1. Wat is een uitstrijkje?

Een uitstrijkje is een onderzoek waarbij de arts een speculum (eendenbek) in de schede (vagina) brengt zodat de baarmoederhals zichtbaar wordt. Met een houten spatel of een borsteltje neemt hij cellen van de baarmoederhals af en strijkt die uit op een glazen plaatje dat onder de microscoop wordt onderzocht. Het maken van een uitstrijkje is niet pijnlijk, hooguit vervelend. Bij een normaal uitstrijkje is de kans op baarmoederhalskanker miniem. Worden er afwijkende cellen aangetroffen die wijzen op een voorstadium, dan is er een kleine kans dat dit later tot baarmoederhalskanker zal ontwikkelen. Een behandeling van zo'n ...

Een uitstrijkje is een onderzoek waarbij de arts een speculum (eendenbek) in de schede (vagina) brengt zodat de baarmoederhals zichtbaar wordt. Met een houten spatel of een borsteltje neemt hij cellen van de baarmoederhals af en strijkt die uit op een glazen plaatje dat onder de microscoop wordt onderzocht. Het maken van een uitstrijkje is niet pijnlijk, hooguit vervelend. Bij een normaal uitstrijkje is de kans op baarmoederhalskanker miniem. Worden er afwijkende cellen aangetroffen die wijzen op een voorstadium, dan is er een kleine kans dat dit later tot baarmoederhalskanker zal ontwikkelen. Een behandeling van zo'n voorstadium kan een veel grotere ingreep voor kanker vele jaren later voorkomen. Alle vrouwen tussen 25 en 65 jaar zouden regelmatig een uitstrijkje moeten laten maken. Een jaar na een eerste uitstrijkje volgt een controle-uitstrijkje. Als ook dat normaal is, moeten de uitstrijkjes om de drie jaar herhaald worden tot 65 jaar. Na die leeftijd is de kans om baarmoederhalskanker te ontwikkelen bijzonder klein. Tussentijds bloedverlies of bloedverlies na gemeenschap kan een reden zijn om een extra uitstrijkje te laten maken. Op 100 vrouwen zonder klachten die een uitstrijkje laten maken, is dit bij 5 afwijkend. De arts gaat dan sneller over tot de uitvoering van een controle-uitstrijkje. Hij kan ook een colposcopie (een onderzoek waarbij de baarmoederhals uitvergroot onderzocht wordt) uitvoeren of een biopsie (een weefselstaal) nemen. Een afwijkend uitstrijkje is echter niet meteen een reden tot paniek. Bij meer dan de helft van de vrouwen met een licht afwijkend uitstrijkje wordt zelfs geen voorstadium van kanker gevonden, laat staan kanker. Zelfs bij sterker afwijkende uitstrijkjes blijft de kans op baarmoederhalskanker nog steeds klein. De belangrijkste risicofactor is een infectie met het humaan papillomavirus (HPV, aanwezig in ruim 90 % van de gevallen), dat doorgegeven wordt bij seksueel contact. Bij vele vrouwen geneest de infectie (die geen klachten geeft) spontaan, maar sommige vrouwen blijven het virus bij zich dragen. Dat geeft een verhoogde kans op baarmoederhalskanker. Maar dat betekent niet dat iedereen die drager is van het virus ook baarmoederhalskanker zal ontwikkelen. Hierbij speelt de natuurlijke afweer een rol, roken verdubbelt de kans en langdurig pilgebruik zou het risico zelfs verviervoudigen. Als er afwijkende cellen zijn, dan wordt bepaald in welk stadium deze zich bevinden. Een voorstadium van baarmoederhalskanker is goed te behandelen met koude (cryotherapie), met laser- of elektro- chirurgie of door conisatie (het heelkundig verwijderen van een kegelvormig stukje baarmoederhals, tegenwoordig minder frequent). Gaat het om een kanker dan wordt meestal de baarmoeder verwijderd, eventueel met radiotherapie en/of chemotherapie. Het dragen van een condoom biedt bescherming tegen overdracht van het HPV-virus, maar zelfs bij vrouwen die nog geen seksueel contact hebben gehad wordt het soms aangetroffen. Ook wordt er gewerkt aan een vaccin. Momenteel loopt een wereldwijd klinisch onderzoek waaraan duizenden vrijwilligers deelnemen. Leen Baekelandt