Op een moment dat er een levendig debat wordt gevoerd over de prijzen van vliegtuigtickets en kerosinebelasting in de strijd tegen klimaatverandering, focust het Prijzenobservatorium in zijn tweedekwartaalverslag 2019 op een analyse van de luchtvervoerssector in termen van prijstrends en vraag naar vliegtuigtickets, marktinstrumenten om de CO2-uitstoot van het luchtverkeer te beperken en bestaande belastingen in de Europese landen.

Vooral Europese bestemmingen worden duurder

In de periode 2010-2018 namen de consumptieprijzen voor personenvervoer door de lucht in België met 29,4 % toe, wat sterker was dan de stijging van de totale gecumuleerde inflatie (+15,6 %). Ook in het tweede kwartaal van 2019 kwam de inflatie voor vliegtuigtickets hoog uit (+7,0 %). Vooral vliegreizen naar Europese bestemmingen werden de laatste jaren duurder, daar waar verre reizen net in prijs daalden.

Wat de buurlanden betreft, stegen vliegtuigtickets in de periode 2010-2018 nog forser in Nederland (+38,4 %), terwijl de toename minder uitgesproken was in Duitsland (+21,3 %). In Frankrijk daarentegen bleven de prijzen voor vliegtickets in 2018 min of meer op hetzelfde peil als in 2010 (-0,1 %).

Sterke stijging van de vraag

De prijsstijging gaat gepaard met een toename van de vraag. De vraag naar vliegtuigtickets nam in de periode 2010-2018 inderdaad fors toe, zowel in België (+50,0 %) als wereldwijd (+62,3 %). De stijging van het aantal passagiers is deels te danken aan de toename van het aantal lowcostvluchten. In 2017 betrof 31,7 % van het totale aantal vluchten lowcostvluchten, tegen 28,6 % in 2014 en nauwelijks 13,7 % in 2005.

Het hoge aantal passagiers in de zomermaanden juli en augustus vertaalt zich in vluchten die gemiddeld ongeveer 20 % duurder zijn tijdens deze maanden dan in de rest van het jaar.

Ticketprijzen en duurzaamheid

De toename van het vliegverkeer heeft natuurlijk een aanzienlijke invloed op de CO2-uitstoot. In 2016 was de luchtvaartsector goed voor 3,6 % van de totale broeikasgasuitstoot van de Europese Unie en voor 13,4 % van de uitstoot van broeikasgassen door de transportsector.

Externaliteiten die verband houden met het luchtverkeer (CO2-uitstoot, luchtverontreiniging en geluidshinder) kunnen worden gecompenseerd door systemen voor de handel in emissierechten, of worden belast (zoals dat het geval is voor luchtverontreiniging en geluidsoverlast) door de overheid en/of luchthavens.

De impact van emissiehandelssystemen op de prijzen van vliegtickets is nog tamelijk beperkt, want de aankoop van emissierechten kwam ongeveer neer op 0,3 % van de operationele kosten van luchtvaartmaatschappijen in 2017.

Landen kunnen eveneens individueel beslissen om de externaliteiten die gepaard gaan met vliegverkeer in rekening te brengen in de (kost)prijs. Veelal gebeurt dat onder de vorm van taksen op vliegtuigtickets. In de EU heffen momenteel zes landen tickettaksen, waaronder Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk, maar die hebben niet als specifiek doel bepaalde externaliteiten te verminderen. Frankrijk en Nederland hebben echter wel beslist om de komende jaren een milieuheffing in te voeren.

Ook luchthavenbeheerders hebben heffingen ingevoerd met betrekking tot bepaalde externe effecten. Zo heft Brussels Airport geluidsgebonden vergoedingen voor het gebruik van de start- en landingsbanen. Luchtvaartmaatschappijen die luide vliegtuigen inzetten, betalen meer voor het gebruik van de start- en landingsbanen, terwijl nachtvluchten duurder zijn dan dagvluchten.

Bron: FOD Economie