We zoeken de welbespraakte, mediagenieke psychiater op in het Psychiatrisch Centrum van Kortenberg. En mogen plaatsnemen op de bank in zijn praktijkruimte. Al is het werkterrein van De Wachter intussen veel groter dan dat. Geen maatschappelijk probleem of hij wordt om zijn mening gevraagd.
...

We zoeken de welbespraakte, mediagenieke psychiater op in het Psychiatrisch Centrum van Kortenberg. En mogen plaatsnemen op de bank in zijn praktijkruimte. Al is het werkterrein van De Wachter intussen veel groter dan dat. Geen maatschappelijk probleem of hij wordt om zijn mening gevraagd.Plus Magazine: Waarom sta je op uit je psychiaterstoel en treed je naar buiten met maatschappijkritiek? Is het een missie?Dirk De Wachter: Het is gewoon zo gekomen. Na mijn boek Borderline Times in 2012, dat een bestseller is geworden, is er een grote aandacht ontstaan voor mijn persoon. Ik moet zelfs vaak interviews weigeren. Ik heb zeker geen missie om de wereld te verbeteren. Mijn missie is - van jonge leeftijd af - psychiater zijn. Ik voel dat dat nog altijd juist is, dat ik hier op mijn plaats zit. Ik kan niets anders, zeg ik ook vaak. Ik doe dit met hart en ziel. De media-aandacht is toeval.En te bedenken dat je beroep ooit in de taboesfeer zat.Dat is juist. Daarom werk ik ook mee aan interviews. Om mijn beroep te destigmatiseren. Ik probeer de zaken zo normaal mogelijk te verwoorden en hoop mijn steen bij te dragen aan het bespreekbaar maken van psychische aandoeningen. Heel traag wordt de psychiatrie bij de bevolking laagdrempeliger. Stilaan komt er een betere kennis. Ik ben voorzichtig positief.Dat Borderline Times destijds veel stof deed opwaaien hoeft niet te verbazen. Je stelt daarin dat de hele maatschappij aan borderline lijdt. Sta je nu nog altijd achter die analyse?Absoluut! Of toch op zijn minst achter de stelling dat de hele maatschappij een probleem heeft. Een probleem dat erg lijkt op de diagnose die vandaag het meest gesteld wordt: borderline persoonlijkheidsstoornis. Als psychiater vraag ik mij af hoe dat komt. En ik moet vaststellen dat de negen criteria die volgens de psychiatrie bepalen dat iemand aan borderline lijdt, heel sterk aanwezig zijn in onze huidige Westerse samenleving (n.v.d.r. die criteria zijn verlatingsangst, ongecontroleerde agressie, impulsiviteit, identiteitsstoornis, zelfverminking, onstabiele en intense relaties, gevoel van leegte, emotionele labiliteit en paranoia ). Ik zou zelfs graag een geactualiseerde versie uitbrengen. Want de problemen nemen toe. De wachtlijsten voor mij en mijn collega's waren nooit zo lang.Neemt het aantal psychische problemen toe? Of worden er meer diagnoses gesteld?Elke tijd heeft zijn zorgen en miserie. De toename heeft effectief voor een stuk met diagnostiek te maken. De maatschappij psychiatriseert. Voor menselijke moeilijkheden gaan we nu naar de dokter. Terwijl we vroeger meer bij mekaar terecht konden. Dat is iets waar ik kritisch over reflecteer. Waarom spreken we niet meer met mekaar over moeilijkheden? Waarom zien we op Facebook enkel foto's van feestjes, vakanties en leukigheden?Dat klinkt een beetje nostalgisch.Ik benadruk: het was vroeger niet beter. Want dat is wat men soms in mijn maatschappijkritiek durft te lezen. Vroeger was het leven van de arbeidersklasse hard, er waren veel drankproblemen, miserie, geweld. De wereld gaat er globaal gesproken, hier bij ons, op vooruit. Maar toch is er heel veel psychopathologie. Blijkbaar hebben we het moeilijk om zorgen en tekorten te dragen met mekaar, kunnen we niet om met verdriet, de dingen des levens. Zelfs wanneer je niet geconfronteerd wordt met ziekte of grote rampen, krijg je te maken met schommelingen: een lastige baas, de file, je kinderen die je dromen niet waarmaken... Het gewone leven is nu eenmaal af en toe lastig. En dat lijken we niet meer te willen zien. Lastigheid is trouwens iets wat je samen draagt. Nu wordt dat dragen geprofessionaliseerd. Maar in de lastigheid toont zich de liefde zeg ik altijd. Wanneer het lastig is, hebben we de liefde nodig.We mogen niet meer ongelukkig zijn.De buitenwereld doet alsof het leven een en al vrolijkheid is. In onze gemediatiseerde maatschappij moet alles fantastisch zijn, het leven een feest, altijd in pretparkmodus. En dat is niet zo. Ik zie mensen met burn-out, depressie... Mijn praktijk is de spiegel van de maatschappij. Ik wil dat aan de wereld vertellen, zodat niet enkel psychiaters over psychologische problemen nadenken, maar iedereen. Want ja, we leven in een welvarende samenleving, maar die richt ook collateral damage aan.Je acht wat je noemt de dolgedraaide prestatiemaatschappij voor een groot stuk verantwoordelijk.Inderdaad. Maar die prestatiemaatschappij speelt zich niet alleen af in het bedrijf. Het is niet alleen de baas die teveel van ons vraagt. De prestatiedruk wordt doorgetrokken naar onze vrije tijd. We moeten er allemaal spectaculaire hobby's en een drukke sociale agenda op na houden. We hebben zoveel hobby's en activiteiten dat we er het begin en het einde niet meer van zien. Het gaat veel verder dan de baas. Het heeft ons hele bestaan geïnfecteerd.Kunnen we uit deze ratrace stappen?Ik ga er vanuit dat we een keuze hebben en dat wat ik doe zin heeft. Anders zijn we cynisch. Door te praten en je leven in beschouwing te nemen, krijg je inzichten en kan je veranderen. Onze wereld heeft meer flexibiliteit dan we soms denken. Stapje voor stapje kunnen we vooruitgang boeken. We moeten dingen in vraag stellen. Al zijn er op de vragen geen eenduidige antwoorden.Wordt dat niet van jou verwacht, dat je oplossingen biedt?Ik heb geen antwoorden. Ik stel vragen. Dat neemt men mij soms kwalijk. Maar dat is nu eenmaal een psychotherapeutisch proces. Ik zeg niet aan mensen wat ze moeten doen. Ik vraag: hoe is uw leven, hoe gaat het met uw partner, kinderen, ouders? Ik laat hen vertellen en stel af en toe vragen. Ik hoop dan dat ze buiten gaan met nog meer vragen, maar wel met openingen, met ideeën die verandering in hun leven kunnen brengen. Het is niet de bedoeling dat ik de oplossingen breng. Ik ben geen politicus, geen goeroe. Ik word soms zo opgevoerd, maar dat heb ik niet graag. Ik ben een psychiater. Alleen doe ik niet enkel aan therapie in mijn consultatieruimte, maar stel ook maatschappelijke zaken in vraag in de hoop dat mensen daar iets mee kunnen.Hoe wapen je jezelf tegen de dolgedraaide maatschappij?Even slecht als alle anderen. Ik ben wat dat betreft ook een mens onder de mensen. Ook ik neem te veel hooi op mijn vork en werk veel te hard. Ik moet leren nee zeggen, maar ik kan dat niet goed. Het belangrijkste is dat ik thuis kan komen, bij mijn geliefden. Zoals bij veel mensen is mijn kleine cirkeltje van gezin, vrienden en kennissen mijn draagvlak. Maar vooral mijn gezin: dat is de betonvloer waarop ik kan staan in de moerassigheid van het bestaan.Ik kan mij voorstellen dat je beroep soms weegt.Ik zal niet ontkennen dat het vermoeiend en zwaar kan zijn, het meedenken over soms heel ingewikkelde dingen. Maar het is ook zeer vervullend. Ik leer veel van mijn patiënten, dat zijn boeiende mensen. Mijn beroep is onwaarschijnlijk interessant, eigenlijk het mooiste van de wereld. Journalistiek is een goede tweede ( lacht). Omdat het ook over mensen gaat, over levens. Dat is het meest fascinerende wat er bestaat. Maar als psychiater kijk ik nog voorbij het eerste verhaal. Na de eerste consultaties begint het pas echt, als de oppervlakkige laag is afgepeld.