Het fossiel suggereert dat dinosauriërs al veren hadden toen ze nog 'op de grond' rondliepen. Ze waren een manier om partners te imponeren of vijanden te waarschuwen. Pas verder in de evolutie zouden veren dino's 'vleugels geven'.

Toen de Belgische paleontoloog Ulysse Lefèvre het fossiel van Serikornis sungei aan een Franse collega toonde, vond deze dat het op een 'zijdehoen', een Silkie, leek. Dit kippenras is een wandelende bol wol. De bijnaam was een feit.

'Silky', zo'n 48 centimeter lang, 160 tot 165 miljoen jaar oud en al die tijd perfect bewaard gebleven in de Noord-Chinese Tiaojishan-formatie, vertoont net zoals een Silkie-kip veren aan zowel voor- als achterpoten. Maar die veren waren niet geschikt om mee te vliegen, blijkt uit de uitvoerige beschrijving van de nieuwe dinosoort (en meteen ook een nieuw geslacht) in het vakblad The Science of Nature.

Zo ontbraken onder meer de weerhaakjes aan de baarden van de veren die de veer haar stevigheid geven en waren de veren symmetrisch, terwijl je assymetrische veren nodig hebt om te kunnen vliegen.