Moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, betekent dat het "moeilijk" of "zeer moeilijk" is voor een huishouden om rond te komen met hun budget.

Uit de peiling bij 6.000 huishoudens blijkt dat een week op vakantie gaan of een onverwachte uitgaven doen van 1.100 euro voor een kwart van de Belgen onmogelijk is. Maandelijkse kosten zoals de huur en de energierekeningen vormen een probleem voor 6 procent van de bevolking, net zoals een eigen wagen bezitten. Vijf procent van de Belgen kan zich niet veroorloven regelmatig vlees, kip, vis of vegetarisch te eten. De aankoop van een televisie, telefoon of wasmachine vormt voor bijna niemand een probleem.

Wanneer een gezin zich vier van die uitgaven niet kan veroorloven, is sprake van 'ernstige materiële deprivatie'. Vorig jaar was dat voor vijf procent van de bevolking het geval.

Voor heel wat Belgen zijn sociale activiteiten financieel problematisch, blijkt uit de peiling. Zo slaagt 12 procent van de Belgen van 16 jaar en ouder er niet in regelmatig vrijetijdsactiviteiten (sport, film, concerten ... ) te betalen, kan 10 procent zich niet veroorloven minstens éénmaal per maand met familie of vrienden uit eten te gaan of iets te gaan drinken en heeft 10 procent onvoldoende middelen om wekelijks een klein bedrag uit te geven voor zichzelf, zoals een bezoek aan de kapper of het kopen van een cadeau.

De cijfers over materiële deprivatie liggen min of meer in lijn met de voorbije jaren. Met een cijfer van vijf procent deed ons land het in 2017 beter dan het Europees gemiddelde, maar in vergelijking met de buurlanden kent België een hoger percentage van ernstige materiële deprivatie. In Nederland gold dat maar voor 2,6 procent van de bevolking, in Frankrijk voor 4,1 procent en voor Duitsland voor 3,4 procent.