Geen plaatstekort meer in woonzorgcentra

25/09/18 om 09:50 - Bijgewerkt op 27/09/18 om 10:00

ING en Probis brachten in een nieuwe studie de trends in de residentiële ouderenzorg in beeld. Daarbij vallen grote verschillen op tussen de regio's en tussen de beheerders.

Geen plaatstekort meer in woonzorgcentra

© Getty Images/iStockphoto

Woonzorgcentra, assistentiewoningen, thuiszorg,... De combinatie tussen wonen en zorgen is voortdurend in beweging. Bovendien is de wetgeving geregionaliseerd. Geen wonder dus dat er zich grote verschillen tussen de regio's voordoen op het vlak van residentiële ouderenzorg. Verder zijn er ook verschillen naargelang de beheerder van de voorziening: not-for-profit, publiek en commercieel. ING en Probis brachten deze verschillen en evoluties in kaart in een grootschalige studie, waarbij ze meer dan 550 woonzorgcentra bevroegen. Ze bouwden daarmee verder op de studie die ze in 2017 uitvoerden.

Bezettingsgraad

Als we kijken naar de bezettingsgraad, blijkt die iets lager te liggen dan 3 jaar geleden. Mensen leven langer in een goede gezondheid, er is de technologische innovatie waardoor langer thuis wonen mogelijk wordt, de dienstverlening aan huis werd verder uitgebouwd. Verder wijzigt ook het zorglandschap. De verblijfsduur wordt korter, waardoor je meer mensen kan helpen met dezelfde capaciteit. In Brussel is er vandaag een overcapaciteit. Dat heeft te maken met de grootstedelijke context en een jongere bevolking dan in de andere gewesten. Wallonië leunt dicht aan bij Vlaanderen. Eén vierde van de bevraagde voorzieningen in Vlaanderen en Wallonië heeft het moeilijk om een maximale bezettingsgraad te halen. Komt er een kamer vrij, dan volgt niet steeds binnen de 5 dagen een nieuwe opname. Dit verschilt dan ook nog eens naargelang de provincie. Maar globaal is er dus vandaag geen tekort aan woonzorgcentra. De lagere bezettingsgraad bevordert de concurrentie tussen de instellingen, want de toekomstige bewoners hebben meer keuze.

Naar een nieuwe zorg

In het recente verleden werd voornamelijk ingezet op de verdere uitbouw van residentiële capaciteit. Vandaag voelen beheerders dat de behoeften van senioren veranderd zijn en dat het klassieke woonzorgcentrum niet langer als enig antwoord naar voor kan worden geschoven. Toch wil dat niet zeggen dat alle beheerders meteen op één lijn zitten met het regionale beleid. Zo blijkt uit de studie dat maar één op tien voorzieningen van plan is om een lokaal dienstencentrum uit te bouwen. Eén op drie wil wel dagverzorging organiseren.

Wie verblijft in een WZC?

Gemiddeld verhuizen mensen naar een WZC als ze 82 à 83 zijn. Het aandeel bewoners met een fysieke zorgnood is de afgelopen drie jaar verder toegenomen. Er blijven belangrijke regionale verschillen. In Vlaanderen is de zorggraad beduidend hoger dan in de andere gewesten. Als we kijken naar de beheerder, zien we dat de bewoners van commerciële voorzieningen een hogere zelfredzaamheid vertonen.

Financiering

Op het vlak van de financiering van de ouderenzorg is er veel ongelijkheid. Om te beginnen tussen de Rust-en verzorgingsinstellingen (RVT) en de Rustoorden voor bejaarden (ROB). RVT krijgt extra financiering, waardoor er ongelijkheid is tussen voorzieningen (veel of weinig RVT-bedden), regio's en beheerders. Dit zorgt finaal voor ongelijkheid tussen senioren en personeel. Heel wat beheerders investeren zelf extra in de zorg.

Onze partners