Edouard Vermeulen "Elegantie zit voor 50% in de houding"

Als directeur van het huis Natan probeert hij traditie, vrouwelijkheid en elegantie te verenigen. Zijn collecties verleiden ook gekroonde hoofden zoals de prinsessen Mathilde en Claire.
...

Als directeur van het huis Natan probeert hij traditie, vrouwelijkheid en elegantie te verenigen. Zijn collecties verleiden ook gekroonde hoofden zoals de prinsessen Mathilde en Claire. Natuurlijke materialen. De getrouwe weergave van de materie interesseert me: een brokaat, een fonkeling in de stof, een weefsel dat het dessin van krokodillenleer imiteert... Materies die aangenaam aanvoelen. Wat de kleuren betreft zal de cliënte in een couturehuis altijd zwart, grijs en bruin verkiezen. De terugkeer naar het vrouwelijke, het gesofistikeerde, de jurk. En breiwerk, gecombineerd met andere stoffen. Elk huis volgt zijn eigen lijn, er is geen eenduidige richting meer. Je kunt drie stromingen onderscheiden: de academische stroming gestuwd door de ontwerpers, de commerciële voor de winkelketens en de gesofistikeerde van de couture. Momenteel wordt de trend volledig gestuurd door de media. En de evolutie van de vormen volgt de wet van de defilés. Alles wordt gecreëerd voor mannequins met taille 38 voor 1.75 meter, wat helemaal niet over-eenstemt met de realiteit van de markt. Uniformer dan ooit. Iedereen loopt in jeans! Men kleedt zich op een zaterdag zoals tijdens de week, de grootmoeder hetzelfde als haar kleinkind. Het is simpel: van een kledingstuk wordt verwacht dat het verjongt en verslankt, of anders wil men het niet! Voor mij moet een vrouw luisteren naar zichzelf, haar eigenheid volgen en aandacht besteden aan haar houding. Want zelfs het mooiste kledingstuk zal geen uitstraling hebben bij een vrouw met een slechte houding. De elegantie van een vrouw zit voor 50% in haar houding. Kleding die niet uitsluitend het gemak en het comfort viseert. Want comfortabele kleding veroorzaakt ook een zeker laksheid in onze houding.Jean-Marc Piron ontwerpt al tien jaar voor het Belgische merk Mer du Nord, soms heel betaalbaar maar soms ook zeer gesofistikeerd met veel edele en natuurlijke materialen. Al sinds het begin is onze lijn rijk aan breiwerk en aan zijde met exclusieve prints. Ik hou van aangename stoffen waarmee we deze prints kunnen realiseren én mooie kleuren verkrijgen. Voor de zomer gebruiken we veel katoen en linnen, voor de winter fluweel. Qua kleuren kun je moeilijk zonder bruin, ecru, beige en roze. Blauw komt weer op, en vooral koningsblauw. Verder zal het er nogal braaf aan toegaan: grijs, bruin, zwart, beige, wit, en hier en daar een toets roos of geel, of een vleugje rood. Veel fluweel. En natuurlijk wol. Net als in de technologie, verandert de mode zeer snel. Wat nu een trend is, is dat binnen zes maanden al niet meer. Wat ook opvalt, is dat men tegenwoordig eerder een look koopt, een geheel. Vroeger kocht men eerder een stuk op zich. In België kan iedereen zijn persoonlijkheid uitdrukken en de collecties worden steeds gevarieerder. De vrouw zoekt diversiteit. Ze wil nu eens klassiek en gekleed, dan weer wat meer ongedwongen, en daarna iets heel goedkoops. Eenvoudig is altijd mooi.Kaat Tilley legt al 20 jaar haar artiestenziel in haar werk. Altijd is er wel ergens een verwijzing naar de schilderkunst, het theater of de muziek bij. Ik breng kleuren samen waarvan men doorgaans denkt dat ze niet samengaan. Dit seizoen heb ik veel met blauw, rood en bruin gewerkt. Mijn fetisjkleur is gebroken wit, dat is zachter dan puur wit. Een kleur die rust oproept. Veel zijde met een zigeunereffect, wat een diversiteit van kleuren inhoudt. Vrij, van lichaam en van geest. Ik vind de mode te strikt. Mijn stijl is eerder contrasterend met wat gangbaar is. Een vrouw moet de kleding die ze wil dragen, durven dragen. Ze moet ver-schillende kledingstukken durven mixen en zich vrij voelen om stijlen te mengen. Alles wat een vrouw doet dromen! Françoise Pendville is erin geslaagd haar zin voor elegantie en comfort te vertalen in creaties met een ultravrouwelijke snit. Ze staat voor mode doorheen de seizoenen. Van in het begin heb ik met waterdichte weefsels gewerkt. Het zijn stoffen waarmee je grote volumes kunt maken en die een veelheid aan weerkaatsing en glans geven. Wat de kleur betreft hou ik vooral van geel, groen en natuurlijk zwart. Tot blauw heb ik me nooit aangetrokken gevoeld. Ik werk meer met regenjassen dan met mantels, want de winters zijn niet meer zo streng. De mensen willen geen warme kleren meer. Ik speel veel met kleuren. Waarom ook niet eens een rode of een warmgele regenjas? Speels, maar niet te druk. Natuurlijk is zwart aanwezig, maar ook een wat zachter wit, de kleur van meel. Ik heb me laten inspireren door de stars van de jaren 50 zoals Audrey Hepburn. Ze is actief, reist, werkt, ze heeft kinderen. Zelfs met 65 is ze nog dynamisch en aantrekkelijk. De vrouw is meer met zichzelf bezig en voelt zich goed in haar vel en mooi. Kijk maar naar het succes van de kuuroorden. Ik kleed vrouwen van 30 tot 80 jaar, maar ook mijn dochter vindt haar draai in mijn collecties. De vrouw heeft zin om zich mooi te voelen in de ogen van de anderen, wat ook haar stijl en haar leeftijd is. Het doet zo goed om een complimentje te krijgen! Ze wil zich goed voelen in haar vel en zichzelf niet verwaarlozen. De mode speelt zijn feestelijke karakter uit. Iedereen voelt zich erdoor aangesproken, wil de kleuren kennen van het seizoen. Men wil graag een kledingstuk kopen want dat doorbreekt de dagdagelijkse routine. Met de diversiteit en de betaalbaarheid van vandaag, is de mode toegankelijk voor iedereen. Daarnaast keren we terug naar nauw aansluitende kleren: de vrouw toont haar vormen. Alles wat uw positieve eigenschappen tot uiting laat komen. Niet te exuberant, niet te klassiek.Hij heeft zijn sporen verdiend bij Dries Van Noten en lanceerde zijn eigen collectie in 2002. Hij gaat en staat voor losse, vloeiende, sensuele, vrouwelijke en vooral betaalbare kleding. Mijn lijn is op en top Belgisch, dicht aanleunend bij het symbolisme, vooral dat van Léon Spilliaert, maar ook bij het symbolisme van Fernand Knopf en Klimt. Veel bruin, brons, goudkleurig... warme, harmonieuze tinten. Ik ben een adept van breiwerk, dus is er ook veel wol, alpaga, zijde en viscose bij. Het enorme succes van de accessoires, en vooral van de tassen. Hoewel een accessoire niet echt veel informatie geeft over de persoon die het draagt. Het accessoire zal bijvoorbeeld nooit een ensemble kunnen vervangen. Alles wat vrouwen de kans geeft om zichzelf te blijven.In 1979 opende ze haar eerste boetieks in Brussel en in Parijs. Door Unesco werd ze uitgeroepen tot ambassadrice van de mode. Overal en altijd neemt Nina Meert het op voor vrouwen, en dat laat ze ook merken in de gesofisticeerde, zeer ge-structureerde kledingstukken die ze ontwerpt. Ik word al een tijdje gefascineerd door kleuren. Omdat ik vaak in Italië verblijf, dichtbij Venetië, ben ik erg gevoelig voor het licht en de kleuren van de huizen en de straten. Ook gebruik ik vaak breiwerk in mijn creaties, een stof die altijd aangenaam aanvoelt. De vrouwen die ik kleed, willen verfijnd zijn, ontwikkeld, authentiek, lichtvoetig. En ze weten wat ze willen. De mensen om de zes maand wijzen op wat ze plots niet meer mogen dragen, daar doe ik niet aan mee. Ik probeer trouw te blijven aan mezelf en heb vanaf het begin kleren gemaakt die blijven, los van de trends. Kleren zijn meestal geen prioriteit meer. Vroeger kleedden de vrouwen zich volgens de omstandigheden: voor een avondje uit, een reis... Tegenwoordig dragen ze om het even wat, om het even waar en wanneer, en dat vind ik spijtig. Ik denk dat het mooi zou zijn terug te keren naar een cultuur waarbij we kleren dragen aangepast aan het moment. Het is aan ons, ontwerpers, om de jongeren te wijzen op het belang van kleding. Want het maakt deel uit van de magie van het leven. Gilda Benjamin