In sommige gevallen is de situatie duidelijk: na een verdoving bijvoorbeeld, zelfs al is ze heel licht, is niemand in staat om auto te rijden. Punt aan de lijn. De arts of het ziekenhuis zal de patiënt dan ook op voorhand vragen om het vervoer naar huis te regelen. Andere situaties zijn echter minder duidelijk. Sinds het koninklijk besluit van september 2010 zijn er nieuwe bepalingen van kracht maar uitvlooien wat de wet nu exact bedoelt en wat niet, is nog altijd niet evident. De toepassing van de wet is niet altijd even duidelijk en er zijn nogal wat uitzonderingen.

Diabetes: hypoglykemie vermijden

Op dit vlak is de tekst van de wet formeel: iemand die lijdt aan suikerziekte is onbekwaam om te rijden. De praktijk is gelukkig veel soepeler. "Als de huisarts of een endocrinoloog-diabetoloog een certificaat uitschrijft dat de patiënt geschikt verklaart om auto te rijden, kan de patiënt op het gemeentehuis een rijbewijs krijgen", zegt Viviana de Laveleye, directrice van de Belgische Diabetesvereniging.

Voor mensen boven de vijftig blijft dit rijbewijs geldig gedurende drie jaar en het is hernieuwbaar na voorlegging van een nieuw medisch certificaat. "Het risico is vooral de hypoglykemie (te weinig suiker in het bloed)", zegt Viviane de Laveleye. "Maar dit komt niet zo frequent voor omdat de behandelingen steeds meer geperfectioneerd worden. Bovendien voelt de patiënt haast altijd aan dat hij een hypoglykemie zal krijgen (hij transpireert, beeft...). Dan kan hij de auto aan de kant zetten en wat suiker eten. Bovendien hebben patiënten die zichzelf insuline moeten toedienen (zowel diabetes 1 als 2) de reflex om hun suikerspiegel te testen voor ze plaatsnemen achter het stuur. Dit alles zorgt ervoor dat er heel weinig gevallen van hypoglykemie zijn."

Wat kunnen de gevolgen zijn, als het toch foutloopt? Het gevaar is dat de bestuurder de controle over het stuur verliest. Door het gebrek aan suiker in het bloed, worden de hersenen niet op de juiste manier doorbloed en kunnen er gedragsstoornissen optreden. Men schat dat 1 onge- luk op de 100 000 te wijten is aan hypoglykemie.

"Hyperglykemie daarentegen (het tegengestelde, dus te veel suiker in het bloed) houdt in de praktijk geen risico in. "Het treedt veel progressiever op dan hypoglykemie", legt Viviana de Laveleye uit. "De enige omstandigheid waarin zich een snelle hyperglykemie kan voordoen, is wanneer de insulinepomp uitvalt. De patiënt krijgt dan heel bruusk een tekort aan insuline maar de meeste van de hedendaagse pompen hebben een alarm dat in werking treedt in geval van defect, zodat de patiënt meteen kan reageren."

Kan een rijgeschiktheidscertificaat worden geweigerd? "Als de patiënt te kampen heeft met complicaties die hem minder valide maken - problemen met de ogen of de voeten, bijvoorbeeld -, dan kan de dokter het certificaat weigeren. Dat is zijn verantwoordelijkheid."

Slaapapneu: de behandeling helpt

Voor patiënten met het obstructief slaap apneu syndroom (OSAS), houdt autorijden een reëel risico in. "Om te kunnen zeggen dat iemand apneutisch is, moeten er tijdens de slaap minstens 5 apneus per uur worden geteld", zegt de Brusselse longarts prof. Giuseppe Liistro. "Als apneu omschrijven we de situatie waarbij de ademhaling gedurende minstens tien seconden ophoudt, over hypopneu spreken we als de ademhaling verzwakt tot er nagenoeg geen meer is."

Volgens recente studies treft OSAS 4 % van de volwassen mannen en 1 tot 2 % van de volwassen vrouwen. "We kunnen de ernst van de apneu meten aan de hand van de Epworth-score. Studies tonen aan dat het risico op ongevallen bij niet-behandelde patiënten 5 tot 8 % hoger is dan bij mensen van dezelfde leeftijd die er niet aan lijden of bij mensen die een behandeling volgen. In België stellen we een behandeling voor vanaf 20 apneus of hypopneus per uur. We spreken dan van een matig tot ernstig apneu/hypopneusyndroom."

De behandeling bestaat erin te slapen met een machine naast het bed, verbonden met een masker dat de patiënt voortdurend van lucht voorziet. De druk van het toestel houdt de ademhalingswegen open en zorgt voor een betere ademhaling en dus ook een betere slaap.

"Wanneer een patiënt lijdt aan matige tot ernstige apneu en daarbij ook overdag last van slaperigheid heeft, is de arts niet verplicht dit te melden aan de overheid. Hij is wel verplicht de patiënt zelf erop te wijzen dat hij niet meer in staat is auto te rijden, en hij moet dat ook in het medisch verslag schrijven", zegt prof. Liistro. De patiënt mag opnieuw achter het stuur wanneer hij gedurende minstens één maand zo'n apparaat gebruikt. "Na een maand zal de arts nagaan of de behandeling aanslaat en de slaperigheid overdag vermindert."

Wat gebeurt er wanneer de patiënt zich in die eerste maand niets aantrekt van het verbod op autorijden en een ongeval veroorzaakt? "Dan kan de verzekering zich tegen hem keren. Toch stellen we vast dat sommige patiënten blijven autorijden gedurende deze periode. Ze passen gewoon hun gedrag wat aan om het risico te beperken."

Het hart: geduld en gezond verstand

"Voor hartpatiënten zijn er weinig officiële beperkingen", zegt Dr. Jose Castro Rodriguez, cardioloog aan het CHU Brugmann in Brussel. "Het is vooral een kwestie van gezond verstand. De duidelijkste restrictie behelst patiënten die soms hartritmestoornissen hebben en die een defibrillator kregen ingeplant. De eerste zes maanden wordt hen niet toegestaan auto te rijden. Het apparaat registreert eventuele ritmestoornissen: zijn er geen, of zijn ze weinig talrijk, dan mag de patiënt opnieuw achter het stuur."

Het gebeurt dat een patiënt die hiervan op de hoogte is, weigert een defibrillator te laten plaatsen. Hij riskeert dan een syncope achter het stuur. "Daar kunnen we weinig tegen beginnen: dergelijke patiënten krijgen heel uitdrukkelijk de boodschap dat ze niet mogen rijden maar dit is enkel een advies. Houden ze zich er niet aan en veroorzaken ze een ongeluk, dan zijn zij verantwoordelijk voor de eventuele gevolgen. De arts is niet verplicht een verklaring aan de administratie af te leggen, maar noteert wel in het medisch dossier dat de persoon niet geschikt is om te rijden."

"Er is geen restrictie voor patiënten met een pacemaker. Toch raden we hen aan de eerste maand niet te rijden, de tijd die de elektrische sondes van het apparaat nodig hebben om zich goed aan het hart te hechten. Autorijden kan namelijk tot gevolg hebben dat de patiënt bruuske armbewegingen maakt die deze hechting zouden kunnen schaden."

Epilepsie: rijden zonder aanval

"Epileptici weten dat ze altijd het risico lopen, een aanval te krijgen achter het stuur. Of dat ze zich slaperig kunnen voelen door de medicatie", zegt de Brusselse epileptoloog prof. Kenou van Rijckevorsel.

Kan de patiënt een aanval voelen aankomen wanneer hij aan het autorijden is? "Sommigen voelen dit inderdaad, maar dat kan soms maar enkele seconden duren, zodat ze niet veel tijd hebben om te reageren. Voor anderen slaat de aanval vrijwel onmiddellijk toe. Tijdens de meeste aanvallen is de patiënt in een staat van abnormaal bewustzijn: de reflexen zijn gedeeltelijk aanwezig, voldoende om op automatische piloot te rijden maar niet voldoende om te reageren wanneer er een obstakel opduikt."

Zodra de ziekte vastgesteld wordt, levert de dokter een attest van rij-ongeschiktheid af. Volgens de wet is de patiënt dan geacht zijn rijbewijs af te geven op het gemeentehuis, wat in de praktijk zo goed als nooit gebeurt. "De wet voorziet gedetailleerde richtlijnen in de verschillende situaties: volgens het type aanval, de resultaten van de medische tests, enz. De patiënt moet drie maanden tot één jaar zonder crisis doorkomen vooraleer hij opnieuw mag autorijden. Als hij dan opnieuw geschikt wordt bevonden, schrijft de arts een attest voor een bepaalde termijn: enkele maanden tot vijf jaar. Na tien jaar zonder crisis kan de patiënt een rijbewijs krijgen van onbeperkte duur."

Een Amerikaanse studie heeft aangetoond dat slechts 0,2 % van de overlijdens bij auto-ongevallen te wijten is aan ongevallen veroorzaakt door een epileptische aanval. Dit cijfer is 4,6 keer hoger dan voor diabetespatiënten, maar 156 keer minder hoog dan voor alcoholgebruik achter het stuur. "De patiënten begrijpen het verbod dat we hen opleggen dan ook, maar ze hebben het moeilijk om te begrijpen dat anderen (mensen met alcoholproblemen, mensen met een beginnende dementie...) veel minder strikte sancties krijgen opgelegd dan zij."

Alzheimer: geen formeel verbod, maar...

Voor personen die aan alzheimer lijden is de vraag of ze mogen autorijden erg delicaat. Indien de ziekte vroeg is vastgesteld, is de patiënt in de regel nog perfect in staat om auto te rijden. "Maar daarna verliest hij zijn inschattingsvermogen en kan hij zijn eigen capaciteiten niet meer beoordelen", zegt Sabine Henri, voorzitster van de Alzheimer Liga.

Dan zijn het de dokter en de familie die de evolutie van de ziekte in de gaten moeten houden. "Er is geen formeel rijverbod maar de dokter moet een verklaring schrijven dat de patiënt daartoe niet meer bekwaam is, bijvoorbeeld wanneer de persoon problemen begint te krijgen met de oriëntatie. Hij kan hem vragen zijn rijbewijs af te geven in het gemeentehuis (wat weinigen doen), of een afspraak te maken met het Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassing (Cara, lees het kaderstukje hiernaast) om een rijgeschiktheidsproef af te leggen. Dit organisme kan eventueel toestemming geven tot autorijden onder bepaalde voorwaarden: 's nachts niet uitrijden, binnen een bepaalde perimeter rond het huis blijven, enzoverder. "Omdat er geen formeel verbod kan opgelegd worden, is het aan de familie om te proberen de patiënt te overtuigen dat hij het best niet meer rijdt. Een dame zei ons ooit dat haar echtgenoot, een alzheimerpatiënt, een auto wilde voorbijsteken maar dat hij aan haar vroeg of hij daarvoor voldoende tijd had. Er is dus niet alleen een probleem voor de patiënt, maar ook voor wie bij hem in de auto zit en voor de andere weggebruikers."

Je partner of één van je ouders deze vrijheid ontnemen, is niet evident. "Dit soort discussies veroorzaakt spanningen. Autorijden heeft een hoge symboolwaarde wat de autonomie en de levenskwaliteit betreft, zeker voor mannen. We hoorden familieleden zeggen dat ze de autosleutels wegstoppen of de batterij uit de auto halen. Maar sommige patiënten zijn in staat om deze maatregelen te omzeilen. Het resultaat is vaak dat alles blijft zoals het was en de patiënt blijft autorijden."

Medicatie: de bijsluiter lezen

Heel wat geneesmiddelen, zelfs courante, kunnen niet te verwaarlozen nevenwerkingen hebben. Vandaar de noodzaak om de bijsluiter te lezen. Een recente studie in Frankrijk stelde vast dat het gebruik van medicatie de oorzaak van niet minder dan 3,3 % van de verkeersongevallen was.

Van alle bijwerkingen is slapeloosheid achter het stuur de grootste schuldige en die wordt zeker niet alleen veroorzaakt door slaapmiddelen. Er zijn ook de geneesmiddelen tegen verkoudheid (hoestsiroopjes!), tegen pijn en koorts, antidepressiva en anxiolitica (angstwerende middelen). Er zijn de medicamenten tegen hoge bloeddruk en tegen allergie, antidiabetica, neuroleptica, zelfs sommige stimulerende geneesmiddelen... Zonder dan nog te spreken over de interactie tussen geneesmiddelen.

Het zicht: minimaal 5/10

De meeste informatie die we nodig hebben om veilig te rijden, verzamelen we langs visuele weg: verkeerslichten, oversteekplaatsen voor voetgangers, waarschuwingsborden, panelen met informatie, andere voertuigen,... Voor het besturen van een standaardwagen voor privégebruik, zijn er twee punten essentieel. "De Belgische wet eist niet alleen dat de bestuurder op beide ogen een gezichtsscherpte heeft van 5/10, maar ook een visueel veld dat voldoende breed is, namelijk breder dan 120°", zegt de Brusselse oogarts dr. Tania Barlet." Ons zicht kan worden aangetast door verschillende oorzaken. De meest frequente na de leeftijd van 50 jaar zijn:

  • leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD): "Het gaat hier om het verouderen van de macula, het centrale deel van het netvlies. Die verzekert het centrale zicht, meer bepaald het detail (de gezichtsscherpte). Indien deze lager is dan 5/10 is de persoon in kwestie wettelijk onbekwaam om te rijden. In sommige uitzonderlijke gevallen kan hij echter met een gezichtsscherpte tussen 3/10 en 5/10 toestemming krijgen om te rijden, maar dit hangt af van andere gezondheidscriteria."
  • diabetes: complicaties kunnen een vermindering van zowel het perifere als het centrale gezichtsvermogen tot gevolg hebben. "Een persoon bij wie de aandoening gepaard gaat met ernstige oogcomplicaties of complicaties op neurologisch of cardiovasculair vlak, kan rijonbekwaam worden verklaard."
  • glaucoom: "Deze pathologie is bijzonder verraderlijk, want ze is pijnloos en manifesteert zich in het geniep. Bij glaucoom gebeurt er een progressieve en trage aftakeling van de optische zenuw, dat aanvankelijk een verlies van het perifere zicht en dan stilaan ook het centrale zicht bereikt. Deze aandoening treft tot 3 % van de bevolking boven de 50 jaar. Het kan gedurende vele jaren onopgemerkt blijven, vandaar het nut om elk jaar een controle bij een oogarts te plannen."
  • na een hersenbloeding: Na een hersenbloeding kun je een verlies hebben van de helft van het visueel veld, rechts of links. Dit heet hemianopsie of halfzijdige blindheid. Dit is vooral vervelend aan de rechterkant, de kant waar de verkeersborden staan. "Zo kan hemianopsie een motief zijn voor een formeel rijverbod, en toch hoeft dat niet zo te zijn. Sommige bestuurders zijn immers in staat deze beperking van hun visueel veld te compenseren, bijvoorbeeld door voortdurend naar links en rechts te kijken. Een proef bij het Cara zal uitmaken of de bestuurder al dan niet in staat is, auto te rijden."
  • katarakt: een begin van katarakt manifesteert zich dikwijls door een hevige verblinding door de lichten van de tegenliggers en een significatieve vermindering van contrastgevoeligheid, ondanks een gezichtsscherpte boven de 5/10. De beste preventie in dit geval is de snelheid te minderen, zeker wanneer je een slecht verlichte tunnel in- of uitrijdt.

Wat is Cara?

Het Cara (Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassing) is dé referentie wanneer het over rijgeschiktheid gaat. Deze afdeling van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) heeft als opdracht de geschiktheid na te gaan van de personen die kampen met een daling van hun (motorische, visuele,...) vaardigheden.

"Onze filosofie is dat ouderdom geen ziekte is op zich", zegt Mark Tant, afdelingshoofd van het Cara. "Een beslissing of iemand geschikt is of niet, is dus niet afhankelijk van de leeftijd. Het is de arts die beslist om een attest uit te schrijven op basis waarvan het rijbewijs wordt aangepast, vernieuwd of ingetrokken. Kandidaten die door hun dokter worden gestuurd ondergaan, volgens wat in hun geval noodzakelijk is, een medisch of psychologisch onderzoek en moeten verschillende praktische rijvaardigheidstests uitvoeren. Zo wordt uitgemaakt of het medische of psychische probleem een invloed heeft op het rijgedrag. De visustest is verplicht voor alle personen die zich bij ons laten onderzoeken."

Sommige rijgeschiktheidsattesten die het Cara uitreikt, moeten gecombineerd worden met bepaalde voorwaarden (bijvoorbeeld de verplichting tot het dragen van een bril of lenzen) of bepaalde beperkingen (rijden toegestaan tussen één uur na zonsopgang en één uur voor zonsondergang, verbod om op de snelweg te rijden, enz.) of aanpassingen aan de wagen (bijv. een automatische versnelling). "De gemeente schrijft deze informatie in een cijfercode op het rijbewijs. "

De wet stelt dat men in het geval van ongeschiktheid zijn rijbewijs moet indienen binnen de vier dagen. "In de praktijk zijn er weinigen die dat doen. Het wordt getolereerd, indien je ten minste niet autorijdt. Als je echter toch op pad gaat, zul je in geval van controle worden beschouwd als iemand die geen rijbewijs heeft."

Meer info: http://bivv.be/nl/particulieren/cara

In sommige gevallen is de situatie duidelijk: na een verdoving bijvoorbeeld, zelfs al is ze heel licht, is niemand in staat om auto te rijden. Punt aan de lijn. De arts of het ziekenhuis zal de patiënt dan ook op voorhand vragen om het vervoer naar huis te regelen. Andere situaties zijn echter minder duidelijk. Sinds het koninklijk besluit van september 2010 zijn er nieuwe bepalingen van kracht maar uitvlooien wat de wet nu exact bedoelt en wat niet, is nog altijd niet evident. De toepassing van de wet is niet altijd even duidelijk en er zijn nogal wat uitzonderingen. Op dit vlak is de tekst van de wet formeel: iemand die lijdt aan suikerziekte is onbekwaam om te rijden. De praktijk is gelukkig veel soepeler. "Als de huisarts of een endocrinoloog-diabetoloog een certificaat uitschrijft dat de patiënt geschikt verklaart om auto te rijden, kan de patiënt op het gemeentehuis een rijbewijs krijgen", zegt Viviana de Laveleye, directrice van de Belgische Diabetesvereniging. Voor mensen boven de vijftig blijft dit rijbewijs geldig gedurende drie jaar en het is hernieuwbaar na voorlegging van een nieuw medisch certificaat. "Het risico is vooral de hypoglykemie (te weinig suiker in het bloed)", zegt Viviane de Laveleye. "Maar dit komt niet zo frequent voor omdat de behandelingen steeds meer geperfectioneerd worden. Bovendien voelt de patiënt haast altijd aan dat hij een hypoglykemie zal krijgen (hij transpireert, beeft...). Dan kan hij de auto aan de kant zetten en wat suiker eten. Bovendien hebben patiënten die zichzelf insuline moeten toedienen (zowel diabetes 1 als 2) de reflex om hun suikerspiegel te testen voor ze plaatsnemen achter het stuur. Dit alles zorgt ervoor dat er heel weinig gevallen van hypoglykemie zijn." Wat kunnen de gevolgen zijn, als het toch foutloopt? Het gevaar is dat de bestuurder de controle over het stuur verliest. Door het gebrek aan suiker in het bloed, worden de hersenen niet op de juiste manier doorbloed en kunnen er gedragsstoornissen optreden. Men schat dat 1 onge- luk op de 100 000 te wijten is aan hypoglykemie. "Hyperglykemie daarentegen (het tegengestelde, dus te veel suiker in het bloed) houdt in de praktijk geen risico in. "Het treedt veel progressiever op dan hypoglykemie", legt Viviana de Laveleye uit. "De enige omstandigheid waarin zich een snelle hyperglykemie kan voordoen, is wanneer de insulinepomp uitvalt. De patiënt krijgt dan heel bruusk een tekort aan insuline maar de meeste van de hedendaagse pompen hebben een alarm dat in werking treedt in geval van defect, zodat de patiënt meteen kan reageren." Kan een rijgeschiktheidscertificaat worden geweigerd? "Als de patiënt te kampen heeft met complicaties die hem minder valide maken - problemen met de ogen of de voeten, bijvoorbeeld -, dan kan de dokter het certificaat weigeren. Dat is zijn verantwoordelijkheid." Voor patiënten met het obstructief slaap apneu syndroom (OSAS), houdt autorijden een reëel risico in. "Om te kunnen zeggen dat iemand apneutisch is, moeten er tijdens de slaap minstens 5 apneus per uur worden geteld", zegt de Brusselse longarts prof. Giuseppe Liistro. "Als apneu omschrijven we de situatie waarbij de ademhaling gedurende minstens tien seconden ophoudt, over hypopneu spreken we als de ademhaling verzwakt tot er nagenoeg geen meer is." Volgens recente studies treft OSAS 4 % van de volwassen mannen en 1 tot 2 % van de volwassen vrouwen. "We kunnen de ernst van de apneu meten aan de hand van de Epworth-score. Studies tonen aan dat het risico op ongevallen bij niet-behandelde patiënten 5 tot 8 % hoger is dan bij mensen van dezelfde leeftijd die er niet aan lijden of bij mensen die een behandeling volgen. In België stellen we een behandeling voor vanaf 20 apneus of hypopneus per uur. We spreken dan van een matig tot ernstig apneu/hypopneusyndroom." De behandeling bestaat erin te slapen met een machine naast het bed, verbonden met een masker dat de patiënt voortdurend van lucht voorziet. De druk van het toestel houdt de ademhalingswegen open en zorgt voor een betere ademhaling en dus ook een betere slaap. "Wanneer een patiënt lijdt aan matige tot ernstige apneu en daarbij ook overdag last van slaperigheid heeft, is de arts niet verplicht dit te melden aan de overheid. Hij is wel verplicht de patiënt zelf erop te wijzen dat hij niet meer in staat is auto te rijden, en hij moet dat ook in het medisch verslag schrijven", zegt prof. Liistro. De patiënt mag opnieuw achter het stuur wanneer hij gedurende minstens één maand zo'n apparaat gebruikt. "Na een maand zal de arts nagaan of de behandeling aanslaat en de slaperigheid overdag vermindert." Wat gebeurt er wanneer de patiënt zich in die eerste maand niets aantrekt van het verbod op autorijden en een ongeval veroorzaakt? "Dan kan de verzekering zich tegen hem keren. Toch stellen we vast dat sommige patiënten blijven autorijden gedurende deze periode. Ze passen gewoon hun gedrag wat aan om het risico te beperken." "Voor hartpatiënten zijn er weinig officiële beperkingen", zegt Dr. Jose Castro Rodriguez, cardioloog aan het CHU Brugmann in Brussel. "Het is vooral een kwestie van gezond verstand. De duidelijkste restrictie behelst patiënten die soms hartritmestoornissen hebben en die een defibrillator kregen ingeplant. De eerste zes maanden wordt hen niet toegestaan auto te rijden. Het apparaat registreert eventuele ritmestoornissen: zijn er geen, of zijn ze weinig talrijk, dan mag de patiënt opnieuw achter het stuur." Het gebeurt dat een patiënt die hiervan op de hoogte is, weigert een defibrillator te laten plaatsen. Hij riskeert dan een syncope achter het stuur. "Daar kunnen we weinig tegen beginnen: dergelijke patiënten krijgen heel uitdrukkelijk de boodschap dat ze niet mogen rijden maar dit is enkel een advies. Houden ze zich er niet aan en veroorzaken ze een ongeluk, dan zijn zij verantwoordelijk voor de eventuele gevolgen. De arts is niet verplicht een verklaring aan de administratie af te leggen, maar noteert wel in het medisch dossier dat de persoon niet geschikt is om te rijden." "Er is geen restrictie voor patiënten met een pacemaker. Toch raden we hen aan de eerste maand niet te rijden, de tijd die de elektrische sondes van het apparaat nodig hebben om zich goed aan het hart te hechten. Autorijden kan namelijk tot gevolg hebben dat de patiënt bruuske armbewegingen maakt die deze hechting zouden kunnen schaden." "Epileptici weten dat ze altijd het risico lopen, een aanval te krijgen achter het stuur. Of dat ze zich slaperig kunnen voelen door de medicatie", zegt de Brusselse epileptoloog prof. Kenou van Rijckevorsel. Kan de patiënt een aanval voelen aankomen wanneer hij aan het autorijden is? "Sommigen voelen dit inderdaad, maar dat kan soms maar enkele seconden duren, zodat ze niet veel tijd hebben om te reageren. Voor anderen slaat de aanval vrijwel onmiddellijk toe. Tijdens de meeste aanvallen is de patiënt in een staat van abnormaal bewustzijn: de reflexen zijn gedeeltelijk aanwezig, voldoende om op automatische piloot te rijden maar niet voldoende om te reageren wanneer er een obstakel opduikt." Zodra de ziekte vastgesteld wordt, levert de dokter een attest van rij-ongeschiktheid af. Volgens de wet is de patiënt dan geacht zijn rijbewijs af te geven op het gemeentehuis, wat in de praktijk zo goed als nooit gebeurt. "De wet voorziet gedetailleerde richtlijnen in de verschillende situaties: volgens het type aanval, de resultaten van de medische tests, enz. De patiënt moet drie maanden tot één jaar zonder crisis doorkomen vooraleer hij opnieuw mag autorijden. Als hij dan opnieuw geschikt wordt bevonden, schrijft de arts een attest voor een bepaalde termijn: enkele maanden tot vijf jaar. Na tien jaar zonder crisis kan de patiënt een rijbewijs krijgen van onbeperkte duur." Een Amerikaanse studie heeft aangetoond dat slechts 0,2 % van de overlijdens bij auto-ongevallen te wijten is aan ongevallen veroorzaakt door een epileptische aanval. Dit cijfer is 4,6 keer hoger dan voor diabetespatiënten, maar 156 keer minder hoog dan voor alcoholgebruik achter het stuur. "De patiënten begrijpen het verbod dat we hen opleggen dan ook, maar ze hebben het moeilijk om te begrijpen dat anderen (mensen met alcoholproblemen, mensen met een beginnende dementie...) veel minder strikte sancties krijgen opgelegd dan zij." Voor personen die aan alzheimer lijden is de vraag of ze mogen autorijden erg delicaat. Indien de ziekte vroeg is vastgesteld, is de patiënt in de regel nog perfect in staat om auto te rijden. "Maar daarna verliest hij zijn inschattingsvermogen en kan hij zijn eigen capaciteiten niet meer beoordelen", zegt Sabine Henri, voorzitster van de Alzheimer Liga. Dan zijn het de dokter en de familie die de evolutie van de ziekte in de gaten moeten houden. "Er is geen formeel rijverbod maar de dokter moet een verklaring schrijven dat de patiënt daartoe niet meer bekwaam is, bijvoorbeeld wanneer de persoon problemen begint te krijgen met de oriëntatie. Hij kan hem vragen zijn rijbewijs af te geven in het gemeentehuis (wat weinigen doen), of een afspraak te maken met het Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassing (Cara, lees het kaderstukje hiernaast) om een rijgeschiktheidsproef af te leggen. Dit organisme kan eventueel toestemming geven tot autorijden onder bepaalde voorwaarden: 's nachts niet uitrijden, binnen een bepaalde perimeter rond het huis blijven, enzoverder. "Omdat er geen formeel verbod kan opgelegd worden, is het aan de familie om te proberen de patiënt te overtuigen dat hij het best niet meer rijdt. Een dame zei ons ooit dat haar echtgenoot, een alzheimerpatiënt, een auto wilde voorbijsteken maar dat hij aan haar vroeg of hij daarvoor voldoende tijd had. Er is dus niet alleen een probleem voor de patiënt, maar ook voor wie bij hem in de auto zit en voor de andere weggebruikers." Je partner of één van je ouders deze vrijheid ontnemen, is niet evident. "Dit soort discussies veroorzaakt spanningen. Autorijden heeft een hoge symboolwaarde wat de autonomie en de levenskwaliteit betreft, zeker voor mannen. We hoorden familieleden zeggen dat ze de autosleutels wegstoppen of de batterij uit de auto halen. Maar sommige patiënten zijn in staat om deze maatregelen te omzeilen. Het resultaat is vaak dat alles blijft zoals het was en de patiënt blijft autorijden." Heel wat geneesmiddelen, zelfs courante, kunnen niet te verwaarlozen nevenwerkingen hebben. Vandaar de noodzaak om de bijsluiter te lezen. Een recente studie in Frankrijk stelde vast dat het gebruik van medicatie de oorzaak van niet minder dan 3,3 % van de verkeersongevallen was. Van alle bijwerkingen is slapeloosheid achter het stuur de grootste schuldige en die wordt zeker niet alleen veroorzaakt door slaapmiddelen. Er zijn ook de geneesmiddelen tegen verkoudheid (hoestsiroopjes!), tegen pijn en koorts, antidepressiva en anxiolitica (angstwerende middelen). Er zijn de medicamenten tegen hoge bloeddruk en tegen allergie, antidiabetica, neuroleptica, zelfs sommige stimulerende geneesmiddelen... Zonder dan nog te spreken over de interactie tussen geneesmiddelen. De meeste informatie die we nodig hebben om veilig te rijden, verzamelen we langs visuele weg: verkeerslichten, oversteekplaatsen voor voetgangers, waarschuwingsborden, panelen met informatie, andere voertuigen,... Voor het besturen van een standaardwagen voor privégebruik, zijn er twee punten essentieel. "De Belgische wet eist niet alleen dat de bestuurder op beide ogen een gezichtsscherpte heeft van 5/10, maar ook een visueel veld dat voldoende breed is, namelijk breder dan 120°", zegt de Brusselse oogarts dr. Tania Barlet." Ons zicht kan worden aangetast door verschillende oorzaken. De meest frequente na de leeftijd van 50 jaar zijn: