De meerderjarige zoon van één van uw vrienden studeert nog en heeft een discussie met zijn ouders over de vraag of zij nog verder zijn studies en onkosten moeten betalen. Of: Een gescheiden koppel ruziet over wie hoeveel moet bijdragen in het kot van de zoon...
...

De meerderjarige zoon van één van uw vrienden studeert nog en heeft een discussie met zijn ouders over de vraag of zij nog verder zijn studies en onkosten moeten betalen. Of: Een gescheiden koppel ruziet over wie hoeveel moet bijdragen in het kot van de zoon... Bij het oplossen van dergelijke discussies moet voortaan rekening gehouden worden met een nieuwe wet die sinds 1 augustus 2010 van toepassing is. Zij geldt zowel voor zaken die vanaf 1 augustus aanhangig werden gemaakt bij de rechtbank als voor wijzigingen van vroegere regelingen die na die datum worden aangevraagd bij de rechtbank (omdat de omstandigheden gewijzigd zijn). Wat het niét is geworden... Het was de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever een systeem in te voeren om onderhoudsgelden objectiever te begroten. Zeg maar: een vast systeem om de alimentatie te bepalen. Zover is het niet gekomen. Wat het wél is geworden... Voortaan wordt in de wet expliciet aangegeven met welke financiële gegevens de rechter rekening kan houden bij het bepalen van de bijdrage van elk van de ouders. In de wet staat dat elke ouder "naar evenredigheid van zijn middelen" moet bijdragen in het levensonderhoud van zijn kinderen. Wat die middelen zijn, wordt ook verduidelijkt. Inkomsten De rechter houdt niet enkel rekening met de officiële inkomsten van de partijen zoals die blijken uit de belastingaanslag. Ook andere zaken mogen in aanmerking worden genomen: voordelen in natura (bijv. een bedrijfswagen, dat een zelfstandige in de woning van de zaak woont,...), gelden die een zaakvoerder van een vennootschap aan zichzelf laat uitkeren tot zelfs zwarte inkomsten toe zogenaamde tekenen en indiciën: bijv. dat iemand met een grote wagen rondtoert of in een mooie villa woont andere inkomsten dan die uit arbeid: uit beleggingen (intresten van een spaarboekje of kasbons), uit onroerende goederen (bijv. huurgeld),... de mogelijkheden die één van de ouders onbenut laat. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ouder die deeltijds werkt, hoewel hij perfect voltijds aan de slag zou kunnen gaan. WEETJE Hoewel deze criteria vroeger niet expliciet in de wet stonden, hielden heel wat rechters er toch al rekening mee. Verblijf van het kindIs er discussie tussen de ouders, dan wordt ook rekening gehouden met het verblijf van het kind om te bepalen of de ene ouder (meer) moet betalen aan de andere. LET OP! Het is niet omdat het kind evenveel verblijft bij elk van de ouders (bijv. in het kader van een week-weekregeling ) dat er sowieso geen sprake zal zijn van een onderhoudsuitkering. Zelfs bij een gelijkmatig verdeeld verblijf kan het perfect gebeuren dat de meerverdienende ouder een onderhoudsuitkering moet betalen aan de ouder die over minder financiële middelen beschikt. Oplopende kostenAls kinderen ouder worden, lopen de onkosten (voor schoolmateriaal, kleding, vrije tijd,...) meestal op. Om te vermijden dat de gescheiden ouders telkens opnieuw naar de rechtbank zouden moeten stappen om een wijziging van de regeling te bekomen, laat de nieuwe wet toe toekomstige discussies uit te sluiten. Meer bepaald kan de rechter - als dit in het belang is van het kind - op vraag van één van de partijen beslissen dat de onderhoudsbijdrage van rechtswege verhoogd wordt in de door hem bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld op het moment dat het kind hogere studies aanvat). Bovendien wordt de onderhoudsuitkering jaarlijks geïndexeerd volgens een in de wet bepaalde formule, al kunnen de rechter en de partijen (bij overeenkomst) daarvan afwijken. Buitengewone kostenLos van de onderhoudsbijdrage op zich wordt veelal ook een regeling getroffen over de bijdrage van elke ouder in de buitengewone kosten voor de kinderen. Dit kan zowel in een akte echtscheiding onderlinge toestemming, als in een vonnis. De nieuwe wet omschrijft deze buitengewone kosten als: " uitzonderlijke, noodzakelijke of onvoorzienbare uitgaven die voortvloeien uit toevallige of ongewone gebeurtenissen en die het gebruikelijke budget voor het dagelijks onderhoud van het kind dat desgevallend als basis diende voor de vaststelling van de onderhoudsbijdragen, overschrijden". Een typisch voorbeeld hiervan is een dure medische behandeling die het kind moet ondergaan. De bijdrage daarin moet proportioneel zijn ten opzichte van het respectieve aandeel van elk van de ouders in hun samengetelde middelen. Zo is het bijvoorbeeld perfect mogelijk dat de financieel meer draagkrachtige ouder meer dan de helft of zelfs het volledige bedrag van deze buitengewone kosten op zich moet nemen. De ouder die een onderhoudsuitkering voor zijn kinderen moet betalen, heeft wel eens het gevoel dat de andere ouder het geld eerder voor zichzelf gebruikt dan voor de kinderen. Ook op dit vlak brengt de wet een wijziging aan: één van de ouders kan aan de rechter vragen dat deze oplegt om te werken met een kindrekening. Dit is een rekening die speciaal geopend wordt om de uitgaven in verband met de kinderen te betalen. Belangrijk: ook al staat de rekening op naam van de ouders, toch kunnen hun eventuele schuldeisers niet aan dit geld, omdat het expliciet bedoeld is voor de kinderen. Als de rechter beslist dat er een kindrekening moet worden geopend, dan zal hij ook bepalen hoe ze moet worden gespijsd en hoeveel elke ouder erop moet storten. Bovendien wordt aangegeven welke uitgaven met de rekening worden betaald en hoe toezicht wordt gehouden op deze uitgaven. Verder wordt ook een regeling getroffen over hoe moet worden bijgepast als het saldo op de rekening op een bepaald ogenblik niet zou volstaan en wat er moet gebeuren met eventuele overschotten. Mensen hebben wel eens het gevoel dat anderen die zich in een op het eerste gezicht vergelijkbare situatie bevinden, afhankelijk van de rechter die de zaak behandelt een totaal ander alimentatiebedrag moeten betalen dan zijzelf. Ook is het niet altijd even duidelijk wat de redenering was van de rechtbank bij het bepalen van het bedrag dat wordt toegekend. Ook hier tracht de nieuwe wet een oplossing te bieden. Voortaan is de rechter verplicht zijn uitspraak grondig te motiveren. In de rechterlijke beslissing moeten een aantal vermeldingen staan. Tenzij er sprake is van een akkoord van de ouders, moet in het vonnis o.a. verplicht vermeld worden welk bedrag aan middelen door de rechter in hoofde van de beide ouders in aanmerking werd genomen, hoe de verblijfsregeling van het kind is, wat de gewone kosten zijn waaruit het budget van het kind is samengesteld, welke inkomsten elk van de ouders eventueel ontvangt uit het genot van de goederen van het kind, en zo meer. Jan Roodhooft, advocaat