De grond heeft in Andalusië altijd een mythisch karakter gehad. Toen het christendom zijn intrede deed, veranderden de heidense goden (van de voedende grond, van de vruchtbaarheid,...) in talloze Maagden (Paloma Blanco, del Rocio, de la Macarena...) die tot de dag van vandaag hartstochtelijk worden vereerd.
...

De grond heeft in Andalusië altijd een mythisch karakter gehad. Toen het christendom zijn intrede deed, veranderden de heidense goden (van de voedende grond, van de vruchtbaarheid,...) in talloze Maagden (Paloma Blanco, del Rocio, de la Macarena...) die tot de dag van vandaag hartstochtelijk worden vereerd. Het is tien uur 's avonds. In het hart van de oude Joodse wijk van Sevilla, aan de plaza Santa Cruz, drijft een zoete geur van jasmijn door de nacht. De deuren van bar El Tamboril staan open. In afwachting van het grote ogenblik heeft barman Pepe zijn gitaar al van de muur gehaakt en zet hij samen met enkele stamgasten een lokale flamenco in. De anderen zingen mee met rauwe stemmen en klappen in de handen. In het midden van de bar staat een vreemde bezoekster, beschermd door een glazen kast en gehuld in een weelderig, met gouddraad geborduurd gewaad. Het levensgrote beeld van de maagd del Rocio wacht geduldig op middernacht. In een hoek van de bar dansen meisjes de Sevillana op het helse ritme van de gitaarakkoorden en de klaaglijk klinkende stemmen. Het is moeilijk om niet te worden gefascineerd door hun trotse houding, hun sensuele heupbewegingen, de gratie van hun handen... Stipt om middernacht gaat het licht uit en stoppen de dans en de muziek. Bij kaarslicht gaan twee mannen naar de Maagd toe, snel gevolgd door alle klanten. De ene man heeft een arm verloren in een arbeidsongeval, de andere is een amateurstierenvechter die in de arena bijna gedood werd door een slimme stier die het spel van de muleta had doorzien. Samen hebben ze een danklied voor hun beschermvrouw gemaakt. Een aangrijpend tafereel. Typerend voor een Andalusië dat traditioneel en modern tegelijk is, Europees maar ook verankerd in zijn geschiedenis, met respect voor eeuwenoude waarden. In Andalusië zijn het sacrale en het wereldse altijd en onlosmakelijk met elkaar verweven... Het seizoen van de Andalusische ferias begint in Sevilla, maar in Jerez de la Frontera vindt in mei wellicht de populairste Feria del Caballo (de kermis van het paard) plaats. Dit bonte feest brengt een week lang de elite van Andalusië samen, wanneer de notabelen en de verenigingen hun vrienden en relaties uitnodigen in hun cassetas (grote tenten die voor de gelegenheid worden opgetrokken). Voor de toeristen is het vooral een kans om de trotse Andalusiërs te bewonderen, hoog op hun rijdieren en op hun paasbest uitgedost. Met de elegante witte en okerbruine huizen met barokke gevels, de mooie kerken, chique winkels en oude families van wijnbouwers en fokkers van raspaarden, straalt Jerez de la Frontera een aristocratische waardigheid uit. De naam verwijst naar het front dat tijdens de kruistocht van de koning van Castilië en paus Innocentius III tegen de Moren langs de stad liep. De ontdekking van de Nieuwe Wereld had voor Jerez even grote gevolgen als de verovering door de Arabieren. De karvelen van Christoffel Columbus brachten bij hun terugkeer naar de Guadalquivir immers een schat van goud en zilver mee! Jerez is wereldberoemd om de Real Escuela Andaluza del Arte Equestre, de legendarische rijschool, maar gaat ook prat op een lange wijnbouwtraditie. Tweeduizend jaar geleden vertrokken al amfora's met hooggeprezen wijn uit Jerez naar Rome. Tijdens de lange Arabische aanwezigheid bleef de wijnbouw zich ontwikkelen en vond men voortdurend nieuwe technieken uit. Paradoxaal genoeg is de enorme populariteit van de sherry in Groot-Brittannië - en nadien in heel de wereld - te danken aan een Engelsman, Sir Francis Drake. Toen hij in de haven van Cadiz de Armada versloeg, maakte de Engelse vice-admiraal immers meer dan tweeduizend vaten van de kostbare drank buit, wat hem enthousiaste versregels van Shakespeare opleverde en de dankbaarheid van het Engelse hof. Later vestigden verscheidene grote families uit het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zich in de streek van Jerez om er wijn te verhandelen, of gingen ze met Andalusische wijnbouwers in zee: de katholieke Schotse familie Gordon, de families Harvey, Terry, Domecq. Of nog: Tomas Osborne Mann, Robert Blake Byass. In de loop der jaren hebben deze buitenlandse dynastieën de lokale tradities en rituelen, zoals de flamenco en de passie voor stieren en paarden, overgenomen en is er een echte Andalusische aristocratie ontstaan. Vandaag produceert de streek van Jerez een uitgebreid palet van wijnen, van de lichtste tot de donkerste, van de droogste tot de zoetste: manzanilla, fino, amontillado, oloroso en natuurlijk de brandy's. Tijdens de Andalusische feesten vloeit elk van deze wijnen bij beken. Het is dus niet alleen aan het Engelse hof dat ze er maar niet genoeg van kunnen krijgen. nTekst en foto's: Guy Van de Berg