Vijf maanden na een overlijden moeten de erfgenamen een aangifte van nalatenschap indienen. Op elk bestanddeel van het actief moet een waarde worden gekleefd, dus ook op de gezinswoning.
...

Vijf maanden na een overlijden moeten de erfgenamen een aangifte van nalatenschap indienen. Op elk bestanddeel van het actief moet een waarde worden gekleefd, dus ook op de gezinswoning. De woning moet aangegeven worden voor zijn verkoopwaarde op de datum van het overlijden. Dit is de normale marktwaarde, dus de prijs waarvoor het goed zou verkocht worden in normale omstandigheden na een gebruikelijke publiciteit. Het zijn dus de aangevers die de woning schatten. De fiscus controleert deze schatting. LET OP! Als de erfgenamen de woning te laag schatten, riskeren ze een fiscale boete van éénmaal het aanvullende successierecht. Maar die is alleen verschuldigd indien het tekort minstens 1/8ste van de aangegeven waarde bedraagt. Bovendien wordt de wettelijke boete verminderd op grond van een bij koninklijk besluit vastgelegd barema dat de ontvanger moet toepassen (behalve bij fraude). Vindt de ontvanger dat een goed te laag geschat werd, dan verwittigt hij de erfgenamen. Die kunnen hun schatting verdedigen en tot een minnelijk akkoord komen. Raken ze het niet eens, dan komt er - ten laatste 2 jaar na het indienen van de aangifte - een controleschatting door een deskundige wiens oordeel over de schatting in principe definitief is. WEETJE: Na de betekening van het schattingsverslag hebben de erfgenamen en de ontvanger 1 maand om beroep in te stellen bij de rechtbank. Stel: u erft een huis en schat het in de aangifte van nalatenschap op euro 200.000. Negen maanden na het overlijden wordt het echter verkocht voor euro 250.000. De ontvanger van de successierechten kan tot 2 jaar na het indienen van de aangifte van nalatenschap terugkomen op deze schatting. U riskeert dus bijkomende successierechten te moeten betalen op euro 50.000, vermeerderd met de boete wegens tekortschatting. U kunt ook het ouderlijk huis gedurende 2 jaar verhuren en pas daarna verkopen. Krijgt u na die 2 jaar een hogere prijs dan geschat, dan kan de fiscus daar niets meer tegen inbrengen. Om problemen met de fiscus te voorkomen, kunnen de erfgenamen vóór het indienen van de aangifte van nalatenschap de waarde van bepaalde roerende of onroerende goederen die in België liggen laten schatten door een deskundige die de fiscus aanstelt. De erfgenamen betalen de kosten van de schatting. De aanvraag moet ingediend worden via een aangetekend schrijven aan de ontvanger van het kantoor waar de aangifte moet worden ingediend en voor het verstrijken van de indieningtermijn van de aangifte (binnen de vijf maand na het overlijden). Het grote voordeel van de voorafgaande schatting is dat de fiscus de aangegeven waarde door de deskundige later niet meer kan betwisten. Dus geen bijkomende successierechten of boetes, ook al verkopen de erfgenamen binnen de 2 jaar het huis voor een hogere prijs dan de geschatte.