Een vriend en leeftijdgenoot, aan wie ik beken dat ik moe ben van het verhuizen, vertelt me dat hij al jaar en dag op dezelfde plek woont. Maar dat hij wel geholpen heeft bij X (hoofdletter en vet) verhuizingen van zijn kinderen. Zoals veel van de spruiten die onze generatie heeft voortgebracht, settelen die zich even of voor lang in het buitenland. Nazaten die niet stil zitten, pakken hun koffers bij elke nieuwe job, elk nieuw lief, telkens ze goesting hebben. Met één constante, ongeacht hun leeftijd: de hulp van ma en pa is altijd welkom! Wat de kilometerteller makkelijk op hol doet slaan...

En dan zijn er de ouders en schoonouders. Ze overlijden en laten een huis met inhoud na. Kiezen ervoor om kleiner te gaan wonen of in de stad. Ontdoen zich van hun vakantiewoning. Of trekken naar het woon-zorgcentrum. In alle gevallen moeten er dozen worden gevuld, meubelen verkocht/weggegeven/weggegooid, beslis- singen genomen, papieren geregeld waar je je het hoofd over breekt, alsof die gebroken rug nog niet volstaat. Geen denken aan dat je bejaarde ouders dit alleen moeten klaren.

Volgt nog de rest van de familie en naasten. Zoals zij die we de 'oude tantes' noemen. Ze hebben hun grote huis ingeruild voor een appartement en dat zo volgestouwd met snuisterijen en andere souvenirs, dat zelfs het stof de moed niet meer heeft om er zich een weg de banen. En nu trekken ze daar weer weg, zonder al te veel bagage, richting rusthuis. Alweer dozen vullen, meubelen kwijtraken, een eigendom verkopen, beslissingen nemen, een heel leven door je handen laten passeren. Maar geen denken aan dat ze dit alleen moeten klaren.

En zo verwerf je op je vijftigste nieuwe, onverwachte skills, waar nog geen enkele socioloog zich over gebogen heeft: die van serieverhuizer. De grote klassieker blijft de 50-plusser die kleiner gaat wonen in de stad 'met het oog op de oude dag'. Al klopt dat voor sommigen, maar niet automatisch voor iedereen (en zeker niet voor mij; ik vink eerder het vakje af 'mijn droom realiseren, 't is nu of nooit').

Waarnemers vergeten daarbij te vermelden dat er als 50-plusser, en dus als worstje tussen de generatiesandwich, behalve je eigen verhuizing, ook die van je voorouders en nazaten is. Dat wanneer de kleinkinderen oud genoeg zijn om de vleugels uit te slaan en verliefd worden op Bilbao of Berlijn, je klaar staat om te helpen. Waarbij je met enige fierheid je rijke expertise tentoonspreidt in het monteren en demonteren zonder schroeven, het terugvinden van gebruiksaanwijzingen op het internet, het beheren van de nevenschade, en vooral het aanbrengen van pleisters op vingers...

Een vriend en leeftijdgenoot, aan wie ik beken dat ik moe ben van het verhuizen, vertelt me dat hij al jaar en dag op dezelfde plek woont. Maar dat hij wel geholpen heeft bij X (hoofdletter en vet) verhuizingen van zijn kinderen. Zoals veel van de spruiten die onze generatie heeft voortgebracht, settelen die zich even of voor lang in het buitenland. Nazaten die niet stil zitten, pakken hun koffers bij elke nieuwe job, elk nieuw lief, telkens ze goesting hebben. Met één constante, ongeacht hun leeftijd: de hulp van ma en pa is altijd welkom! Wat de kilometerteller makkelijk op hol doet slaan... En dan zijn er de ouders en schoonouders. Ze overlijden en laten een huis met inhoud na. Kiezen ervoor om kleiner te gaan wonen of in de stad. Ontdoen zich van hun vakantiewoning. Of trekken naar het woon-zorgcentrum. In alle gevallen moeten er dozen worden gevuld, meubelen verkocht/weggegeven/weggegooid, beslis- singen genomen, papieren geregeld waar je je het hoofd over breekt, alsof die gebroken rug nog niet volstaat. Geen denken aan dat je bejaarde ouders dit alleen moeten klaren. Volgt nog de rest van de familie en naasten. Zoals zij die we de 'oude tantes' noemen. Ze hebben hun grote huis ingeruild voor een appartement en dat zo volgestouwd met snuisterijen en andere souvenirs, dat zelfs het stof de moed niet meer heeft om er zich een weg de banen. En nu trekken ze daar weer weg, zonder al te veel bagage, richting rusthuis. Alweer dozen vullen, meubelen kwijtraken, een eigendom verkopen, beslissingen nemen, een heel leven door je handen laten passeren. Maar geen denken aan dat ze dit alleen moeten klaren. En zo verwerf je op je vijftigste nieuwe, onverwachte skills, waar nog geen enkele socioloog zich over gebogen heeft: die van serieverhuizer. De grote klassieker blijft de 50-plusser die kleiner gaat wonen in de stad 'met het oog op de oude dag'. Al klopt dat voor sommigen, maar niet automatisch voor iedereen (en zeker niet voor mij; ik vink eerder het vakje af 'mijn droom realiseren, 't is nu of nooit'). Waarnemers vergeten daarbij te vermelden dat er als 50-plusser, en dus als worstje tussen de generatiesandwich, behalve je eigen verhuizing, ook die van je voorouders en nazaten is. Dat wanneer de kleinkinderen oud genoeg zijn om de vleugels uit te slaan en verliefd worden op Bilbao of Berlijn, je klaar staat om te helpen. Waarbij je met enige fierheid je rijke expertise tentoonspreidt in het monteren en demonteren zonder schroeven, het terugvinden van gebruiksaanwijzingen op het internet, het beheren van de nevenschade, en vooral het aanbrengen van pleisters op vingers...