Onze eerste kennismaking is ontluis- terend. Deze grijze metropool, waarin elk straaltje zonlicht wordt verstikt onder een dik pak wolken, kan toch onmogelijk de heilige tempelstad Athene zijn? Waar zijn de leuke orthodoxe kerkjes naartoe, de witte huizen? ,,Ach, Athene is altijd al een stad van ruïnes geweest'', lacht onze taxichauffeur een beetje wrang. "Alleen zijn er nu gloednieuwe bijgekomen..."
...

Onze eerste kennismaking is ontluis- terend. Deze grijze metropool, waarin elk straaltje zonlicht wordt verstikt onder een dik pak wolken, kan toch onmogelijk de heilige tempelstad Athene zijn? Waar zijn de leuke orthodoxe kerkjes naartoe, de witte huizen? ,,Ach, Athene is altijd al een stad van ruïnes geweest'', lacht onze taxichauffeur een beetje wrang. "Alleen zijn er nu gloednieuwe bijgekomen..."Daarmee doelt hij op de vele bouwwerven die nauwelijks lijken op te schieten. De metro û heel nieuw, heel netjes, heel praktisch û was tot voor kort maar voor de helft klaar. Arbeiders werken er de klok rond om de klus te klaren tegen de Spelen. Deze race tegen de klok vinden ze hier al even spannend als een voetbalmatch van Panathinaikos tegen aartsrivaal Olympiakos. Hoeveel Japanse cameraploegen er ook rondzwerven, vertwijfeld hun weg zoekend in de vele straatjes, eigenlijk is Athene een grote stad met een piepklein hartje. Het Nationaal Archeologisch Museum buiten beschouwing gelaten, liggen alle belangrijke attracties geconcentreerd tussen de metrostations Monastiraki en Akropoli. Het stadscentrum is makkelijk te voet te doorkruisen: van de agora tot het parlementsgebouw, waar de evzones met de traditionele rok en rode muts nog steeds het graf van de onbekende soldaat bewaken. We slenteren uitgebreid langs de zondagse rommelmarkt van Monastiraki waar oude grammofonen een revival beleven, langs de fraaie kathedraal Mitrópoli aan het gezellige terrasjesplein Mitropóleos en langs de vele winkels in de straat Adrianou waar vriendelijke verkopers je portemonnee belagen. Maar altijd loop je in de schaduw van de Akropolis. Het fraaie Parthenon û het hoge stekje van godin Athena û is nog altijd in revalidatie, zeker tot 2006. De Olympische fotografen zullen er de kranen en de stellingen moeten bijnemen. Olympische atleten werden en worden in Athene al eeuwen afgebeeld op schitterend aardewerk, zoals de vuistvechters in het Museum voor Cycladische Kunst en de wagenmenners in het uiterst verzorgde Benáki-museum. Grieken zijn gefascineerd door aardewerk. Er bestonden hier al versierde kommen in 5800 voor Christus en tot vandaag toe verkopen de souvenirwinkels van Plaka kopieën van de mooiste vazen en schotels uit diverse musea. Soms is het meer kitsch dan kunst, maar in een handvol galerijen kun je nog wél het echte werk op de kop tikken. "Als je de gebruikelijke rotzooi negeert, vind je bijna geen bekwame Griekse vazenschilders meer", zegt Anastasios Lazaridis die in zijn galerij, Pandora, schitterende vazen presenteert. Ze kosten wel vijfduizend euro het stuk, maar zelfs archeologen kunnen de kopieën nauwelijks van het origineel onderscheiden. "Voor zo'n vaas heb je drie man nodig", zegt Lazaridis. "Een vazenmaker, een schilder en een afwerker die dan nog perfect op elkaar ingespeeld zijn. De man die voor mij alles organiseert heet Iosif Kiromitis. Hij en zijn medewerkers werken nog steeds volgens de eeuwenoude traditie. De vaas beschilderen met een speciaal mengsel, waarna de vaas in de rook van een houtoven gebakken wordt. Zo krijg je rode of zwarte figuren. Dat worden lopers, vuistvechters of menners. Helaas zijn er steeds minder specialisten die het nog kunnen."Naar aloude traditie zijn de Grieken gek van sport. In Athene alleen al zijn er tien kranten en drie radiozenders die uitsluitend over sport berichten. De Olympische Spelen worden zonder twijfel de kers op hun taart. Net zoals een bezoek aan Athene in rustiger tijden ideaal is voor wie ongemerkt iets aan zijn conditie wil doen. Na een weekje Athene heb ik mijn persoonlijk record in de achthonderd meter trappenlopen, de estafette kaartlezen en de tienduizend meter snelshoppen meer dan eens verbrijzeld!" n A Tekst en foto's: Georges Gielen