wie weet dat zo'n paarperiode bij de leeuwen een viertal dagen duurt, waarbij van het mannetje wordt verwacht dat hij gemiddeld 3 à 4 keer... per uur tot de actie overgaat. Onze sympathie voor de afgepeigerde loverboy is grenzeloos... Even verderop zijn moeder jachtluipaard en haar drie kinderen klaar voor de strijd. Ze proberen een kudde Thomsongazellen te verschalken. Maar de kleinsten gaan net iets te driest te werk. De gazellen zien hen al van ver aankomen. De meeste zetten het meteen op een lopen, slechts enkele verkenners blijven in de buurt en kijken de jachtluipaarden strak aan om elke beweging snel aan de rest van groep te kunnen melden. Het is een fascinerend tactisch schouwspel met de jachtluipaarden als verliezers. Verraden door hun jeugdig enthousiasme zijn ze verplicht een andere groep te gaan besluipen. Want hoewel ze een fenomenale snelheid ontwikkelen, kunnen ze die krachtexplosie slechts een driehonderdtal meter volhouden. Onvoldoende om een gewaarschuwde troep gazelles te verrassen. En de tijd dringt want mama en haar kroost hebben elke dag een volledige prooi nodig om hun honger te stillen en vandaag is er nog niets eetbaars op de plank gekomen. In een onverbiddelijke wereld als Serengeti kan zelfs een supersnel jachtluipaard van honger omkomen... Terwijl het tactische steekspel verdergaat, keren wij terug naar de lodge waar ons een uniek natuurspektakel wordt voorgeschoteld. Terwijl de nacht valt, pakken grote onweerswolken samen en rijten een eindeloos aantal bliksemschichten de hemel open. Wat een spektakel, wat een klank- en lichtspel waarmee de natuur nog eens duidelijk aangeeft wie hier de scepter zwaait. Het onweer blijkt ergens boven het Victoriameer te hangen, mijlenver hier vandaag. Maar in Afrika is zelfs de afstand relatief. De volgende ochtend rijden we langs een steile weg naar de unieke microkosmos in Ngorongoro, in de krater van een uitgedoofde vulkaan. Beschermd door de steile flanken, vinden vele diersoorten hier de bescherming die ze toelaat moeiteloos te overleven, al lijkt de krater op sommige plaatsen overbevolkt. Een kudde buffels staat naast een horde zebra's. Spelende wrattenzwijnen storen zich niet aan de kudde gnoes die langzaam voorbijtrekt. Verderop loopt een olifant er ongeïnteresseerd bij en doet een leeuw een middagdutje. Als hij straks honger krijgt, zal hij niet lang moeten zoeken naar een hapklare brok. We spotten ook de grappige secretarisvogel, die een kuif draagt alsof hij geboren is met een potlood achter de oren. Plots worden we bruusk uit onze droomwereld gerukt door de aankomst van een neushoorn met haar baby, een goede 100 meter van onze jeep vandaan. Het zijn zwarte neushoorns, want de witte variant komt niet meer voor in Tanzania. Twee indrukwekkende kolossen zijn het, die ons minutenlang bewegingloos aanstaren alsof ze willen doorgronden wat we hier van plan zijn. Wie over een goede verrekijker beschikt en een fototoestel met een degelijke telelens, maakt hier beelden die hij nooit meer zal vergeten. Na een safaritocht is het heerlijk uitblazen op het eiland Zanzibar, sinds eeuwen een belangrijke handelspost voor de kust van Tanzania. Na twee eeuwen van Portugese overheersing viel het eiland onder het bewind van het sultanaat van Oman, wat de Britten niet belette er in 1890 een Brits protectoraat van te maken. Momenteel maakt het 80 kilometer lange eiland deel uit van Tanzania. Zanzibar bezit prachtige zandstranden, zoals in Kiwengwa. Het water van de blauwgroene oceaan is er zo helder dat we de vissen zien spelen tussen de algen. Kinderen zoeken rechtopstaand hun evenwicht in de schommelende prauwen, terwijl ze hun visnetten uitgooien. Strand- venters beladen met kokosnoten dweilen het strand af en perfect aan het toerisme aangepaste Masaikrijgers houden een oogje in het zeil. De schreeuw van een vogel en het zachte geklots van de golven vormen de enige geluiden in deze bijna irreële wereld. In Stone Town, met zijn met keien geplaveide straatjes, ademt u de geschiedenis in... en de alomtegenwoordige geur van kruidnagel. In het doolhof van straatjes ontdekt u typische swahiliverblijven met prachtige oude, maar vaak verkommerde houten poorten versierd met snijwerk. Tegenover de haven staan twee imposante gebouwen in een compleet tegengestelde stijl: het sombere Arabische fort en het elegante Huis der Wonderen. Eens de avond gevallen, duiken in de tuinen van Forodhani allerlei kraampjes met geroosterde vis en schaaldieren op. Hier getuigen twee andere gebouwen van evenveel zwarte bladzijden uit het geschiedenisboek. Het huis van Tippu Tip, een rijke slavenhandelaar, en het Africa House Hotel dat ooit de Britse club was, bekleed met marmer en kostbaar hout. Dit gebouw met biljartzaal en terras met zicht op zee was hét symbool van de koloniale macht. Aan de andere kant van de oude stad, op de plek waar vroeger de slavenmarkt werd gehouden, is een kathedraal gebouwd. Pal tegenover het sinistere gebouw waar het ebbenhouten exportproduct gestockeerd werd in afwachting van de inscheping. Maar ook de antislavernij-activist en ontdekkingsreiziger Livingstone woonde hier een tijdlang. U kunt zijn huis bezoeken in de Lumumbastraat, in de nieuwe stad. Buiten de stad liggen de shambas: een vruchtbare streek waar kruiden, fruit, koffie en thee worden geteeld. Daar ontdekt u onder meer de muskaatboom, de kaneelboom met zijn geurende schors, de cacoa- en de broodboom. En natuurlijk de kruidnagelboom van wie de doordringende geur u overal achtervolgt. In het zuiden van het eiland strekt zich het bos van Jozani uit, waar de laatste rode franjeapen leven. Met de telelens in aanslag wachten we geduldig om dit uitzonderlijke wezen op beeld te kunnen vastleggen. Als een echte natuurfotograaf... denken we. De gids wijst ons snel terecht: dit beschermde apenras heeft namelijk een vriendschappelijk afspraakje gemaakt met de mens, gebaseerd op het eeuwenoude principe van de ruilhandel: foto's tegen voedsel. Kort nadat we lokaas hebben bovengehaald, duikt inderdaad een familie van kleine rode aapjes op. Uit onze hand eten doen ze nog niet maar dat ze menselijk gezelschap appreciëren, is duidelijk. Zelfs de dieren hebben begrepen dat Zanzibar Tanzania niet is en dat elke streek het best zijn eigenheid kan bewaren! n Tekst en foto's: Filip Godelaine en Guy Van de Berg