Ieder jaar slaken we een zucht bij het zien van de aangifte in de personenbelasting. Niet zozeer omdat we moeten bijbetalen (heel wat gezinnen zullen voor het inkomstenjaar 2004 geld terugkrijgen van de fiscus), maar wel omdat het lezen en invullen van het formulier niet altijd even eenvoudig oogt.
...

Ieder jaar slaken we een zucht bij het zien van de aangifte in de personenbelasting. Niet zozeer omdat we moeten bijbetalen (heel wat gezinnen zullen voor het inkomstenjaar 2004 geld terugkrijgen van de fiscus), maar wel omdat het lezen en invullen van het formulier niet altijd even eenvoudig oogt. Het invoeren van de elektronische belastingaangifte zou de zaken moeten vereenvoudigen. Het voordeel is dat het computerprogramma automatisch bepaalde fouten opspoort en de gebruiker enigszins helpt bij het invullen. Wie al eens een elektronische aangifte indiende, kan dit dit jaar opnieuw doen, met dezelfde codes en paswoorden als de vorige keer. Wie nog geen paswoord heeft, moet zich eerst registreren op www.taxonweb.be. In 2004 trad de laatste en meest ingrijpende fase van de hervorming van de personenbelasting in werking, met als kers op de taart de gelijkschakeling van gehuwden en wettelijk samenwonenden en de decumul van hun inkomsten. Daardoor wordt het wel even wennen aan het uitzicht van de aangifte. Alle inkomsten van gehuwden en wettelijk samenwonenden moeten vanaf nu namelijk in afzonderlijke kolommen worden aangegeven, één kolom per partner. Het is dus belangrijker dan vroeger dat u weet wie van u beiden wát moet aangeven. Het huwelijksvermogen Om te weten wie wát aangeeft, moeten gehuwden weten hoe hun huwelijksvermogen verdeeld is. Het is namelijk het huwelijksvermogensrecht dat de bezittingen en schulden tussen echtgenoten regelt. Daarbij zijn er twee mogelijkheden: ofwel is een goed van beide echtgenoten, ofwel van één van beide. In België kan een echtpaar kiezen tussen 3 verschillende stelsels: het wettelijk stelsel, de scheiding van goederen en de algehele gemeenschap van goederen. De wet bepaalt dat al wie huwt zonder contract onder het wettelijk stelsel valt. n Het wettelijk stelsel verdeelt de bezittingen in 3 groepen: het eigen vermogen van elke echtgenoot (groep 1 en 2) en het gemeenschappelijk vermogen (groep 3). Eigen is wat een van de partners reeds bezat vóór het huwelijk (spaargeld, bouwgrond, een auto... maar ook - en niet onbelangrijk! - de schulden). Eigen zijn ook de eventuele erfenissen en schenkingen die een echtgenoot krijgt na het huwelijk. Gemeenschappelijk zijn alle aanwinsten van na het huwelijk. Gevolg voor de aangifte: elke echtgenoot moet de inkomsten uit zijn eigen vermogen aangeven, plus de helft van de gemeenschappelijke inkomsten. n Bij een scheiding van goederen zijn er slechts 2 vermogens: dat van de ene en dat van de andere echtgenoot. Toch is het niet uitgesloten samen iets aan te kopen, in 'onverdeeldheid'. Gevolg voor de aangifte: ook hier moet elke echtgenoot zijn eigen inkomsten aangeven. Inkomsten uit een onverdeelde eigendom worden door ieder voor de helft aangegeven. n Bij een algehele gemeenschap is alles gemeenschappelijk. Ongeacht de manier waarop de echtgenoten iets verkrijgen, behoren de goederen steeds voor de helft aan beide echtgenoten. Gevolg voor de aangifte: elke echtgenoot moet in dit geval de helft van de inkomsten aangeven. SamenwonendenWat de behandeling door de fiscus betreft, zijn er sinds 1 januari 2004 in feite twee categorieën: enerzijds de alleenstaanden en feitelijk samenwonenden (dit zijn samenwonenden die geen verklaring van samenwoning hebben afgelegd bij de burgerlijke stand), anderzijds de gehuwden en wettelijk samenwonenden (samenwonenden die wél zo'n verklaring hebben afgelegd). Voor deze wettelijk samenwonenden voorziet de wet in een oplossing die grotendeels gelijkloopt met het stelsel van scheiding van goederen. Bij de belastingaangifte zal elke partner moeten bepalen welke 'zijn' inkomsten zijn en deze aangeven. Gemeenschappelijke inkomsten worden door elk voor de helft aangegeven. LET OP! De samenlevingsvorm op 1 januari van het inkomstenjaar is bepalend voor de manier van belasten. Voor de inkomsten van 2004 is de toestand op 1 januari 2004 van tel. Wie pas op 2 januari 2004 huwde of een samenlevingscontract sloot, wordt voor 2004 nog als alleenstaande belast. WEETJE Als er kinderen ten laste zijn, wordt het belastingvrije inkomen verhoogd met een toeslag. Bij wettelijk samenwonenden wordt deze toeslag, net zoals bij gehuwden, toegekend aan de partner met het hoogste belastbaar inkomen. Vanaf 1 januari 2004 zijn alle kinderen die deel uitmaken van het gezin van wettelijk samenwonenden ook fiscaal ten laste van de partner met het hoogste inkomen. De afstamming speelt geen rol meer. Vanaf 2004 verliezen wettelijk samenwonenden de extra toeslag voor alleenstaanden met kinderen ten laste. Gehuwde of wettelijk samenwonende partners worden voortaan belast op hun 'eigen' inkomsten. Hieronder een overzicht van de verschillende inkomsten en kosten die elk van hen aangeeft. Beroepsinkomstenn Gehuwden en wettelijk samenwonenden moeten om te beginnen hun eigen loon of pensioen, of de nettowinst uit hun eigen activiteiten aangeven. Als slechts één partner een arbeidsinkomen heeft, treedt het zogenaamde huwelijksquotiënt in werking. Hierdoor wordt een beperkt deel van de bezoldiging van de ene echtgenoot naar de andere overgeheveld en apart belast. Ook de zelfstandigen kennen een dergelijke overheveling, namelijk het 'meewerkloon van de meewerkende echt- genoot'. n Voor gepensioneerden maakt de pensioenkas de opsplitsing van de gezinspensioenen, zodat het gehuwden en wettelijk samenwonenden een stuk makkelijker wordt gemaakt om hun aangifte correct in te vullen: zij moeten alleen de bedragen overschrijven die op hun pensioenfiche vermeld worden. n Voor zelfstandigen is het van groot belang dat iedere echtgenoot of wettelijk samenwonende moet voorafbetalen op zijn persoonlijke beroepsinkomsten, vermits de belasting niet langer berekend wordt vanuit het gezinsinkomen maar wel vanuit het gesplitste inkomen van elk der partners. Overdracht van een te veel betaalde som naar de andere partner is niet mogelijk. WEETJE Voor loontrekkenden en gepensioneerden zijn voorafbetalingen enkel interessant als ze naast hun loon of pensioen nog andere inkomsten hebben (lees hierover het artikel in Plus Magazine nr. 203 van maart 2005, p. 78: Voorafbetalingen voor loontrekkenden en gepensioneerden? Soms loont het de moeite!). Wat de bedrijfsvoorheffing betreft, moeten ze wel schriftelijk aan hun werkgever melden voor wie van beiden met de personen ten laste rekening zal worden gehouden. Veelal is dit de partner met het hoogste inkomen. Aftrekbare kostenWie geen werkelijke kosten aantoont, krijgt automatisch een forfaitaire aftrek. Voor loontrekkenden bedraagt deze 25 % voor inkomsten tot euro 4570 bruto. Voor hogere inkomsten daalt het forfait trapsgewijs naar 3 % (voor inkomsten tot euro 15.110). De forfaitaire aftrek bedraagt maximaal euro 3050. U kunt steeds kiezen om uw kosten te bewijzen maar maak eerst een vergelijking tussen het forfait en wat u werkelijk kunt bewijzen, zodat u geen nodeloos papierwerk verricht. Wie kiest voor het aftrekken van zijn werkelijke kosten, houdt rekening met volgende nieuwigheden voor inkomstenjaar 2004: n restaurantkosten: zakendiners met klanten zijn voor 62,5 % aftrekbaar n beroepskledij: alleen de uitgaven voor specifieke beroepskledij zijn aftrekbaar (stofjassen, overalls, uniformen). Motorrijders die hun motor gebruiken voor hun beroep mogen hun veiligheidskleding (lederen vest, laarzen, helm e.d.) als beroepskost aftrekken. n verplaatsingskosten: wie met de eigen wagen aan het woon-werkverkeer deelneemt, en zijn werkelijke kosten in rekening brengt, heeft recht op een aftrek van euro 0,15 per km, niets meer en niets minder, maar het aantal kilometers is onbeperkt. Wie andere verplaatsingswijzen gebruikt (te voet, met de fiets...) heeft recht op dezelfde aftrek (euro 0,15 per km) met een maximum van 50 kilometer enkele rit, dus 100 km heen en weer. Een en ander wordt verder toegelicht in een richtlijn die de fiscus publiceerde in 2004 en waarin ook concrete voorbeelden worden gegeven. U kunt ze raadplegen op het internet: www.fisconet.be. WEETJE Werknemers die hun eigen vervoermiddel gebruiken voor dienstverplaatsingen kunnen de kosten daarvan belastingvrij recupereren. De terugbe-taling mag forfaitair gebeuren, op basis van de kilometervergoeding die de staat aan zijn ambtenaren betaalt. Die bedroeg tot 1 juli 2004 euro 0,2754 per kilometer, vanaf 1 juli 2004 is dat euro 0,2771. Deze 'kosten eigen aan de werkgever' staan afzonderlijk vermeld op de loonfiche en moeten niet worden aangegeven. Onroerende inkomstenWaar voorheen alle onroerende inkomsten per gezin samen werden aangegeven, moet nu de opdeling per partner worden gemaakt, volgens het burgerlijk recht. Voor wie geen huwelijkscontract heeft: onthoud dat alle inkomsten uit onroerende goederen gemeenschappelijk zijn, ook als ze voortkomen uit een eigen goed. Roerende inkomstenDe inkomsten uit spaardeposito's zijn tot euro 1520 vrijgesteld van belasting. Door de decumul geldt deze vrijstelling voor elk van de echtgenoten of wettelijk samenwonenden, ook als er slechts 1 deposito werd geopend op naam van beide echtgenoten of partners! Diverse inkomsten: onderhoudsgeldAls belastingplichtige A onderhoudsuitkeringen aftrekt, moet belastingplichtige B deze netjes aangeven. Van de inkomsten van A wordt 80 % van het betaalde bedrag afgetrokken. B wordt op die 80 % belast. U geeft de bedragen aan 100 % aan, de fiscus berekent de 80 %. Onderhoudsuitkeringen aan kinderen hebben ook gevolgen voor hun statuut van persoon ten laste. Sinds enkele jaren moeten onderhoudsuitkeringen in bepaalde mate niet worden meegeteld in hun bestaansmiddelen. In 2004 wordt onderhoudsgeld tot euro 2490 niet meegerekend. Fiscale drempelsZoals elk jaar werden een aantal fiscale drempels aangepast aan de index. n Pensioensparen wordt tot euro 610 aftrekbaar, ongeveer euro 10 meer dan vorig jaar. n PWA-cheques kunnen tot euro 2200 in mindering worden gebracht, dat is euro 30 meer dan voor het inkomstenjaar 2003. n Giften zijn nog steeds aftrekbaar vanaf euro 30 op voorwaarde dat zij werden overgemaakt aan een erkende instelling die er een fiscaal attest voor uitreikte. Ook de belastingschijven werden geïn-dexeerd, zodat meer inkomsten aan een lager tarief worden belast. De belastingtarieven voor de inkomsten van 2004 zijn: 25 % tot euro 6.950 per jaar 30 % tot euro 9.892 per jaar 40 % tot euro 16.480 per jaar 45 % tot euro 30.210 per jaar 50 % vanaf euro 30.210 per jaar n A Annemie Baekelandt