Vanop een lege parallelweg wuiven we nog even naar de file op de E411 om dan een bospad in te slaan. Samen met natuurgids Jonathan Dekeyser rijd ik op de mountainbike het woudmassief van Anlier binnen. Vrij snel maken de sparren plaats voor een golvend beukenwoud vol groene, goudgele en bruine tinten. Op een drassig stukje houdt Jonathan halt om me te wijzen op een duidelijk spoor in de modder. Een perfecte afdruk van een groot hert, legt hij uit, en het dier moet hier pas voorbijgekomen zijn. Het pad daalt af naar een dalletje waar een heldere wildbeek klatert. Mijn gids plukt wat blaadjes en steekt ze in zijn mond. "Lekkere wilde waterkers", zegt hij. "Hier zwemmen nog beekforellen en heb ik al enkele keren een zwarte ooievaar gezien."
...

Vanop een lege parallelweg wuiven we nog even naar de file op de E411 om dan een bospad in te slaan. Samen met natuurgids Jonathan Dekeyser rijd ik op de mountainbike het woudmassief van Anlier binnen. Vrij snel maken de sparren plaats voor een golvend beukenwoud vol groene, goudgele en bruine tinten. Op een drassig stukje houdt Jonathan halt om me te wijzen op een duidelijk spoor in de modder. Een perfecte afdruk van een groot hert, legt hij uit, en het dier moet hier pas voorbijgekomen zijn. Het pad daalt af naar een dalletje waar een heldere wildbeek klatert. Mijn gids plukt wat blaadjes en steekt ze in zijn mond. "Lekkere wilde waterkers", zegt hij. "Hier zwemmen nog beekforellen en heb ik al enkele keren een zwarte ooievaar gezien." Wat verder heeft het Waalse bosbeheer (DNF) het laagste deel van het dal vrijgemaakt van sparren en struikgewas. Zo is een ideale drenkplaats voor het wild ontstaan. Rondom, verdekt tussen de bomen, zijn enkele uitkijkposten gemaakt ten behoeve van wildspotters... en jagers. "Verantwoorde jacht is hier noodzakelijk", verklaart mijn gids. "Zoniet krijgen we een veel te grote wildconcentratie, zeker nu de E411 de dieren belet verder naar het westen te trekken." Een tijdje later krijg ik een idee van die concentratie. Tussen de bomen is een wintervoederplaats voor everzwijnen aangeleg. In een straal van 50 meter is de grond omgewoeld en valt geen blaadje of grassprietje te bespeuren. Met zijn 8900 hectare vormt het Forêt d'Anlier het grootste woudmassief van België. De randbossen die erop aansluiten, zoals het Bois de Rulles of het Bois Habaru, zijn daarin nog niet meegerekend. Het massief golft tussen 400 en 500 meter hoogte en vult grosso modo de driehoek tussen Habay-la-Neuve in het zuiden, Léglise in het westen en Martelange in het oosten. Aan de buitenkant telt het nog veel stukken met snelgroeiende sparren die in het bezit zijn van privé-eigenaars en gemeenten. Het merendeel van het woud is echter publiek domein en bestaat uit loofbomen. "Bij ons heb je nog het gevoel in een echt woud rond te lopen en de natuur in haar wilde staat te beleven", hoor ik van Anne Loncin van het natuureducatiecentrum C.R.I.E. in Anlier. "We hebben hier de grootste concentratie wilde dieren van de Ardennen: herten, reeën, wilde katten, everzwijnen, dassen enz. Sinds een jaar of tien is de zwarte ooievaar weer aanwezig en in het water van de woudbeekjes overleeft de parelmossel. Het woud van Anlier is weliswaar niet in zijn geheel beschermd, maar heeft wel strenge regels voor ecologisch verantwoorde exploitatie (het zogenaamde statuut Natura 2000). Het grootste voordeel is echter dat we tot nu toe gespaard bleven van het massatoerisme dat andere streken van de Ardennen wel teistert. Wij hebben geen attractiepolen zoals de Semois of de Ourthe en geen grote monumenten of toeristische centra. Bij ons kunnen natuurliefhebbers nog ervaren wat rust en stilte betekenen. Op voorwaarde dat ze die natuur ook respecteren. Nog al te vaak zien we wandelaars die hun hond niet aan de leiband houden, blikjes wegwerpen of lawaai maken." Geen massatoerisme en geen toestanden zoals in La Roche of Bouillon dus. En dat wil deze streek het liefst zo houden. Ze heeft het toerisme ook niet echt nodig. Meer dan een kwart van de mensen uit deze streek heeft een goedbetaalde job in het Groothertogdom. De oude weg (15 km) van Martelange naar Habay-la-Neuve doorkruist het woud van noord naar zuid, de weg van Léglise naar Martelange (16 km) doet hetzelfde van west naar oost. In beide gevallen krijgt u een goed idee van de eenzame uitgestrektheid. Al blijft wandelen de beste manier om dit woud te ervaren, zeker in het najaar. Het zogenaamde Tarpanproject heeft al een twintigtal fiets- en wandelroutes volledig bewegwijzerd. Tarpanwandelingen onderscheiden zich door de thema's, de goede bewegwijzering (elk bord vermeldt ook de resterende wandeltijd) en de informatie op de bijhorende kaarten en fiches. n Promenade des Forges de Mellier: 9 km, grotendeels door het woud. Vertrek aan het station van Marbehan. Onderweg passeert u de resten van oude smederijen. n Promenade 'Découvrir-Apprécier la Nature' (2de deel): 7 km met vertrek aan de Place Pierre Nothomb in Habay-la-Neuve. Deze wandeling verkent het gebied rond de Pont d'Oye. Het omvat een kasteel uit de 17de en 18de eeuw (nu een bekend hotel-restaurant) en andere horecazaken, maar vooral een kleinere en een grotere woudvijver. Romantische oases van rust. n Sentier de la Fagne Saint-Simon (wandeling E + variante): 11,5 km met vertrek aan de Place Bonaparte in Habay-la-Neuve. Deze wandeling gaat dieper in het woud en neemt ook de al genoemde vijvers mee in het traject. n Met de fiets: een lus van 38 km (varianten van 25 en 35 km) die vertrekt aan het Syndicat d'Initiative in Léglise. n Met de mountainbike: twee bewegwijzerde én gemakkelijke routes door het woud (15 of 30 km) vanuit Habay-la-Neuve. Voor een verblijf in de streek bent u vooral aangewezen op bed & breakfast bij particulieren en op logies in vakantiehuisjes op boerderijen. Alle doen ze inspanningen om hun gasten het woud intens te laten beleven. Anne-Françoise Sépulchre bijvoorbeeld verhuurt gastenkamers in Léglise ('La Cascatelle'). Zij stelt haar gasten zelf uitgestippelde wandelingen ter beschikking. Wanneer u eetbare paddenstoelen hebt geplukt, zal ze die samen met u bereiden op haar Agafornuis. In het seizoen serveert ze wildgerechten. De ouders van natuurgids Jonathan Dekeyser baten vakantieverblijven uit op een oude hoeve (Au Beau Lieu) in het dorpje Thibessart. Op vraag neemt hij de gasten mee op een zoektocht naar wildsporen in het woud, te voet of met de mountainbike. De Ferme de la Géronne in Chêne is nog een echt landbouwbedrijf en het heeft drie gîtes (vakantiehuizen). Boer Arsène Jacques zet op aanvraag zijn Ardense trekpaarden en zijn ezels in om toeristen (gasten en niet-gasten) nog andere sensaties te laten beleven. Een begeleide woudtocht op de rug van zo'n trekpaard is een niet-alledaagse ervaring. Wat comfortabeler zijn de tochten met een door trekpaarden getrokken janplezier (tentwagen met banken). En als het gesneeuwd heeft, trekt Jacques klingelend het woud in met de paardenslee. 's Avonds (of héél vroeg) gaan luisteren naar het burlen van de herten blijft een unieke belevenis die u kunt meemaken tijdens de bronstperiode van half september tot begin oktober. In deze periode stoten de mannetjesherten een loeiend geluid uit om hinden aan te trekken en rivalen af te schrikken. In het verleden werden de dieren te veel gestoord door groepen kijklustigen, daarom is de nachtelijke toegang tot de wouden in de bronsttijd nu strikt gereglementeerd (zie kaderstuk). Nog twee aanraders tot slot: n In september starten twee gastenkamers (in Léglise en Wisembach) en één vakantieverblijf op de hoeve (in Anlier) met een vijfdaagse wandeltocht in lusvorm (vier overnachtingen). Elke dag wandelt u van het ene verblijf naar het andere (van 11 tot 19 km) via stille woudpaden en dorpjes. Uw bagage wordt telkens nagebracht en voor onderweg krijgt u een picknick en kaarten mee. n Rondom het woud van Anlier vormen vergeten dorpjes een gordel van verstilde landelijkheid. In het piepkleine Volaiville (boven Witry) scharen witgekalkte huizen en natuurstenen boerderijen zich rond het kerkje. Is dit nog België anno 2006? nLudo Hugaerts - Foto's: Michel Vaerewijck