Het rustpensioen van ambtenaren wordt op een heel andere manier berekend dan dat van loontrekkenden of zelfstandigen.
...

Het rustpensioen van ambtenaren wordt op een heel andere manier berekend dan dat van loontrekkenden of zelfstandigen. De openbare sector maakt geen homogeen geheel uit. In dit dossier bekijken we de pensioenberekening van de vastbenoemde en gelijkgestelde personeelsleden van de staat (o.a. het leger, de magistratuur,), van de gemeenschappen en de gewesten (ook van het onderwijs), van sommige federale instellingen van openbaar nut, van de meeste gemeenten, OCMW's en intercommunales, van de personeelsleden van de geïntegreerde politie. LET OP! Contractuelen in overheidsdienst (ongeveer een kwart miljoen mensen) krijgen geen ambtenarenpensioen, maar het minder gunstige pensioen van de loontrekkenden! Ten laatste tot 65! De meeste ambtenaren moeten met pensioen eens ze 65 zijn. Wie vroeger willen stoppen, kan dat vanaf 60 jaar, als hij ten minste 5 dienstjaren telt en in aanmerking komende diensten van na 31 december 1976 kan laten gelden. Hierop geldt één uitzondering: ambtenaren die definitief lichamelijk ongeschikt worden bevonden door de bevoegde medische dienst, kunnen 'ambtshalve op rust gesteld worden' en in principe een rustpensioen krijgen. Geen gezinspensioen. Omdat het pensioen van een ambtenaar gebaseerd is op het principe van het uitgestelde loon, bestaat er geen gezinspensioen. Toch wordt een onderscheid gemaakt tussen een pensioen met gezinslast en een pensioen zonder gezinslast. Basis: Het pensioen wordt berekend op basis van de gemiddelde wedde van de laatste 5 jaren van de loopbaan. De gebruikte formule is: 1/60 x refertewedde x aantal dienstjaren LET OP! Voor sommige categorieën is de breuk niet 1/60, maar bijvoorbeeld 1/30 of 1/35 (bijv. voor magistraten). Refertewedde. Voor de meeste categorieën is de refertewedde de gemiddelde wedde van de laatste 5 jaar. Dienstjaren. Alle diensten bij de staat, de gewesten,... worden meegerekend. Bepaalde periodes van afwezigheid worden gelijkgesteld met gewerkte periodes (afwezigheid wegens ziekte, verlof om dwingende familiale redenen...). Leeftijdscomplement. Overheidspersoneel dat zijn loopbaan verlengt na 60 jaar ontvangt een complement dat overeenkomt met een percentage van het jaarlijkse pensioenbedrag. Het gewaarborgde minimum bedraagt: n voor een rustpensioen wegens leeftijd (65 jaar) of anciënniteit: voor een alleenstaande euro 1.035 per maand, voor een gehuwde euro 1.293,75 (op 1 april 2005) n voor een rustpensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid: voor een alleenstaande 50 % van de gemiddelde wedde van de laatste 5 jaar met een minimum van euro 1.035 per maand en een maximum van euro 1.484,33 - voor een gehuwde 62,5 % van de gemiddelde wedde van de laatste 5 jaar met een minimum van euro 1.293,75 en een maximum van euro 1.855,41 (op 1 april 2005). Het ambtenarenpensioen bedraagt maximaal drie vierde van de gemiddelde wedde van de laatste 5 jaren, met een absoluut maximum van (momenteel) euro 5.528,29 per maand. n