Ik durf maar een lift te geven aan mensen die ik goed ken. Niet omdat ik bang ben om onbekenden mee te nemen, maar omdat ik beschaamd ben. Het is een comfortabele wagen, hij rijdt fantastisch, dat is het punt niet, maar ik heb hem nog maar twee keer gewassen!
...

Ik durf maar een lift te geven aan mensen die ik goed ken. Niet omdat ik bang ben om onbekenden mee te nemen, maar omdat ik beschaamd ben. Het is een comfortabele wagen, hij rijdt fantastisch, dat is het punt niet, maar ik heb hem nog maar twee keer gewassen! Soms zie ik op een rustige zaterdag buurmannen met gespecialiseerd alaam als moderne alchemisten mengsels bereiden die ze dan op het koetswerk aanbrengen. Niet mijn manier om een rustdag door te brengen. De buitenkant kan er bij de mijne nog wel door, het rampgebied situeert zich binnenin. Maar wat wilt u (u denkt dat ik nu met een reeks excuses voor de dag ga komen - goed gedacht!) Ik maal tientallen duizenden kilometers per jaar af, meestal zit ik moederziel alleen in de wagen. Het is voor mij een soort tweede thuis waar niemand zich bemoeit... maar ook niet opruimt. Ik eet en drink er, luister er naar de radio of naar cd's als voorbereiding op mijn werk, en als ik te vroeg op een afspraak ben - met mijn afkeer voor te laat komen gebeurt dat regelma- tig û wil ik er wel eens een uurtje in maffen. Niet zo lang voor zijn dood was ik Dr. Paul Janssen gaan interviewen en onverwacht vroeg hij of hij een eindje mee mocht rijden. Ik kreeg meteen een naar gevoel. Mijn hersenen zochten een excuus, het soort dat je in slechte humoristische series wel eens hoort. ' Oei, mijn wagen is plots ver-dwenen!', 'Mijn vrouw heeft me hier afgezet en ik jog straks de vijftig kilometer naar huis!',...Ik heb tenslotte het enige juiste gezegd: ' Schrik niet, maar mijn wagen is een varkensstal!' Dr. Janssen had er geen probleem mee maar zodra ik thuis kwam ben ik beginnen poetsen. Nu is het weer erg gesteld. Het begint vooraan met een ruit die alleen wordt schoongeveegd door de wissers. Binnen een millimeter stof op het dashboard, op het passagierszitje vier cd's, drie boekjes er uitgehaald, één boekje op de vloer. Nog op het zitje: een halve fles water, tabletten tegen keelpijn, een volle fles en vier blauwe dopjes (je mag niets naar buiten gooien want dan verontreinig je het milieu!) Verder drie nog ingepakte flesjes op de achterbank. Daar ligt ook mijn jas, mijn Klara-paraplu, een paar laarzen van de laatste boswandeling, een reisgids van toen we drie jaar geleden naar Extremadura zijn geweest, twee oude kranten, een wegenkaart van Frankrijk û daar gaan we dikwijls heen, het heeft geen zin die op te bergen û, een video van een volgens haarzelf geniale zangeres die niemand maar wil ontdekken, een stapel brieven. Terwijl ik ernaar sta te kijken, word ik opnieuw overvallen door het Paul-Janssensyndroom. Het wordt tijd voor de derde wasbeurt: plastic voorsorteren, de kranten bij het oud papier, een sonate van Prokofiev in mijn programma draaien, paraplu in de koffer, video aan een collega van het departement humor bezorgen, de medicijnen opbergen, stofzuigen. En dan de buitenkant. Morgen misschien. nFred Brouwers