Op 18 april kwam André Menu in het Everest-basiskamp aan samen met twee Sherpa's en twee koks. Deze keer wilde hij geen enkel risico nemen. Drie jaar geleden had hij zijn eerste poging moeten staken door een gebrek aan ondersteuning en voorbereiding. Dit jaar nam hij meerdere weken de tijd om in fasen aan de hoogte te wennen. Op 20 mei, 50 jaar na Hillary en Tenzing, was het dan zo ver: de top was in zicht.
...

Op 18 april kwam André Menu in het Everest-basiskamp aan samen met twee Sherpa's en twee koks. Deze keer wilde hij geen enkel risico nemen. Drie jaar geleden had hij zijn eerste poging moeten staken door een gebrek aan ondersteuning en voorbereiding. Dit jaar nam hij meerdere weken de tijd om in fasen aan de hoogte te wennen. Op 20 mei, 50 jaar na Hillary en Tenzing, was het dan zo ver: de top was in zicht. "Ons laatste kamp was op 8300 meter hoogte", begint Menu het verhaal van de laatste 24 uur. "'s Avonds in mijn tent heb ik geprobeerd me te ontspannen en weer op krachten te komen. Maar dat wilde niet lukken. Alles in mijn hoofd tolde en ik kreeg niet genoeg lucht. Mijn hart pompte zonder ophouden. Het gevaar û of erger û lag op de loer, dat voelde ik. Toen besloot ik mijn zuurstofmasker een eerste keer op te zetten, op een minimumvolume. Ik had vijf flessen bij me, elk met een autonomie van 3 uur. Urenlang zette ik het masker nu eens op en dan weer af. Dat lange gevecht van opwinding en halfslaap bleek niet vergeefs. Ik voelde mijn krachten terugkeren, alsof mijn armen en benen uit een soort van verdoving ontwaakten. Ook mijn hoofd werd helderder. Ik voelde me herboren worden en in staat om te vertrekken. Om 2 uur 's nachts heb ik dan besloten ervoor te gaan, in het gezelschap van Dawa Sherpa. Eerst heb ik nog een maximum aan energie ingenomen in de vorm van gevriesdroogde voeding en lauwe thee. Toen we vertrokken was de nacht helder. We zagen de maan en het was niet te koud. Op tien minuten tijd hadden mijn ogen zich aan de duisternis aangepast. Ik was er helemaal klaar voor.""Ik moest maar weinig gewicht meesleuren, alleen een zuurstoffles van ongeveer 3 kg en mijn Kamel Black-drinkbus vol gloeiendhete thee. Dawa Sherpa droeg de andere flessen. Toch voelde ik al snel de beklemming in mijn borst en mijn hartslag die op hol sloeg. Ik kon niet anders dan geregeld stoppen om uit te blazen. Op een gegeven moment leek het alsof mijn benen mijn lichaam niet meer wilden dragen, alsof heel mijn lichaam zich telkens uit de sneeuw moest trekken. Ademen op die hoogte wordt schrokkerig happen naar leven via de zeer droge zuurstof van de flessen. Maar uiteindelijk overwint de verbetenheid om vol te houden en je fysieke grenzen te verleggen, ondanks alles. Makkelijk ging dat nochtans niet. Om de top van de noorderwand te bereiken moet je over drie uitsteeksels van rots en ijs geraken. De eerste en derde uitsprong leveren voor een getraind alpinist geen zware problemen op, maar de tweede is een verschrikking. Het is zonder meer een wand van ijs die eindeloos boven je hoofd lijkt uit te steken. Niet toevallig hebben Irving en Mallory hier hun leven verloren in 1924. En de verroeste en wankele ijzeren ladder die de Chinezen hier 25 jaar geleden geplaatst hebben, is niet van aard om je veel extra vertrouwen te bezorgen.""Het klinkt ongelooflijk en toch is het waar: drie - vier expedities vormden een heuse file aan deze tweede ijswand om de beklimming aan te vangen. Bovendien vorderde de klimmer drie meter boven mij ontzettend traag. Dat maakte me eerst zenuwachtig want ik ben niet echt een geduldig mens. En de minuten van goede zichtbaarheid zijn daarboven heel kostbaar. IJsdruppels kunnen zich op elk moment op het touw vastzetten en het zelfblokkerende handvat doen wegglijden. Toch werd die traagheid uiteindelijk mijn redding. Bij het laatste stuk van de klim begonnen mijn armen te trillen. Uit ervaring weet ik dat je krachten dan helemaal op zijn. Maar omdat ik moest wachten, kon ik mijn benen telkens een paar seconden vastzetten zodat ik mijn armen kon ontspannen. Ineens was ik op de top, zonder het goed te beseffen, want ik voelde me een beetje groggy. Toch was ik voldoende bewust om niet lang boven de blijven. Net geteld vijf minuten om de witte Himalajatoppen met hun blauwe tinten te bewonderen. Dawa Sherpa wees me de Nuptse en de Lhotse aan, maar ik wou zo snel mogelijk aan de terugweg beginnen. Ik heb er zelfs niet aan gedacht me te laten vereeuwigen op de traditionele foto. Ik wou heelhuids terugkeren en dacht vooral aan de moeilijkheden die me nog te wachten stonden bij de afdaling. Het weer aan de top kan immers in een mum van tijd veranderen. Alsof Moeder Aarde zelf en alle goden van de natuur ons hier willen dwingen tot meer respect en stilte...""Ik wou in één keer afdalen tot 7500 meter, maar dat bleek te optimistisch. Op 8300 meter ben ik uitgeput in mijn slaapzak gedoken. Dawa Sherpa kwam me echter meteen wakker schudden: Eerst eten en drinken, André! Een zeer wijze aansporing, hoewel ik alleen zin had om te slapen. 's Anderendaags ben ik heel langzaam aan de terugtocht begonnen. Beneden, in het basiskamp, zeiden mijn kennissen me dat ik veel trager liep en sprak dan ze van mij gewoon waren. Je ogen zien er verwilderd uit, vertelden ze. Je kijkt precies altijd naar binnen, zei mijn vrouw Lucille toen ik haar terugzag in België. Twee weken lang heb ik me elke dag met grote moeite uit mijn bed moeten hijsen, terwijl ik normaal alles behalve een luiaard ben. Van de Everest herstel je maar beetje bij beetje, weet ik nu. Het maakt je nederig." A Ludo Hugaerts, Marc Welsch