Een automatische versnellingsbak had zijn imago bij ons niet mee: hij was voor mietjes en daarmee uit. Goed voor bestuurders die niet graag en niet veel rijden en helemaal niks voor échte mannen die sportief wilden schakelen en niet wilden wachten tot zo'n trage automatische versnellingsbak het toerental hoog genoeg vond. Maar met de tijd zijn er 'slimmere' automaten op de markt gekomen. Die schakelen een pak vlotter dan voordien, ook bij wagens met minder vermogen. De bestuurder die echt niet zonder zijn versnellingspook en het bijbehorende controlegevoel kan of vaker op de motor wil remmen, kan in de meeste gevallen trouwens nog altijd het schakelen overnemen van de automaat, door hem in een manuele stand te zetten.
Bovendien staan we de laatste jaren wel erg vaak in file en dan is een automatische versnellingsbak een pak handiger dan een manuele, waarbij je voortdurend moet ontkoppelen en schakelen. En - ook belangrijk - het prijsverschil tussen een wagen met automatische en een met een manuele versnellingsbak wordt kleiner.

Minder macho?

De gemiddelde Belg is zich al aan het bekeren. Uit de cijfers van de Belgische automobielfederatie Febiac blijkt dat de automatische versnellingsbak snel terrein wint. In 2011 was nog maar 14,3% van de nieuw ingeschreven wagens ermee uitgerust, in 2014 is dat opgelopen tot 19,9%: een vijfde dus.
Met de technische nadelen ebben blijkbaar ook de vooroordelen weg. Ligt het aan een machocultuur dat alleen in Zuid-Europa de klassieke versnellingspook nog altijd met grote voorsprong op kop ligt? De automaat lijkt in ieder geval Europa vanuit het noorden te veroveren: in Zweden is 36% van de nieuwe wagens een automaat, in Finland 32%, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk volgen met respectievelijk 26% en 25%. Wat natuurlijk nog peanuts is in vergelijking met de Verenigde Staten, waar 90% van de voertuigen een automatische versnellingsbak heeft...

Een automatische versnellingsbak had zijn imago bij ons niet mee: hij was voor mietjes en daarmee uit. Goed voor bestuurders die niet graag en niet veel rijden en helemaal niks voor échte mannen die sportief wilden schakelen en niet wilden wachten tot zo'n trage automatische versnellingsbak het toerental hoog genoeg vond. Maar met de tijd zijn er 'slimmere' automaten op de markt gekomen. Die schakelen een pak vlotter dan voordien, ook bij wagens met minder vermogen. De bestuurder die echt niet zonder zijn versnellingspook en het bijbehorende controlegevoel kan of vaker op de motor wil remmen, kan in de meeste gevallen trouwens nog altijd het schakelen overnemen van de automaat, door hem in een manuele stand te zetten. Bovendien staan we de laatste jaren wel erg vaak in file en dan is een automatische versnellingsbak een pak handiger dan een manuele, waarbij je voortdurend moet ontkoppelen en schakelen. En - ook belangrijk - het prijsverschil tussen een wagen met automatische en een met een manuele versnellingsbak wordt kleiner.De gemiddelde Belg is zich al aan het bekeren. Uit de cijfers van de Belgische automobielfederatie Febiac blijkt dat de automatische versnellingsbak snel terrein wint. In 2011 was nog maar 14,3% van de nieuw ingeschreven wagens ermee uitgerust, in 2014 is dat opgelopen tot 19,9%: een vijfde dus. Met de technische nadelen ebben blijkbaar ook de vooroordelen weg. Ligt het aan een machocultuur dat alleen in Zuid-Europa de klassieke versnellingspook nog altijd met grote voorsprong op kop ligt? De automaat lijkt in ieder geval Europa vanuit het noorden te veroveren: in Zweden is 36% van de nieuwe wagens een automaat, in Finland 32%, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk volgen met respectievelijk 26% en 25%. Wat natuurlijk nog peanuts is in vergelijking met de Verenigde Staten, waar 90% van de voertuigen een automatische versnellingsbak heeft...