Zo lang mogelijk in topvorm blijven? Daarvoor moet je uiteraard gezond leven, maar ook een paar essentiële gezondheidsparameters in het oog houden en preventief een aantal check-ups laten doen, aangepast aan je leeftijd. Dit zijn ze.
...

Zo lang mogelijk in topvorm blijven? Daarvoor moet je uiteraard gezond leven, maar ook een paar essentiële gezondheidsparameters in het oog houden en preventief een aantal check-ups laten doen, aangepast aan je leeftijd. Dit zijn ze. JE GEWICHT. In ons land kampt een op de twee met overgewicht en is een op de vijf zwaarlijvig of obees. Overgewicht is een risicofactor voor veel aandoeningen: kanker, hartziekten, infecties - ook Covid-19. Zelf je BMI (Body Mass Index) berekenen is eenvoudig: je deelt je gewicht, in kilo, door het kwadraat van je lengte, in meter. Weeg je 65 kg en ben je 1,65 m, dan gaat de berekening als volgt: 65: 2,7225 (1,65 x 1,65) = 23,87. Een BMI tussen 18,5 en 25 is gezond. Onder 18,5 ben je te mager. Hoger dan 25 heb je overgewicht en boven 30 ben je obees. Ga een keer per week op de weegschaal staan. En denk eraan: plots gewichtsverlies zonder aanwijsbare reden is een signaal dat er iets mis is. JE TAILLEOMTREK. Buikzwaarlijvigheid of abdominale obesitas houdt een belangrijk cardiovasculair risico in. Vet in de buikstreek komt veel vaker voor vanaf de menopauze en is uitermate schadelijk voor je lichaam. Leg een keer per maand een lintmeter rond je taille, ongeveer twee centimeter boven je navel, waar je bovenlichaam het smalst is. Bij vrouwen mag de tailleomtrek hoogstens 88 cm zijn, bij mannen 102 cm. Het goede nieuws: vet in de buikstreek mag dan al nefast zijn voor je gezondheid, het is ook vet dat snel wegsmelt wanneer je op dieet gaat. En tegelijk met dat vet slinkt ook je risico op hart- en vaatziekten. JE BLOEDDRUK. Die laat je vanaf je 40ste best jaarlijks meten. Hoge bloeddruk of arteriële hypertensie is vaak een silent killer: de aandoening veroorzaakt doorgaans geen enkel symptoom, maar beschadigt op termijn je slagaders, waardoor je risico op een beroerte (CVA of cerebrovasculair accident) en op een hartinfarct toeneemt. Gelukkig kan je met medicatie, in combinatie met een gezonde levensstijl, je bloeddruk doen dalen. Die moet lager zijn dan 14/9 Hg. Goed om te weten: je bloeddruk kan behoorlijk schommelen naargelang de periode, het moment van de dag en de stress die je ervaart. Nogal wat mensen lijden aan wittejassenhypertensie: de stress van het doktersbezoek volstaat om hun bloeddruk de hoogte in te jagen. Bij twijfel zal je arts je vragen om thuis zelf je bloeddruk te meten met een bloeddrukmeter. Dat toestel is ook nuttig om je goede voornemens - voeding, beweging, therapietrouw... - aan te scherpen, op voorwaarde dat je er niet obsessief mee bezig bent. JE CHOLESTEROLGEHALTE in het bloed. Ook die parameter moet je vanaf 40 jaarlijks laten controleren. Bij maar liefst twee op de drie landgenoten is het cholesterolgehalte in het bloed te hoog, vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed veroorzaakt namelijk niet echt symptomen. Althans niet meteen, want het risico op hart- en vaatziekten neemt er wel door toe. Bij de huisarts even je bloed laten prikken in nuchtere toestand volstaat om je gehalte aan LDL-cholesterol of 'slechte' cholesterol te kennen. De bovengrens ligt op 115 mg/dl, maar hoe groter je algehele cardiovasculaire risico, hoe lager dat cijfer moet zijn. JE BLOEDSUIKERSPIEGEL. Het is verstandig om die vanaf 45 om de vier jaar te laten meten. Diabetes type 2 is namelijk een sluipende ziekte, die vaak pas wordt vastgesteld vijf tot tien jaar nadat ze haar intrede doet. Een bloedafname in nuchtere toestand volstaat om zicht te krijgen op je bloedsuikerspiegel (glykemie): de waarde moet lager liggen dan 100 mg/dl. GLAUCOOM. Vanaf 40 moet je je ogen laten controleren op glaucoom. Doe dat minstens één keer om de vijf jaar en vaker indien er sprake is van een familiale voorgeschiedenis. Doorgaans veroorzaakt glaucoom geen symptomen. Een adequate behandeling is echter absoluut noodzakelijk om de opmars van de ziekte te vertragen, want glaucoom kan tot blindheid leiden. Laat de oogarts dus je ogen checken op glaucoom: hij meet niet alleen je oogdruk, maar controleert ook je gezichtsveld en je blinde vlek (papil). Via een oogfundusonderzoek - een onderzoek van je inwendige oog - kan de oogarts ook de eerste tekenen van maculadegeneratie opsporen, een ziekte die zich al vanaf 50 kan aandienen en een op de vier 75-plussers treft. De alarmsignalen? Rechte lijnen - zoals de vakjes van een kruiswoordraadsel - lijken te golven of lijken krom. DARMKANKER. Het is de op een na meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen, na borstkanker, en de op twee na meest voorkomende kanker bij mannen, na prostaat- en longkanker. De ziekte komt zeer zelden voor bij mensen jonger dan 40, maar vanaf 50 neemt de incidentie ervan aanzienlijk toe. Ben je tussen 50 en 74 jaar oud, dan krijg je - hetzij binnen de twee jaar na je 50ste verjaardag, hetzij vijf jaar na een negatieve coloscopie (onderzoek van de dikke darm) - een uitnodiging op naam voor een Hemoccult-test. Met deze test wordt onzichtbaar bloed in je stoelgang opgespoord. Hoe dit praktisch in zijn werk gaat? Je neemt thuis drie dagen na elkaar twee minieme staaltjes van je ontlasting en brengt die aan op een testkaartje, dat je vervolgens naar een lab stuurt voor analyse. BORSTKANKER. Vrouwen tussen 50 en 69 jaar ondergaan best om de twee jaar een mammografie. Je krijgt per post automatisch een uitnodiging voor zo'n mammografie of Mammotest in een erkend screeningcentrum in je eigen regio. Wil je daar niet op wachten, dan kan je zelf je huisarts of gynaecoloog contacteren, die je alle nuttige informatie kan verstrekken. Indien er bijvoorbeeld borstkanker voorkomt in je familie, kan je je al vanaf 30 of 40 laten screenen. En afhankelijk van de situatie kunnen ook vrouwen boven de 70 zich laten checken op borstkanker. JE BOTDICHTHEID. Vanaf de menopauze leidt de daling van het oestrogeengehalte in je bloed tot een afname van je botdichtheid. 40% van de vrouwen in de menopauze wordt ooit met een botbreuk geconfronteerd als gevolg van osteoporose. Je botdichtheid wordt gemeten aan de hand van een specifiek röntgenonderzoek: een osteodensitometrie. Vrouwen met een risicoprofiel - familiale voorgeschiedenis, kleine en magere types... - krijgen de raad om vanaf de menopauze om de twee jaar een botdichtheidsonderzoek te laten doen. JE TANDVLEES. Aandoeningen van je tandvlees zorgen ervoor dat je tanden los komen te zitten en verhogen je risico op hart- en vaatziekten: de bacteriën en ontstekingsmedia-toren kunnen vanuit je mond namelijk in je bloedbaan belanden en zo je organen bereiken. Je kan door je tandarts of parodontoloog je DPSI of Dutch Periodontal Screening Index laten bepalen, die de gezondheid van je tandvlees en tandsteunweefsel weergeeft. Mis in geen geval je jaarlijkse controle. HUIDKANKER. Een op de zes krijgt in de loop van zijn/haar leven huidkanker. Heb je een bleke huid, dan loop je extra risico, vooral als je veel in de zon ligt of dat vroeger deed. Ga een keer per jaar naar de dermatoloog. En hou zelf je moedervlekjes in de gaten: check of ze onregelmatige contouren vertonen, asymmetrisch zijn van vorm, meerdere kleuren krijgen of groter zijn dan 6 mm doorsnee. Elke verandering van vorm, omvang of kleur is een reden om meteen naar de dermatoloog te gaan. BAARMOEDERHALSKANKER. Vandaag laat slechts 60% van alle vrouwen in ons land geregeld een uitstrijkje doen. Nogal wat vrouwen gaan na de menopauze namelijk niet meer naar de gynaecoloog. Nochtans kan een uitstrijkje - een onderzoek waarbij ter hoogte van de baarmoederhals wat cellen worden weggenomen en ook door je huisarts kan worden gedaan - premaligne afwijkingen aan het licht brengen die verantwoordelijk zijn voor baarmoederhalskanker. Verder is je gynaecoloog, ongeacht je leeftijd, je beste aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met de menopauze, je seksleven, enz. Laat om de drie jaar een uitstrijkje nemen, ook als je geen of al heel lang dezelfde partner hebt. PROSTAATKANKER. Blijft de meest voorkomende kanker bij mannen, vooral bij 65-plussers. Het risico ligt fors hoger als er in je familie een of meer gevallen van prostaatkanker voorkomen, en vooral als die kanker zich manifesteert bij een verwant van de eerste graad en/of een familielid dat bij de diagnose nog geen 55 is. Dan moet je je van zeer nabij laten opvolgen. In alle andere gevallen wordt vooralsnog geen jaarlijkse screening op grote schaal aangeraden. Er bestaat namelijk een aanzienlijk risico op overbehandeling van slapende prostaatkankers, die nooit zullen evolueren naar een agressieve vorm. Maak je je toch zorgen, raadpleeg dan zeker je huisarts. JE GEHOOR. Heb je de indruk dat je moeite hebt om een gesprek te volgen wanneer meerdere mensen door elkaar praten? Moet je geregeld aan je gesprekspartner vragen om te herhalen wat hij/zij net heeft gezegd? Zegt je partner dat je de televisie wel erg hard zet? Ga dan naar een NKO-arts voor een gehoormeting. Bij zo'n test neem je plaats in een geluidsdichte cabine en wordt er gecheckt welke frequenties je goed of minder goed hoort. Degelijk horen is van cruciaal belang om niet in sociaal isolement te belanden. Laat je dus testen, te meer omdat moderne hoorapparaten erg discreet en erg doeltreffend zijn. NEUROPSYCHOLOGISCHE CHECK-UP met evaluatie van je cognitieve functies is aangewezen bij oriëntatieproblemen, geheugenstoornissen of een veranderende persoonlijkheid. Met zo'n onderzoek kunnen beginnende neurodegeneratieve aandoeningen, zoals alzheimer en parkinson, worden opgespoord. Hoe eerder die worden ontdekt, hoe efficiënter de behandeling. Dit is belangrijk omdat een beginnende neurodegeneratieve aandoening tot depressie kan leiden als alles meer inspanning vergt dan vroeger. Een neuropsychologisch onderzoek gebeurt in een geheugencentrum. JE VOEDINGSSTATUS. Eens een bepaalde leeftijd voorbij is het risico niet langer dat je te veel eet, maar wel te weinig. Ook al beweeg je niet veel, toch moet je minstens 1.500 kcal per dag opnemen. Zo niet is er een risico op ondervoeding, het wegsmelten van je spiermassa en op termijn een verminderde zelfredzaamheid. Weeg je erg weinig en/of heb je nauwelijks eetlust, dan is het goed om samen met een voedingsdeskundige of diëtist je eetpatroon onder de loep te nemen. Die kan je tips geven om beter te eten, je maaltijden te verrijken en verantwoorde tussendoortjes in te lassen.