Iedereen die wel eens kleine kinderen observeert, weet het: broertjes en zusjes kunnen heel lief zijn voor mekaar, maar ook bijzonder ongenadig. Je broer of zus vormen, naast je ouders, een belangrijk referentiepunt: ze leren je delen, met anderen rekening houden en conflicten oplossen. Je groeit ongeveer 20 jaar lang op in hetzelfde huis, met dezelfde gewoonten, dezelfde ouders. Je broers en zussen vormen eigenlijk een lab voor het leven.
...

Iedereen die wel eens kleine kinderen observeert, weet het: broertjes en zusjes kunnen heel lief zijn voor mekaar, maar ook bijzonder ongenadig. Je broer of zus vormen, naast je ouders, een belangrijk referentiepunt: ze leren je delen, met anderen rekening houden en conflicten oplossen. Je groeit ongeveer 20 jaar lang op in hetzelfde huis, met dezelfde gewoonten, dezelfde ouders. Je broers en zussen vormen eigenlijk een lab voor het leven. Toch is een verstoorde of afstandelijke relatie met je broers of zussen, eens je volwassen bent, geen uitzondering: 'brussen' kunnen uit mekaar groeien of in het ergste geval het contact verbreken. Je kent vast zo'n voorbeeld. "Voor velen is die band nochtans emotioneel zeer belangrijk. Nog meer wanneer je ouder wordt", zegt ouderenpsycholoog Luc Van de Ven. Want het is vaak wanneer de ouders hoogbejaard en zorgbehoevend zijn dat kinderen weer met elkaar worden geconfronteerd, moeten overleggen en samen beslissen. Hoe kan het dan verkeerd gaan? Jaloers op mekaars (financiële) status? De verdeling van de erfenis? Aangetrouwde familie waarmee het niet klikt? "Eigenlijk zijn veel van die problemen terug te voeren tot patronen uit je kindertijd", aldus Van de Ven. "Dit is geen verwijt aan de ouders, want de meeste proberen hun best te doen voor elk kind. Maar ongewild of onbewust maken ouders soms toch een onderscheid. In bepaalde families is dat zeer uitgesproken en nemen de kinderen een positie in. Om het een beetje karikaturaal te stellen: je hebt de held die niets verkeerd kan doen, het zwarte schaap, de zorgende sloor, de slimste, het lieverdje." "Het zijn patronen die je je hele leven meedraagt. Zelfs wanneer je zelf al ouder of grootouder bent. Het zijn demonen die je verstandelijk onder controle probeert te houden, maar die soms - en zeker op emotionele momenten - de bovenhand nemen. Wie gaat er voor moeder zorgen wanneer ze hulpbehoevend wordt? Het favorietje? Of diegene die altijd al alles moest doen? Dat leidt niet altijd tot grote conflicten, maar kan de relatie bemoeilijken." Familietherapeute Else-Marie van den Eerenbeemt deed veel onderzoek naar relaties tussen broers en zussen en bevestigt: "De bron van conflicten en een verstoorde verstandhouding gaat effectief zeer vaak terug tot de kindertijd. Elk kind heeft zijn eigen beeld van moeder of vader, van de eigen jeugd en achtergrond. Hoe meer verschil de ouders maken, hoe meer problemen later. Hadden sommige kinderen een bevoorrechte positie? Waren ze de favoriet van moeder of vader? Kreeg het zorgenkind alle aandacht en voelden de anderen zich tekort gedaan? Wie heeft gestudeerd? Wie is de knapste? Die oude patronen denk je achter je te laten, maar komen vaak terug bij existentiële gebeurtenissen zoals het overlijden van vader of moeder. Op die momenten word je als het ware terug in je oorspronkelijke rol gekatapulteerd. Welke betekenis had je in de familie? Welke erkenning kreeg je van vader of moeder? Dat kan zelfs doorwerken tot je 80 bent." De zorg voor de ouders, hun overlijden, de verdeling van de erfenis zijn cruciale momenten voor broers en zussen. "Ik heb onderzoek gedaan naar welke invloed de erfenis heeft op de verhouding tussen de kinderen", aldus van den Eerenbeemt. "Bij de helft maakte het geen verschil, een vierde zei dat het nadien net beter ging, nog eens een vierde gaf aan dat het zodanig fout liep dat ze elkaar niet meer zagen. Ook dichter bij elkaar komen kan dus bij zo'n gebeurtenis. Een van mijn patiënten vertelde mij dat haar zus en zij pas na de dood van moeder echt zusjes zijn geworden, de spanningen achter zich konden laten. Moeder was nogal een verdeel-en heerstype en zolang ze leefde zat er veel rivaliteit in de zussenrelatie." "Vaak wordt gedacht dat erfenissen een splijtzwam vormen in families, maar als het misloopt, gaat daar dikwijls al een moeilijke verhouding aan vooraf", voegt Van de Ven toe. "Een erfenis heeft niet zozeer te maken met geld of bezit, maar met affectie, aandacht en waardering in je familie. Ben jij de minder slimme die altijd hebt moeten opkijken naar je getalenteerde broer? Dan denk je misschien bij de verdeling van de erfenis: nu laat ik mij niet doen. Als je een goeie, gelijkwaardige band hebt, zal de billijkheid overheersen. Hetzelfde geldt voor jaloezie op status of geld. Ook dat is dikwijls terug te brengen tot de rivaliteit uit de kindertijd. Succesvol zijn in de ogen van vader of moeder." En dan die andere mogelijke stoorzender. De 'koude kant', zoals ze het in Nederland plastisch verwoorden, of de aangetrouwden zoals wij ze noemen. "Eigenlijk zou je bij je broer of zus vanzelfsprekend thuis moeten zijn. Maar er zijn natuurlijk de partners. En ja, die kunnen soms een drempel vormen", zegt van den Eerenbeemt. "Weet je, familierelaties moet je aflezen aan een heel leven, niet aan één incident. Schoonbroers of schoonzussen kennen dat hele leven of de voorgeschiedenis niet en zijn dan ook niet altijd in staat om het bredere plaatje te zien. Da's de reden waarom aangetrouwden soms meer op hun strepen staan bij familiekwesties of minder tolerant zijn voor een misstap. Zij voelen minder de onderliggende emoties aan." Een partner is een gekozen relatie, een broer of zus een gegeven relatie. In veel families ontstaan wrijvingen tussen de gekozen en de gegeven relaties. Uit onderzoek blijkt wel heel duidelijk dat de partner die aanzet tot het laten vallen van een broer of zus, daar vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd krijgt. Het is hoe dan ook niet verstandig een wig te drijven tussen je partner en zijn of haar familie. "Soms is de aangetrouwde kant natuurlijk een troost", weet Van de Ven. "Het is makkelijker om de schuld bij een schoonbroer of schoonzus te leggen dan bij je eigen bloedverwant. Het is veel moeilijker te aanvaarden dat die zich geheel uit vrije wil van jou heeft afgekeerd." Soms komt het jammer genoeg toch tot een breuk. "Al kan je met je familie niet echt breken, enkel onderbreken", stelt van den Eerenbeemt. Of je het nu wilt of niet, ze blijven je broer, zus, vader of moeder. Ze worden nooit een ex. Je kan de band niet opheffen, ze zijn existentieel, als het merg van je bot. Je broer of zus is de getuige van je leven, in principe je langstlevende relatie. Ook al ben je niet bevriend, de band heeft een veel diepere betekenis. "Mijn ervaring in mijn praktijk leert dat als mensen toch breken met broer of zus, dat vaak diep lijden veroorzaakt. Bruggen opblazen met een familielid is bovendien een zeer slecht voorbeeld voor de kinderen. Vaak gaat zoiets intergenerationeel verder. Met dat argument kan ik mensen dikwijls overtuigen toch terug contact te zoeken: doe het voor de kinderen." "Ik heb wel vaker mensen die bij mij komen en zeggen: ik heb mijn zus 20 jaar niet gezien, nu heeft ze borstkanker. Wat moet ik doen? Of: ik heb mijn broer 15 jaar niet gehoord of gezien, maar hij heeft zijn zoon verloren. Moet ik contact opnemen? Zulke ingrijpende gebeurtenissen kunnen een kantelpunt zijn. Mijn advies is altijd: gá!", zegt de familietherapeute. Maar zie elkaar de eerste keer zonder de partners erbij. Ga ook niet meteen op visite bij elkaar thuis, ga liever samen wandelen. Kies neutraal terrein. En maak het die eerste keer niet te lang. "Ik heb twee zussen die lang geen contact meer hadden het advies gegeven samen naar de film te gaan. Dat gaf hen de mogelijkheid eerst even na te praten over de film en dan langzaamaan over hun voorgeschiedenis." Indien er grote conflicten moeten worden bijgelegd, moeten de partners er uiteindelijk wel bij betrokken worden. "Uit mijn klinische ervaring kan ik zeggen dat dé perfecte familie niet bestaat", concludeert ouderenpsycholoog Van de Ven. "Toen ik werkte met mensen met dementie kreeg ik heel vaak families over de vloer. Ze kwamen niet omwille van conflicten in de familie, maar omdat ze moesten beslissen over vader of moeder. Hoe vaak heb ik niet gezien dat broers of zussen mekaar in de haren vlogen? Je kan een goede band niet forceren. Iedereen wil graag het ideale scenario. Ik zeg niet dat het niet kan. Maar het is ook geen regel."