De dunbevolkte woestenij van de Australische Outback is een land van gebroken dromen, een fascinerende, wrede wereld waar planten en dieren nacht na nacht 1001 manieren vinden om het beetje water vast te houden dat ze nodig hebben om te overleven. Schaarse, kortstondige regenbuitjes trekken vluchtige strepen door het landschap, die meteen weer verdwijnen zodra de zon in haar azuren hemel klimt. Toch volstaan enkele druppels om de magie van de woestijn haar werk te laten doen en de natuur overal te laten ontkiemen en ontluiken.
...

De dunbevolkte woestenij van de Australische Outback is een land van gebroken dromen, een fascinerende, wrede wereld waar planten en dieren nacht na nacht 1001 manieren vinden om het beetje water vast te houden dat ze nodig hebben om te overleven. Schaarse, kortstondige regenbuitjes trekken vluchtige strepen door het landschap, die meteen weer verdwijnen zodra de zon in haar azuren hemel klimt. Toch volstaan enkele druppels om de magie van de woestijn haar werk te laten doen en de natuur overal te laten ontkiemen en ontluiken. In deze wereld van een strenge, onwerkelijke schoonheid leven mannen en vrouwen die van vrijheid en eindeloze ruimten houden. De veeteelt is de enige bron van inkomsten. Deze veeboeren, vaak afstammelingen van pioniers uit Engeland of Ierland, bezitten nu een groot gedeelte van het land waar vroeger alleen aborigines leefden. Hun boerderijen, die hier stations heten, bestrijken gemiddeld 3 tot 4000 km2, maar de grootste zijn tot 12 000 km2. Veel, eindeloos veel verder dan de blik reikt... De heersers over deze minirijkjes leven ver van de drukte van de stad, in een vrijwel volledig isolement dat slechts één keer per week gedurende enkele minuten wordt verbroken. Door de postbode... Port Augusta, een stadje met 13 000 inwoners aan de rand van de woestijn. Een lome ochtend op het vliegveld. De hangar van de Royal Flying Doctors Service, de oudste Australische instelling die medische bijstand levert, is gesloten. Er brandt alleen licht in het kantoortje van de ASA, de luchtvaartmaatschappij van Zuid-Australië. Hier is Phil (36) aan het werk, een 'groentje' met slechts 1500 vlieguren op zijn actief. Als nieuwkomer op de Channel Run vormt hij een team met Andrew (30), een ervaren vliegenier die deze uitzonderlijke route normaliter in z'n eentje vliegt. Maar dit weekend zullen de vliegende postbodes de langste ronde ter wereld samen afwerken, een reis van niet minder dan 2600 kilometer. Terwijl Phil het weerbericht afdrukt, weegt Andrew nauwgezet de postpaketten om te berekenen hoeveel brandstof hij zal verbruiken. Voor de gelegenheid wordt daarbij nog eens het gewicht van de twee piloten én dat van hun enige passagier - ikzelf - geteld. Vreemd genoeg is er, afgezien van een dikke stapel kranten, nog maar weinig post in het toestel geladen wanneer de twee 6-cilindermotoren van onze Rockwell Shrike Commander beginnen te ronken. Alpha Charlie Zulu hebben ze hem gedoopt. Ik zit achter de piloten en heb net als zij een helm, zodat ik met hen kan praten en de dialogen volgen die ze voeren met de controlebasis in Brisbane, ongeveer 1500 km zuidwaarts. Twaalf minuten na het opstijgen, vliegen we op 12 000 voet (ruim 3500 meter) hoogte, recht naar het noorden. Het is halfacht 's ochtends maar het licht is al verblindend. Om zich tegen de zon te beschermen, zet Andrew zijn navigatiekaarten tegen het rechtse ruitje klem. Handig en multifunctioneel, zo'n kaart. Vooral voor wie de streek kent als z'n broekzak. We vliegen boven het noorden van de Flinders Ranges, een 480 kilometer lange bergketen. Vorige week heb ik de spectaculaire rotsformaties van die gefossiliseerde wereld vol blokken zwart basalt, roze zandsteen en koepels van graniet aan boord van een terreinwagen verkend. Ik heb de zon zien opkomen en ondergaan boven het gigantische natuurlijke amfitheater van Wilpena Pound, een heilige plaats waar volgens de aborigines twee reusachtige mythologische slangen met elkaar verstrengeld zijn. Vanop de grond was dit een indrukwekkend spektakel maar nu zie ik alleen enkele onbeduidende reliëfverschillen. Opeens doemt onze eerste halte aan de einder op, Leigh Creek. Het is geen stadje maar een open steenkoolmijn waar 4000 mensen werken. De postbode van Leigh Creek heeft vertraging. Zijn bestelwagen is er nog niet wanneer we ons uit onze blinkende postvogel hijsen. Dus tanken Phil en Andrew voor het eerst bij. Het is stilte voor de storm. Zodra de bestelwagen het vliegveldje bereikt heeft, wordt Alpha Charlie Zulu meteen tot in de kleinste hoekjes gevuld. Zoveel pakjes en brieven heeft hij bij zich. Na een kort gesprek met de basis, zoekt Phil de radiofrequentie van Audrey Sheehan op om haar te waarschuwen dat we op komst zijn. Zij en haar man zijn de eigenaars van een naar Australische normen klein station waar ze in alle rust en kalmte koeien en schapen fokken. Wanneer wij op de piste van rode aarde landen, staat Audrey ons al op te wachten in haar pick-up. Er verschijnt een brede grijns op haar gezicht wanneer ze de grote zakken vol pakjes en brieven ziet. "Hallo jongens! Sorry dat ik vandaag geen tijd heb voor een praatje. Mijn pannen staan op het vuur en ik ben alleen thuis" , zegt ze. En meteen is ze opnieuw verdwenen, in een wolk van stof. Overdreven praatziek kan je de mensen van de Outback niet noemen. Andrew vindt het allemaal heel normaal. Hij lacht even en stijgt opnieuw op. Ik probeer het spoor van de pick-up te volgen om in de verte een glimp van de boerderij van de Sheehans op te vangen. Verloren moeite, ze blijkt... 12 kilometer verder te liggen! Een half uur later herhaalt een gelijkaardig scenario zich in Merty Merty, het 4403 km2 grote eigendom van de familie Rieck. De ouders, hun dochters en twee helpers leven hier kilometersver van de bewoonde wereld, met een paar duizend runderen als enig gezelschap. Ook hier is de ontvangst warm, maar kort. Zo verloopt de ochtend op het ritme van het landen en het opstijgen, in oorden met exotisch klinkende namen. In Nappa Merrie vertelt Lucie dat ze binnenkort bij haar familie in Melbourne op vakantie gaat en van de gelegenheid gebruik zal maken om "alles te eten, behalve rund!" In Cordillo Downs, 10 360 km2, horen we dat 300 mensen uitgenodigd zijn voor de nakende bruiloft van Janet, een van de dochters van de familie Brooks. Lachend antwoorden Phil en Andrew: "En waar denken jullie die te vinden?" Kort voor valavond bereiken we Boulia, aan de oevers van de rivier de Bourke. Het is een vreemd stadje van 300 mensen die allemaal voor de Council werken, verantwoordelijk voor het onderhoud van de Australische wegen. Afgezien van de jaarlijkse kamelenrace zou er niets over Boulia te vertellen vallen, als dit niet de plaats was van de Min Min Lights, een mysterieus en onverklaarbaar lichtverschijnsel in de vorm van bolbliksems en vuurbollen die mensen en auto's achtervolgen. De aborigines kennen er de meest angstaanjagende legenden over maar, alle verhalen over rassendiscriminatie ten spijt, is dat ongeveer het enige wat hen van de blanken onderscheidt. Zo is iedereen na het werk te vinden in de bar van het enige hotel, waar het bier tot diep in de nacht blijft stromen. In het restaurant van hetzelfde hotel verslind ik met mijn piloten een enorme rumpsteak en een chocolade mudcake, waarna we de drinkebroers in de bar opzoeken voor een laatste rondje... De volgende dag heeft de terugkeer naar het zuiden weer nieuwe verrassingen in petto. Terwijl ik door de patrijspoort naar beneden kijk, naar het woeste zandtapijt diep onder ons, word ik nog meer verliefd op de eindeloze, abstracte schilderijen die de natuur hier voortdurend te voorschijn tovert: in goudkleur soms, maar ook in groen, in oker en violet. De stations die we bezoeken worden almaar groter, zoals dat van Clifton Hills: 20 720 km2 aan de rand van de Simpsonwoestijn, waar een stalen vat met het opschrift Mail en een roestige oude koelkast vol met post om mee te nemen het enige bewijs vormen dat hier mensen leven. In de Outback ontdek je pas hoe nietig de mens is in de échte natuur. Een mooie levensles voor al wie zichzelf graag oh zo belangrijk vindt... n Australian House, Gachardstraat 86 bus 7, 1050 Brussel, tel. 02 646 46 00 (fax: 02 646 70 70). Mail Run. Forfait voor 2 dagen vanuit Port Augusta: 815 A$. Reserveren: tel. + 61 8 86 42 31 00, e-mail: augusta@dove.net.au A