In september vorig jaar besliste het Vlaams Instituut Gezond Leven om de voedingsdriehoek te herwerken en te vereenvoudigen. Markant daarbij is dat zetmeelhoudende producten voortaan op dezelfde hoogte staan als fruit en groenten, de categorie voedingsmiddelen waar we meer moeten van eten. Een zoete wraak voor deze vaak verguisde producten. Allemaal hebben we het ooit gelezen of te horen gekregen: eet 's avonds geen aardappelen of pasta als je een strak buikje wilt. Hoeveel dieetgoeroes hebben hen niet afgedaan als caloriebommen die je zoveel mogelijk moet mijden, ja zelfs resoluut van het menu moet schrappen?
...

In september vorig jaar besliste het Vlaams Instituut Gezond Leven om de voedingsdriehoek te herwerken en te vereenvoudigen. Markant daarbij is dat zetmeelhoudende producten voortaan op dezelfde hoogte staan als fruit en groenten, de categorie voedingsmiddelen waar we meer moeten van eten. Een zoete wraak voor deze vaak verguisde producten. Allemaal hebben we het ooit gelezen of te horen gekregen: eet 's avonds geen aardappelen of pasta als je een strak buikje wilt. Hoeveel dieetgoeroes hebben hen niet afgedaan als caloriebommen die je zoveel mogelijk moet mijden, ja zelfs resoluut van het menu moet schrappen?De waarheid is dat je van zetmeelhoudende producten niet dikker wordt, op voorwaarde dat je er correct mee omspringt. Variatie en de juiste hoeveelheid zijn daarbij de sleutelwoorden. "Evenwichtig eten betekent veel verschillende voedingsmiddelen op het menu zetten", benadrukt Serge Pieters (professor dieetleer, Institut Paul Lambin). "Volgens de laatste voedingsaanbevelingen moeten zetmeelhoudende producten 45% van onze voeding uitmaken. Deze categorie levensmiddelen levert namelijk de meeste energie, onder de vorm van zetmeel. De superbrandstof waarop onze hersenen en spieren draaien is glucose, en dat is niets anders dan afgebroken zetmeel."De mensheid zag trouwens al erg snel in dat zetmeelhoudende producten qua energiewaarde een godsgeschenk zijn. "In het neolithicum maakten alle beschavingen er stilaan hun basisvoeding van, aangevuld met eiwitrijke peulvruchten", legt voedingshistoricus Pierre Leclercq uit. "In het Nabije Oosten (bakermat van de mediterrane en Europese beschavingen) verbouwde men rond 7.000 voor Christus al tarwe, samen met linzen en kikkererwten." In het Westen was de combinatie tarwe + bonen tot in de 19de eeuw dé hoeksteen van onze voeding.In de loop der eeuwen is de manier waarop we graanproducten aten vaak en drastisch veranderd. 'We zijn geneigd te denken dat pap een minder beschaafde vorm is om deze producten te eten dan brood. Toch was er al brood, in de vorm van platte koeken, vóór er zelfs maar sprake was van pap. Al vanaf het paleolithicum (17.000 voor Christus) beschikte de mens over werktuigen om van graankorrels meel te maken en dat vervolgens te bakken. Pas veel later was de mens in staat aardewerk te vervaardigen en de graankorrels in vocht te koken." De oude Grieken verkozen brood, de Romeinen gaven de voorkeur aan in water gekookte granen. Vooral in de vorm van lagana, pastavellen die de rechtstreekse voorlopers zijn van onze lasagne. Anders dan de legende ons voorhoudt, was het dus niet Marco Polo die in de 13de eeuw deegwaren meebracht uit China.Ondanks alles weet brood zich in Rome en in de hele westerse wereld op te werken tot het belangrijkste voedingsmiddel. Het werd dermate onmisbaar dat het zelfs heilig werd. Niet toevallig speelt brood een cruciale rol in tal van religies - denk maar aan de hostie in de roomskatholieke eucharistie - en duikt het woord vaak op in volkse gezegden als zijn brood verdienen of wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Mislukte graanoogsten waren meer dan eens aanleiding voor een volksopstand. "Waarom wilden de Romeinen zo graag een wereldrijk stichten?", vraagt Pierre Leclercq en hij geeft meteen ook het antwoord: "Omdat hun eigen landbouwsysteem tekortschoot, terwijl dat van de Galliërs wel performant was. In Gallië werd voldoende tarwe verbouwd om bijna 300.000 hongerige Romeinse monden te voeden!" Omgekeerd valt de teloorgang van het West-Romeinse Rijk vanaf de 3de eeuw samen met een ernstige landbouwcrisis als gevolg van extreme droogte.Pas aan het einde van de hoge middeleeuwen, wanneer innovaties voor een grotere tarweoogst zorgden, kwam de Europese beschaving er weer bovenop. De mensen leidden toen een veel actiever bestaan dan nu en brood was meer dan ooit de motor van de samenleving. "Eind 14de eeuw at iedereen ongeveer één kilo brood per dag", weet de voedingshistoricus. Toen de graanprijs in Frankrijk in 1775 plots de hoogte inschoot, brak de guerre des farines (bloemoorlog) uit. Het volk morde en kwam in opstand. Historici zijn het er vandaag over eens dat dit de aanzet was voor de Franse Revolutie in 1789. Het belang van brood begon vanaf de 19de eeuw te tanen, al werd die trend pas in de jaren 1930 duidelijk voelbaar.Toch bestaan er al heel lang alternatieven voor tarwe en brood. "Rijst bereikte via Spanje en de Arabieren al in de achtste eeuw Europa", licht de historicus toe. "Vanaf de middeleeuwen doken er in Engelse kookboeken recepten met rijst op. Gemeengoed werd rijst evenwel pas tijdens WOI, toen hij deel uitmaakte van het rantsoen van de de soldaten." Aardappelen kwamen al in de 16de eeuw vanuit Amerika in Europa aan, maar werden in onze contreien pas 200 jaar later op noemenswaardige schaal verbouwd. "De aardappel vond sneller ingang in Vlaanderen dan in Wallonië, waar sommige dorpen er niet van moesten weten. Toen men ze ging verbouwen, vonden ze meteen hun weg naar de tafel van het gewone volk. In de keuken van de burgerij maakten aardappelen pas in de 19de eeuw hun opwachting." Voordien keek men er tegenaan zoals men tijdens WOII over aardperen en koolrapen dacht: knollen die nuttig zijn tegen de honger, maar die je in tijden van voorspoed enkel aan dieren geeft.Brood mag dan nog altijd stevig verankerd zijn in onze cultuur (voor welk ander voedingsmiddel gaan we nog stelselmatig naar een speciaalzaak?), feit is dat we vandaag kunnen kiezen uit een waaier aan zetmeelhoudende producten. En zoals dat met voeding wel vaker het geval is, is variatie de beste manier om met deze overvloed aan producten om te springen!