Psycholoog Johan Vanderlinden (Universitair Psychiatrisch Centrum KUL, campus Kortenberg) heeft samen met zijn collega's de eerste behandelgroep in ons land opgestart voor mensen op latere leeftijd met eetstoornissen. Sommige mensen die bij hem aankloppen kampen al jaren met een eetstoornis. Bij anderen is ze plots doorgebroken na een emotionele trigger.
...

Psycholoog Johan Vanderlinden (Universitair Psychiatrisch Centrum KUL, campus Kortenberg) heeft samen met zijn collega's de eerste behandelgroep in ons land opgestart voor mensen op latere leeftijd met eetstoornissen. Sommige mensen die bij hem aankloppen kampen al jaren met een eetstoornis. Bij anderen is ze plots doorgebroken na een emotionele trigger. Verhalen zoals dat van Lieve (hierboven) zijn psycholoog Johan Vanderlinden dan ook goed bekend. Als specialist eetstoornissen trekt hij al jaren aan de kar voor aangepaste therapieën voor uiteenlopende doelgroepen. Voor jongeren en jongvolwasse- nen met anorexia of boulimia bestaan er al geruime tijd behandelprogramma's en praatgroepen. Sinds kort is er ook therapie op maat voor mensen op latere leeftijd met chronische eetstoornissen. "Een groep die tot nu toe altijd wat onder de radar van de hulpverlening bleef. Maar uit onderzoek is gebleken dat 20 procent van de mensen met eetstoornissen daar niet van geneest. Het blijft een deel van hun leven. Dat vereist een heel andere benadering die erop gericht is om deze mensen te helpen zo goed mogelijk te functioneren", legt Johan Vanderlinden uit. Johan Vanderlinden: Vooral anorexia nervosa. De kans op genezing ligt bij dit type eetstoornis ook lager dan bij mensen met boulimia. De gemiddelde leeftijd van mensen met langdurige eetstoornissen schommelt hier tussen 40 en 45 jaar. Daarnaast zijn er ook nog ouderen. De meesten zijn vrouwen die al zo'n 15 tot 20 jaar door het leven gaan met anorexia. Er is sprake van een ernstige en langdurige eetstoornis van zodra iemand er meer dan acht tot tien jaar mee kampt. De meesten hebben een verleden achter de rug van opnames in eetklinieken en tal van ambulante therapieën maar zijn uiteindelijk steeds hervallen. En opnieuw beginnen afvallen. De meerderheid van de oudere patiënten kampt al sinds de tienerleeftijd of als prille twintiger met een eetstoornis. Daarnaast is er ook een veel kleinere groep bij wie de ziekte vaak jarenlang sluimert om dan ineens uit te breken. Helemaal onverwacht komt het niet. Als we doorvragen, horen we meestal dat deze vrouwen al geruime tijd overdreven gefocust waren op slank zijn, op hun uiterlijk en op gezonde voeding. Dat die bekommernis omslaat in anorexia kan het gevolg zijn van een of andere emotionele trigger. Zoals een relatie die op de klippen loopt. De geboorte van een kind. Of een bepaalde gebeurtenis die hen herinnert aan een vroeger trauma. Een vrouw die in haar jeugd misbruikt was, kreeg geen hap meer door haar keel vanaf de dag dat haar eigen dochter even oud werd als zij toen het misbruik plaatsvond. Dat heeft geleid tot een eetstoornis. Zeker. De meerderheid van deze mensen heeft een onzeker zelfbeeld en erg veel faalangst. Andere risicofactoren zijn een hoge mate van perfectionisme. Dat trachten ze te bereiken door als een controlefreak alles zoveel mogelijk in de hand te houden. Niet alleen op het vlak van eten en gewicht maar ook op professioneel terrein. Ze willen de totale controle over hun lichaam en hun job. Zo kan het dat ook carrièrevrouwen met eetstoornissen kampen. Gezonde voeding is tegenwoordig een hot topic, met al die diëten van bekende Vlamingen. Daar valt niet aan te ontkomen. Op mensen die al gevoelig zijn voor eetstoornissen kan dat een extra impact hebben. Vrouwen die met ouder worden enkele kilo's bijwinnen, willen dat niet altijd aanvaarden. Sommigen verdiepen zich compleet in een cursus over gezonde voeding en gaan er soms zo in op dat ze alleen nog groenten en fruit willen eten. In veel gevallen wel. Zo'n 40 tot 50 procent van de mensen met een langdurige eetstoornis had in het verleden af te rekenen met een ernstig trauma. Meestal werden ze als kind of jongere emotioneel verwaarloosd. Soms gaat de eetstoornis ook gepaard met andere psychiatrische problemen zoals dwangneurosen of obsessief compulsieve stoornissen. In bepaalde gevallen ligt de langdurige eetstoornis mee aan de basis van het emotionele leed. Doordat ze hun lichaam systematisch voedsel ontzeggen, worden anorexiapatiënten niet alleen lichamelijk zwak. Het kan ook leiden tot stemmingswisselingen, depressie, angsten, het mijden van sociale contacten, eenzaamheid. Op die manier belanden ze in een vicieuze cirkel. Het aanbod aan hulpverlening waar deze mensen terechtkunnen, wordt door hun erg complexe problematiek ook almaar kleiner. Vaak rest hen alleen nog de huisarts maar die is hier evenmin in gespecialiseerd. Het grote probleem voor mensen op latere leeftijd met eetstoornissen is dat ze meestal al een hele weg langs gespecialiseerde instellingen hebben afgelegd, zonder gunstig resultaat. De eetstoornis raakte nooit overwonnen. Een nieuwe, gelijkaardige opname wordt vaak afgewezen omdat de hulpverlening er het nut niet meer van inziet, na de mislukte pogingen uit het verleden. En wat dan? Dan is er in ons land geen weg meer over voor deze groep. In extreme gevallen - wanneer hun lichaam het begeeft - belanden ze een tijdje op een dienst voor inwendige geneeskunde waar louter het ondergewicht of de fysieke gevolgen daarvan worden behandeld. Maar daar krijgen ze natuurlijk geen psychologische hulp. We zijn recent gestart met een behandeltraject waarbij deze mensen eenmaal per week dagtherapie krijgen. Afhankelijk van de noden kunnen ze die drie maanden tot maximum één jaar volgen. Nadien is er wel nazorg voorzien om hen verder op te volgen. Deze aanpak verschilt heel erg van die bij jonge anorexiapatiënten, waar alles in het teken staat van genezing en aanpak van het eetpatroon. Uit onderzoek is gebleken dat het veel lastiger is om mensen met een langdurige eetstoornis efficiënt te behandelen. In het programma voor deze mensen beogen we daarom vooral om zoveel mogelijk hun levenskwaliteit te verbeteren. Aan gewicht winnen is bijvoorbeeld niet langer een verplichting. Er is een stuk acceptatie van de ziekte, zoals bij andere chronische aandoeningen. Maar we gaan ook aan het werk met het nog gezonde deel van deze mensen. We zoeken samen met hen naar hun talenten, interesses en vaardigheden waar ze - ondanks hun eetstoornis - wel nog mee aan de slag kunnen. We proberen hen te stimuleren om die verder te ontwikkelen. Het aspect gewicht verdwijnt nooit helemaal van het toneel. Als mensen blijven afvallen en compleet ondervoed raken, is uiteindelijk niets meer mogelijk. De behandeling van langdurige eetstoornissen is ook voor ons nieuw. Het is voor iedereen wat zoeken en aftasten. Zo hebben we al gemerkt dat mensen met een langdurige eetstoornis nood hebben aan een ander soort activiteiten dan jongeren. Meer ontspannende activiteiten, gericht op welzijn, zoals massages. Zodat ze zich opnieuw beter leren voelen in hun lichaam. Veel van deze mensen leven erg geïsoleerd. Een groot deel van ons sociale leven is immers op eten gericht. Zij mijden vaak al jaren restaurants en slaan uitnodigingen van vrienden af uit eetangst, waardoor hun netwerk verschrompelt. We trachten hen te helpen om dat weer op te bouwen. We denken er ook aan om kooklessen te organiseren. Dat lijkt wat contradictorisch maar sommigen onder hen koken gewoon graag. Dat kan de aanleiding vormen om positiever over eten te praten. Dat is niet meteen onze hoofdbetrachting. De kans op volledig herstel na zoveel jaren eetstoornis is realistisch gezien heel erg klein. We hopen wel het verschil te maken door kleinere gedragsveranderingen op gang te brengen. Als we vrouwen, die na elke maaltijd dwangmatig gaan braken, kunnen overtuigen om die gewoonte gedeeltelijk of helemaal te laten varen, is dat al heel wat. Veelvuldig braken houdt immers extra gezondheidsrisico's in. Het kan leiden tot een tekort aan kalium, wat hartproblemen kan veroorzaken. We hopen via de therapie ook te bereiken dat ze wat regelmatiger gaan eten en globaal beter voor zichzelf gaan zorgen. Kortom, we willen deze vrouwen op weg zetten om, ondanks hun eetstoornis, toch een waardevoller leven uit te bouwen. Zowel op het vlak van werk, relaties, burgerzin, noem maar op. Ons lichaam is inderdaad zo uitgerust dat het er zelfs in slaagt om in extreme omstandigheden te blijven overleven. Een lichaam dat weinig voedsel binnenkrijgt, gaat zich automatisch aanpassen en minder calorieën verbruiken. De lichaamstemperatuur daalt, en bij bepaalde patiënten met ernstig ondergewicht groeien er zelfs donshaartjes op armen en benen als een soort beschermingsvacht. Velen krijgen af te rekenen met bewegingsdrang om zich warm te houden. Het is opvallend dat mensen met een eetstoornis minder vaak doordeweekse ziektes opdoen. Hun immuunsysteem lijkt hen beter te wapenen tegen verkoudheden en banale infecties. Dit aanpassingsmechanisme in ons lichaam verklaart trouwens ook waarom al die spectaculaire crashdiëten gedoemd zijn om telkens te mislukken. Tot enkele generaties geleden hoorde hongersnood bij het leven. Pas sinds de jaren 1950 is dat ten gronde veranderd in onze samenleving. Ons lichaam is van nature nog steeds geprogrammeerd om voedseltekorten op te vangen. Mensen die ineens zwaar gaan diëten, geven onbewust hun hersenen het signaal dat het lichaam moet terugschakelen naar een zuinigere stand. Wanneer ze dan na zo'n dieet weer normaal gaan eten, begrijpen de hersenen dat anders. Voor hen is dat het teken om opnieuw zoveel mogelijk reserves aan te leggen, om voorbereid te zijn op nieuwe hongersnood. Met als gevolg dat je snel weer kilo's aankomt. Wie blijvend wil afvallen, moet dat dus aan een geleidelijk tempo doen, zodat de hersenen zich mee aanpassen. Heel wat relaties lopen hier op stuk. Maar sommige vrouwen slagen er wel in om nog een relatie in stand te houden. Wat we nog vaker merken, is dat de meeste van deze vrouwen een heel sterke band blijven onderhouden met hun eigen ouders. Zo ken ik een oudere patiënte die nog zelfstandig werkt en die alle dagen haar hoogbejaarde ouders bezoekt en voor hen zorgt. Ondanks haar eetstoornis voelt ze zich heel verantwoordelijk voor haar ouders. Partners en andere familieleden worden de laatste jaren heel nauw bij de therapie betrokken. Zij vormen een belangrijke hulp om de eetstoornis in het dagelijks leven zoveel mogelijk binnen de perken te houden. Wie het in zijn eentje moet rooien, heeft het nog veel lastiger. Anorexia, mijn drang om te verdwijnen - Lieve Devriese - De Draak - € 9,90 - isbn 9789490738068. Te krijgen in de boekhandel of online via www.dedraak.org (gratis thuis geleverd). De opbrengst van het boek gaat naar de vzw Anorexia Nervosa - Boulimia Nervosa (AN-BN), een zelfhulporganisatie die gespreksgroepen voor mensen met langdurige eetstoornissen organiseert. Info: www.anbn.be. Kari Van HoorickDe meeste anorexiapatiënten kampten al van in hun jeugd met een eetstoornis. Bij een kleine minderheid sluimert de ziekte jarenlang alvorens door te breken. De therapie voor mensen met een langdurige eetstoornis is niet gericht op genezen maar op zoveel mogelijk hun levenskwaliteit te verbeteren.