Voor een loontrekkende vertegenwoordigt elk jaar dat hij gewerkt heeft een stukje (1/45ste of 1/44ste) van het latere pensioenbedrag. De berekeningsformule die gebruikt wordt is:
...

Voor een loontrekkende vertegenwoordigt elk jaar dat hij gewerkt heeft een stukje (1/45ste of 1/44ste) van het latere pensioenbedrag. De berekeningsformule die gebruikt wordt is: (Begrensd) loon voor het gewerkte jaar x herwaarderingscoëfficiënt x 60 % 45 (of 44, of zelfs 43 - zie verder) Dit geeft een bedrag voor 1 jaar. Al deze jaarresultaten worden opgeteld en geven samen het totaalbedrag van het pensioen. Uit deze formule blijkt dat uw pensioenbedrag afhankelijk is van uw beroepsloopbaan en uw loon. Ook uw gezinstoestand zal een invloed hebben. Een gezinspensioen bedraagt meer dan een pensioen als alleenstaande. Een volledige loopbaan telt 45 jaar voor mannen en (vanaf 1 januari 2006) 44 jaar voor vrouwen. In 2009 zal een volledige loopbaan voor vrouwen ook 45 jaar bedragen. Voor vrouwen hangt het aantal jaren van de volledige loopbaan enkel af van het ingangsjaar van het pensioen. Gaat het pensioen nog in in 2005, dan wordt de loopbaanbreuk met 43ste gerekend. Gaat het pensioen in 2006 in, dan wordt de loopbaanbreuk in 44ste gerekend, vanaf 2009 wordt het 45ste. LET OP! Zowel voor mannen als voor vrouwen wordt geen rekening gehouden met het jaar waarin het pensioen ingaat. Het is dus voordeliger als uw pensioen ingaat in het begin van een kalenderjaar. Als dat op het einde van het kalenderjaar gebeurt, telt het volledige jaar niet mee, terwijl u toch dat jaar gewerkt hebt! n Als u langer dan 45 jaar (mannen) of 44 jaar (vrouwen - soms 43, zie hierboven) gewerkt hebt, wordt er geen rekening gehouden met de minst voordelige jaren die een volledige loopbaan overschrijden. VOORBEELD: U bent op uw 18de beginnen werken en u stopt als u 65 bent. Dan hebt u 47 jaar gewerkt. Als u een man bent, worden de twee minst voordelige jaren (waarschijnlijk de eerste jaren) dan niet meegeteld. n De beroepsloopbaan wordt niet alleen gevormd door de perioden waarin u effectief als werknemer werkte, maar ook door de perioden die gelijkgesteld worden met een tewerkstelling. De meest voorkomende periodes die gratis (zonder dat u zelf bijdragen moet betalen) gelijkgesteld worden met gewerkte periodes zijn: onvrijwillige werkloosheid, jaarlijkse vakantie, brugpensioen, ziekte, loopbaanonderbreking of tijdskrediet voor de eerste 12 maanden. Hebt u uw loopbaan meer dan 12 maanden onderbroken en wilt u deze ook gelijkstellen voor uw pensioen, dan moet u zelf een bijdrage betalen. Dat is ook het geval voor de studiejaren die u zou willen regulariseren. Voor elk loopbaanjaar wordt het bruto jaarloon in aanmerking genomen. Voor de gelijkgestelde periodes wordt een fictief loon aangerekend. Maximum per loopbaanjaar. Voor elk jaar wordt een maximumgrens vastgelegd. Voor 2004 was dat euro 41.564,12. Verdiende u in 2004 meer, dan wordt er voor dat jaar toch maar rekening gehouden met euro 41.564,12. De loongrens wordt jaarlijks geïndexeerd en sinds 1997 om de twee jaar aangepast aan de welvaart. WEETJE: Pas sinds 1981 wordt deze begrenzing van het loon toegepast voor bedienden én arbeiders. Voor 1981 bestond de grens enkel voor bedienden, waardoor het best mogelijk is dat een arbeiderspensioen meer bedraagt dan dat van een bediende die nochtans tijdens zijn loopbaan meer verdiende. Daarom kan er voor arbeiders ook geen maximumpensioen worden uitgedrukt. Voor bedienden is dat wel het geval. Rekening houdend met de loongrens van elk pensioenjaar, is het maximumpensioen voor een mannelijke bediende op dit moment euro 23.567,68 per jaar voor een gezin en euro 18.854,14 per jaar voor een alleenstaande. Minimumper loopbaanjaar. Als uw loon voor een bepaald jaar waarin u ten minste één derde van een voltijdse tewerkstelling hebt gewerkt, minder dan euro14.810,70 bedraagt, dan wordt uw pensioen op basis van dit laatste bedrag berekend (of op basis van een evenredig bedrag als u niet voltijds gewerkt hebt). Hier zijn twee voorwaarden aan verbonden: n u bent ten minste 15 jaar werknemer geweest en u hebt ten minste een derde van een voltijdse werkregeling gewerkt n uw pensioen bedraagt minder dan euro 15.248,83 per jaar voor een gezin of euro 12.199,05 voor een alleenstaande. Fictieve lonen voor gelijkgestelde periodes. Voor de gelijkgestelde periodes wordt een fictief loon aangerekend. Voor de jaren tot en met 1967 wordt voor elke niet-gewerkte dag een wettelijk vastgelegd forfait aangerekend (zie tabel p.68). Vanaf 1968 wordt eerst het gemiddelde dagloon berekend van het jaar voorafgaand aan dat waarin er gelijkgestelde dagen zijn. Dat gemiddelde dagloon wordt geherwaardeerd en nadien vermenigvuldigd met het aantal gelijkgestelde dagen. Herwaardering. Op het werkelijke (eventueel begrensde) of fictieve loon wordt een herwaarderingscoëfficiënt toegepast. Deze coëfficiënt wordt geïndexeerd. De laatste aanpassing dateert van 1 augustus 2005 (spilindex 116,15 - zie de tabel p. 68). Voor een pensioen als alleenstaande worden de geherwaardeerde lonen met 60 % vermenigvuldigd, voor een gezinspensioen met 75 %. LET OP! U kunt enkel een gezinspensioen aanvragen als u getrouwd bent. Het bedrag van het rustpensioen voor een volledige loopbaan mag niet lager zijn dan een bepaald minimum, momenteel euro 12.990,85 voor een gezin en euro 10.395,95 voor een alleenstaande. Als uw loopbaan niet volledig is maar ten minste twee derde (30/45ste voor een man, 28/43ste of 29/44ste voor een vrouw), wordt dit minimum evenredig met de loopbaanbreuk, gegarandeerd. Karel, 63 jaar en alleenstaand, heeft heel zijn loopbaan als bediende gewerkt. Hij gaat met pensioen op 1 december 2005. Hij startte zijn loopbaan in 1965, toen hij 22 was. Het laatste jaar dat hij gewerkt heeft - tot november 2005 - telt echter niet mee. In totaal worden dus 40 jaar meegerekend en geen 41. De loopbaanbreuk is 40/45. Karel had dus beter nog 2 maanden extra gewerkt en was beter met pensioen gegaan begin 2006. Omdat Karel bediende is, wordt zijn loon voor al zijn loopbaanjaren begrensd. In de beginjaren verdiende Karel minder dan de loongrens, maar halverwege zijn loopbaan verdiende hij meer en wordt zijn loon dus niet meer volledig meegerekend. n Elk gewerkt jaar levert Karel een stukje van zijn pensioen. Voor elk jaar wordt de berekening gemaakt op basis van de formule: (begrensd) loon x herwaarderingscoëfficiënt x 60 % / 45 Stel dat hij voor het jaar 1985 in totaal euro 29.065 heeft verdiend. Dit bedrag ligt boven de loongrens voor dat jaar, dus er wordt maar rekening gehouden met de loongrens. Het jaar 1985 levert hem op: euro 27.020,10 (loongrens voor 1985) x 1,430078 (herwaarderingscoëfficiënt voor 1985) x 60 %/45 = euro 515,72. Voor elk jaar wordt ook gecontroleerd of het minimumrecht per loopbaanjaar is toegekend, voor zover aan de voorwaarden is voldaan. n Deze berekening gebeurt voor elk gewerkt jaar, in totaal 40. De optelling van al deze resultaten levert Karels totale pensioenbedrag op. Annemie Goddefroy en Jocelyne Minet