Overschakelen op generische en goedkope geneesmiddelen scheelt voor de consument - zeker als hij continu medicatie nodig heeft - een flinke slok op de borrel. Toch blijven er nog heel wat misverstanden en twijfels bestaan over generieken. Zijn deze kopiegeneesmiddelen wel even doeltreffend en veilig? Apothekers Frie Niesten en Luc Hutsebaut (Christelijke Mutualiteiten) geven een antwoord op een aantal veel gestelde vragen.
...

Overschakelen op generische en goedkope geneesmiddelen scheelt voor de consument - zeker als hij continu medicatie nodig heeft - een flinke slok op de borrel. Toch blijven er nog heel wat misverstanden en twijfels bestaan over generieken. Zijn deze kopiegeneesmiddelen wel even doeltreffend en veilig? Apothekers Frie Niesten en Luc Hutsebaut (Christelijke Mutualiteiten) geven een antwoord op een aantal veel gestelde vragen. Een bedrijf dat een nieuw geneesmiddel ontwikkelt, krijgt gedurende 20 jaar na het ontdekken van de werkzame stof een patent of alleenrecht om dat middel te produceren en te verkopen. Nadien mogen ook andere bedrijven kwalitatieve kopieën van het geneesmiddel maken en op de markt brengen, weliswaar onder een andere naam. Ze moeten ook kunnen bewijzen dat hun geneesmiddel hetzelfde effect oplevert. De kopie moet bovendien minstens 31% goedkoper zijn dan het origineel wil ze van terugbetaling kunnen genieten. Zijn al deze voorwaarden vervuld, dan wordt dit medicament aangeduid als een generisch geneesmiddel of generiek. Daarnaast zijn er ook goedkope geneesmiddelen die geen generieken zijn. Dat zijn originele geneesmiddelen waarvan het patent verlopen is en waarvan de producent zelf de prijs laat zakken tot hetzelfde niveau (of lager) als dat van de generieke tegenhanger. Dit zorgt ervoor dat in een aantal gevallen het originele geneesmiddel vandaag goedkoper is dan de generiek. Het oude mantra dat generische middelen altijd de goedkoopste zijn, gaat dus niet meer op. Maar het is wel de verdienste van de generieken dat er concurrentie en bijgevolg prijsdalingen zijn gekomen. Generieken worden soms nogal pejoratief bestempeld als 'witte producten', naar analogie met goedkope voedingsproducten. Maar dat beeld klopt niet. Kwalitatief zijn generieken van exact hetzelfde niveau als het originele middel. Kwaliteitseisen en controles zijn voor deze middelen even streng als voor merkgeneesmiddelen. Het federaal geneesmiddelenagentschap ziet daar nauwgezet op toe. De kleur, vorm en verpakking van generieken verschillen wel van het origineel maar de werking is identiek. Generieke middelen moeten dat ook uitvoerig bewijzen voor ze een vergunning krijgen om op de markt te komen. In de praktijk is het zelfs zo dat heel wat generieken op dezelfde productielijnen worden vervaardigd als de originele. Alleen worden ze nadien in andere doosjes of blisters gestopt. Ook de doseringen blijven dezelfde. Wie overschakelt naar een generiek zal dus niet ineens meer of minder medicatie moeten nemen. Soms bieden generische geneesmiddelen wel extra doseringen aan om aan een bepaalde vraag tegemoet te komen. De werkzame stoffen of moleculen zijn inderdaad identiek. Maar daarnaast bevatten geneesmiddelen ook hulpstoffen die nodig zijn om de werkzame stof te kunnen omvormen tot een pil, siroop of andere. Het zijn vulmiddelen die de patiënt moeten helpen om zijn medicament comfortabel in te nemen. Als een patiënt 25 mg werkzame stof moet slikken is er een omhulsel nodig om die te kunnen toedienen. Hulpstoffen zijn vaak goed bewaarde fabrieksgeheimen die van bedrijf tot bedrijf verschillen. Generieken kunnen andere hulpstoffen bevatten dan het originele geneesmiddel. Maar deze hulpstoffen zijn verplicht neutraal: ze hebben geen enkele invloed op de patiënt of de werking van het geneesmiddel. Er bestaan wel enkele hulpstoffen die in zeldzame gevallen - bijvoorbeeld bij allergie- of diabetespatiënten - niet aangewezen zijn, maar die zijn heel strikt gereglementeerd. Het zijn uitzonderingen die trouwens zowel bij generische als originele geneesmiddelen kunnen voorkomen. Apothekers kennen die hulpstoffen. Bij twijfel kunt u er altijd naar vragen. Dat is een groot voordeel in ons land. Hier staan alle ingrediënten van een geneesmiddel uitvoerig op de bijsluiter vermeld. In plaats van de merknaam van een geneesmiddel schrijft de arts de naam van de werkzame stof op zijn voorschrift. Dat laat de apotheker toe om de patiënt een goedkoop of een generisch geneesmiddel mee te geven. Vandaag moeten artsen al een minimum aantal voorschriften op stofnaam afleveren. Op die manier wordt het gebruik van goedkope geneesmiddelen verder aangemoedigd. Heel wat generieken gebruiken de stofnaam als benaming voor hun geneesmiddel. Dat heeft het voordeel dat je als consument meteen ziet dat het om gelijkaardige producten gaat, ook al zijn ze anders verpakt. Aan de hand van stofnamen herken je ook de verwantschap tussen groepen geneesmiddelen. Dat gebruik is nog lang niet ingeburgerd. Stofnamen zijn soms ingewikkeld en liggen daardoor een stuk moeilijker in de mond dan merknamen. Acetylsalicylzuur bekt bijvoorbeeld heel wat minder vlot dan aspirine. Dat is ook een van de redenen waarom er merknamen zijn. Normaal gezien geeft dat geen therapeutisch verschil. Op psychologisch vlak, daarentegen, kan er wel een effect zijn. Sommige patiënten hebben er moeite mee dat de verpakking en naam van hun vertrouwde middel verandert, of dat de pil die ze gewend zijn te nemen ineens een andere kleur, vorm, geur of smaak heeft. Ook al bevat ze dezelfde werkzame stoffen. Dat kan tot verwarring leiden, zeker bij mensen die verschillende soorten medicatie moeten nemen. Wie het daar moeilijk mee heeft, praat er best over met de dokter of apotheker, zodat die hem goed kan begeleiden bij de overschakeling. Goede informatie is hierbij heel belangrijk. Onderzoek bevestigt dat psychologie een rol speelt bij medicatiegebruik. Bij een studie rond slaapmiddelen werden tabletten in rode, witte en blauwe vorm aan testpersonen gegeven. Na afloop meldden de proefpersonen dat de blauwe pillen het beste resultaat gaven, de rode het slechtste. Achteraf werd bekendgemaakt wat de inhoud van de pillen was: ze bevatten uitsluitend suiker. Psychologie speelt dus inderdaad een rol. In theorie zijn er goedkope geneesmiddelen mogelijk voor alle geneesmiddelengroepen, op voorwaarde dat het patent verlopen is. Dat alleenrecht kan in bepaalde gevallen worden verlengd als er bijkomende indicaties worden onderzocht. Bijvoorbeeld voor specifieke patiëntengroepen: kinderen of mensen met chronische aandoeningen zoals nier-insufficiëntie, hartziekten enz. Daarnaast speelt natuurlijk de markt mee. Geneesmiddelen die door grote groepen mensen worden genomen, zijn veel interessanter voor producenten van generieken dan heel specifieke medicatie of geneesmiddelen met een laag omzetcijfer. Generieke neusdruppels of neussprays zal je moeilijk vinden omdat die te weinig opbrengst genereren. Je vindt ze wel vaak als eigen product van de apotheker die ze magistraal bereidt. Categorieën met een groot generiek aanbod zijn onder meer anticonceptiemiddelen, pijnstillers, anti-diarreemiddelen, cholesterolverlagende middelen, medicatie voor hart- en vaatziekten enz. Ook in de behandeling van kanker maken generieken nu hun intrede. Dat is vrij nieuw en zorgt ervoor dat de dure behandelingen betaalbaar kunnen blijven. Integendeel. Er is een patentperiode voorzien van 20 jaar. Ruim voldoende voor farmaceutische bedrijven om hun investeringen terug te verdienen en nieuw onderzoeksgeld te genereren. Die tijdslimiet zorgt er net voor dat de zoektocht naar nieuwe middelen extra wordt gestimuleerd. Er zijn immers steeds opvolgers nodig om verse inkomsten te genereren. Bovendien voeren ook heel wat bedrijven van generische geneesmiddelen zelf fundamenteel onderzoek naar nieuwe medicatie. Kari Van HoorickKwaliteitseisen en controles zijn voor generische geneesmiddelen even streng als voor merkmedicatie. Generieken bevatten soms andere hulpstoffen dan merkgeneesmiddel. De werkzame stof is dezelfde. De er nu ook generische geneesmiddelen zijn tegen kanker maakt de behandeling minder duur.