Op school was er kleine F., van wie niemand wou geloven dat haar vader haar opa niet was. En dan was er ikzelf, van wie niemand wou geloven dat haar oma haar moeder niet was. Geen enkel kind hield ervan op te vallen, en met de moeder van mijn moeder had ik het groot lot gewonnen. Ze was blond, om door een ringetje te halen en op hoge hakken - waar ze later last van kreeg - stormde ze voorbij, was altijd vroeg weg, kwam laat thuis: het werk! Op zondag kookte ze en werkte ze in de tuin 'met de twee kleintjes'. Alle kwajongens waren smoor op haar.

Ik hield zielsveel van mijn oma, die me het beeld meegaf van vrouwen baas, niet van vrouwen aan de haard. Sterkhouder van het gezin, uit noodzaak, was ze gewoon haar tijd vooruit. Want oma's van dat kaliber, met een vlotte look, die hard werken, verre reizen maken, een agenda van een minister beheren en passies hebben, zijn vandaag legio.

Waarom worden deze prachtvrouwen, die dol zijn op hun kleinkinderen, maar ook een eigen leven opeisen, dan voorgesteld als grootmoedertjes met paarsgrijze haren, in handgebreide truien en ouderwetse jurken? Als aseksuele, zachte wezens, klaar om een traan weg te pinken? Het moet gezegd dat door de coronacrisis dit stereotiepe beeld van de grootmoeder van weleer, via meer dan terechte preventiecampagnes, weer volop kon circuleren. Al die omaatjes met gegroefde gezichten, die op hun geruite sofa naar hun kleinkinderen verlangen, wachtend op de dag dat ze gevaccineerd zijn en hen weer in hun armen kunnen sluiten. Die grootmoedertjes met bevende stem, die braafjes aan het raam van het woon-zorgcentrum zitten te wachten tot de kleintjes zich in hun armen werpen, na het vaccin. Grrr... dat zijn overgrootmoeders, zelfs betovergrootmoeders. En dan nog, zijn er vrouwen van 80, 90 of meer die koket, dynamisch en bij de pinken zijn. Kortom, wat jullie daar opvoeren, beste communicatiespecialisten, dat zijn geen grootmoeders.

Kunnen die communicatiespecialisten niet voor één keer het echte leven binnenstappen en om zich heen kijken hoe een echte grootmoeder eruitziet? Laten we een eenvoudig rekensommetje maken: vandaag word je oma rond pakweg 54 jaar. En gezien de kinderen die in scène worden gezet vaak jonger zijn dan zes (dat is schattiger), zouden de oma's die worden opgevoerd dus maximum 60 jaar mogen zijn. 60 jaar, dat is Sharon Stone. Oké toegegeven, Stone is bevoorrecht, maar zeker niet het grootmoedertje uit Roodkapje. 60 jaar, dat is Jerry Hall en zeker niet de confituur-op-grootmoeders-wijze-oma. Het is Jeanine-met-de-pet waarvan de overheid verwacht dat ze tot 66 of 67 jaar werkt. Ben je oud als je zo lang werkt, soms nog kinderen thuis hebt (hoeveel kregen er geen nakomertje de 40 voorbij) en een nieuw lief hebt? Ben je oud als je de spil bent van een sandwichgezin en tegelijk je ouders, kinderen en kleinkinderen ondersteunt? De vraag stellen is ze beantwoorden. Maar moet die vraag eigenlijk nog worden gesteld?

Op school was er kleine F., van wie niemand wou geloven dat haar vader haar opa niet was. En dan was er ikzelf, van wie niemand wou geloven dat haar oma haar moeder niet was. Geen enkel kind hield ervan op te vallen, en met de moeder van mijn moeder had ik het groot lot gewonnen. Ze was blond, om door een ringetje te halen en op hoge hakken - waar ze later last van kreeg - stormde ze voorbij, was altijd vroeg weg, kwam laat thuis: het werk! Op zondag kookte ze en werkte ze in de tuin 'met de twee kleintjes'. Alle kwajongens waren smoor op haar. Ik hield zielsveel van mijn oma, die me het beeld meegaf van vrouwen baas, niet van vrouwen aan de haard. Sterkhouder van het gezin, uit noodzaak, was ze gewoon haar tijd vooruit. Want oma's van dat kaliber, met een vlotte look, die hard werken, verre reizen maken, een agenda van een minister beheren en passies hebben, zijn vandaag legio. Waarom worden deze prachtvrouwen, die dol zijn op hun kleinkinderen, maar ook een eigen leven opeisen, dan voorgesteld als grootmoedertjes met paarsgrijze haren, in handgebreide truien en ouderwetse jurken? Als aseksuele, zachte wezens, klaar om een traan weg te pinken? Het moet gezegd dat door de coronacrisis dit stereotiepe beeld van de grootmoeder van weleer, via meer dan terechte preventiecampagnes, weer volop kon circuleren. Al die omaatjes met gegroefde gezichten, die op hun geruite sofa naar hun kleinkinderen verlangen, wachtend op de dag dat ze gevaccineerd zijn en hen weer in hun armen kunnen sluiten. Die grootmoedertjes met bevende stem, die braafjes aan het raam van het woon-zorgcentrum zitten te wachten tot de kleintjes zich in hun armen werpen, na het vaccin. Grrr... dat zijn overgrootmoeders, zelfs betovergrootmoeders. En dan nog, zijn er vrouwen van 80, 90 of meer die koket, dynamisch en bij de pinken zijn. Kortom, wat jullie daar opvoeren, beste communicatiespecialisten, dat zijn geen grootmoeders. Kunnen die communicatiespecialisten niet voor één keer het echte leven binnenstappen en om zich heen kijken hoe een echte grootmoeder eruitziet? Laten we een eenvoudig rekensommetje maken: vandaag word je oma rond pakweg 54 jaar. En gezien de kinderen die in scène worden gezet vaak jonger zijn dan zes (dat is schattiger), zouden de oma's die worden opgevoerd dus maximum 60 jaar mogen zijn. 60 jaar, dat is Sharon Stone. Oké toegegeven, Stone is bevoorrecht, maar zeker niet het grootmoedertje uit Roodkapje. 60 jaar, dat is Jerry Hall en zeker niet de confituur-op-grootmoeders-wijze-oma. Het is Jeanine-met-de-pet waarvan de overheid verwacht dat ze tot 66 of 67 jaar werkt. Ben je oud als je zo lang werkt, soms nog kinderen thuis hebt (hoeveel kregen er geen nakomertje de 40 voorbij) en een nieuw lief hebt? Ben je oud als je de spil bent van een sandwichgezin en tegelijk je ouders, kinderen en kleinkinderen ondersteunt? De vraag stellen is ze beantwoorden. Maar moet die vraag eigenlijk nog worden gesteld?