De aandacht voor de verschillende manier waarop mannen en vrouwen door heel wat ziekten worden getroffen, zit ook in ons land in de lift. Een positieve evolutie, benadrukt endocrinoloog en hormonenspecialist prof. Guy T'Sjoen (UZ Gent). In het verleden werden ziekten overwegend onderzocht bij mannelijke patiënten. Vrouwen met dezelfde ziekte, werden langs de mannelijke meetlat gelegd, wat vaak tot onduidelijke diagnoses en zelfs verkeerde behandelingen heeft geleid. "Die aanpak heeft verschillende oorzaken", schetst prof. T'Sjoen. "Vroeger waren artsen overwegend mannen, die ziekten meer vanuit een eigen mannelijke bril bekeken. Daarnaast zijn vrouwen in het verleden benadeeld, toen medicatie bijna uitsluitend op mannen werd getest. Maar ook mannen worden bij sommige ziekten tekort gedaan. Aandoeningen zoals osteoporose, borstkanker, te volumineus borstklierweefsel of depressies, die meer met vrouwen worden geassocieerd, worden bij mannen vaker over het hoofd gezien." Die mannelijke testaanpak gebeurde onder meer uit voorzorg. "Men wilde absoluut voorkomen dat een vrouw onverwacht zwanger bleek tijdens een klinische studie. Daarnaast kunnen ook de hormonale schommelingen bij vrouwen een invloed hebben op de doeltreffendheid van medicatie. Daardoor beschikken we over veel minder informatie over de effecten van geneesmiddelen op vrouwen." Die kennis is nochtans broodnodig. "Vrouwen zijn geen minimannetjes en behandelingen die helemaal niet werken voor mannen, kunnen soms wel effect hebben op vrouwen of vice versa", vertelt psychiater en neurowetenschapper Iris Sommer (UMC Groningen), die de verschillen bij hersenziekten onderzocht.
...

De aandacht voor de verschillende manier waarop mannen en vrouwen door heel wat ziekten worden getroffen, zit ook in ons land in de lift. Een positieve evolutie, benadrukt endocrinoloog en hormonenspecialist prof. Guy T'Sjoen (UZ Gent). In het verleden werden ziekten overwegend onderzocht bij mannelijke patiënten. Vrouwen met dezelfde ziekte, werden langs de mannelijke meetlat gelegd, wat vaak tot onduidelijke diagnoses en zelfs verkeerde behandelingen heeft geleid. "Die aanpak heeft verschillende oorzaken", schetst prof. T'Sjoen. "Vroeger waren artsen overwegend mannen, die ziekten meer vanuit een eigen mannelijke bril bekeken. Daarnaast zijn vrouwen in het verleden benadeeld, toen medicatie bijna uitsluitend op mannen werd getest. Maar ook mannen worden bij sommige ziekten tekort gedaan. Aandoeningen zoals osteoporose, borstkanker, te volumineus borstklierweefsel of depressies, die meer met vrouwen worden geassocieerd, worden bij mannen vaker over het hoofd gezien." Die mannelijke testaanpak gebeurde onder meer uit voorzorg. "Men wilde absoluut voorkomen dat een vrouw onverwacht zwanger bleek tijdens een klinische studie. Daarnaast kunnen ook de hormonale schommelingen bij vrouwen een invloed hebben op de doeltreffendheid van medicatie. Daardoor beschikken we over veel minder informatie over de effecten van geneesmiddelen op vrouwen." Die kennis is nochtans broodnodig. "Vrouwen zijn geen minimannetjes en behandelingen die helemaal niet werken voor mannen, kunnen soms wel effect hebben op vrouwen of vice versa", vertelt psychiater en neurowetenschapper Iris Sommer (UMC Groningen), die de verschillen bij hersenziekten onderzocht. Het meest bekende domein waar de sekseverschillen er echt toe doen zijn de hart- en vaataandoeningen. Heel wat hartziekten treffen vrouwen anders dan mannen. Cardioloog Nathalie Meyten (Hartcentrum ZNA Middelheim): "Nog altijd worden veel hartinfarcten bij vrouwen te laat opgemerkt. Het fysiologische fenomeen, waarbij het kransvat wordt geblokkeerd en de hartspier geen zuurstof meer krijgt, is bij beiden identiek, maar er zijn verschillen in de manier waarop zich dat uit. Drukkende pijn op de borst, pijn in de kaken en de linkerarm, sterk zweten, zijn de klassiekers uit de handboeken, die vooral bij mannen voorkomen. Dat zijn klachten waarmee mensen ook snel hulp zoeken. Vage pijn op de borst, misselijkheid, vermoeidheid, kortademigheid en opvliegers zijn meer typisch voor vrouwen. Maar doordat die symptomen veel minder gekend zijn en wat minder ernstig lijken, denken vrouwen vaak zelf niet aan een infarct, maar wijten ze hun klachten aan stress of de menopauze. Met een laattijdige diagnose en behandeling tot gevolg en een hogere mortaliteit bij vrouwen." Ook de manier van meten en behandelen blijkt vaak nog nadelig om vrouwelijke hartproblemen te detecteren. "Vrouwen met klachten zoals kortademigheid of pijn op de borstkas vertonen vaak geen vernauwingen van de grote slagaders, waardoor ze soms als aanstellers worden weggezet. Maar doordat vrouwen kleinere en brozere bloedvaten hebben, situeren de vernauwingen zich meer op microniveau, waardoor ze veel moeilijker zijn op te sporen en te behandelen. Vaak zijn die vernauwingen niet meteen levensbedreigend maar wel pijnlijk om mee te leven en kunnen ze op termijn wel leiden tot grote vernauwingen. Ook kramp in de slagaders, wat een soort golvende pijn veroorzaakt, komt bij vrouwen veel meer voor." En die verschillen zetten zich door met ouder worden. "Een probleem zoals hartfalen is bij vrouwen eerder het gevolg van een stijvere hartspier, terwijl de pompfunctie - een probleem bij mannen met hartfalen - behouden blijft. Dit type hartfalen wordt niet alleen slecht herkend, er bestaat evenmin een goede behandeling voor. Meer inzicht in de man-vrouwverschillen is de jongste jaren toegenomen, maar in de praktijk beschikken we over te weinig specifieke studies en medicatie en is er dringend nood aan meer bewustzijn over specifieke hartklachten bij vrouwen én mannen." Een domein waarin het tot nu toe not done was om over verschillen te spreken zijn de hersenen. "Door het benoemen van dat biologische verschil, doe je helemaal geen uitspraak over de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. We hebben er net alle belang bij om die verschillen beter te doorgronden", benadrukt prof. Iris Sommer. Zij stelde vast dat het vrouwenbrein aanzienlijk kleiner is, maar een hogere verbranding heeft. Ook werkt het stress- en het immuunsysteem van vrouwen net iets anders dan bij mannen."We zien dat heel wat hersenaandoeningen het ene geslacht meer treffen dan het andere of dat ze andere klachten geven. Die onderlinge verschillen variëren naargelang de aandoening. Nogal wat hersenziekten hebben een typisch mannelijke en een vrouwelijke vorm, zoals autisme, schizofrenie en ALS. In de handboeken werd tot nu toe overwegend de mannelijke variant beschreven, waardoor deze aandoeningen bij vrouwen niet of laattijdig aan het licht komen." Maar ook bij mannen wordt nogal eens wat gemist doordat eenzelfde hersenziekte bij beiden andere symptomen geeft. "Een aandoening zoals depressie blijft bij mannen vaker onder de radar. Zij vertonen symptomen zoals agressie of middelengebruik, waardoor de focus daarop komt te liggen, terwijl vrouwen zich meer op zichzelf richten met klachten zoals een laag zelfbeeld en erg gevoelig zijn voor kritiek." Bij alzheimerdementie weten we sinds een tiental jaar dat vrouwen hier meer door getroffen worden dan mannen. "Ook het verloop is bij vrouwen ernstiger. Dat heeft vermoedelijk te maken met hun iets actievere immuunsysteem. Dat biedt zowel voor- als nadelen. Zo bestrijdt het vrouwelijke immuunsysteem efficiënter vreemde indringers zoals bacteriën en virussen. Maar bij dementie vermoeden we dat het eerder nadelig is. Hier gaat dat actievere immuunsysteem heftiger tekeer tegen de opgestapelde plaques in de hersenen die alzheimer veroorzaken en brengt het op die manier nog meer hersenschade toe aan de zenuwcellen en hun verbindingen." Ook bij MS is dat slagkrachtige vrouwelijke immuunsysteem een obstakel. "MS treft vrouwen bijna dubbel zo vaak als mannen doordat hun immuunsysteem zich vaker tegen de myeline richt, het witte isoleerlaagje dat de zenuwuitlopers omhult." Waarom het immuunsysteem van mannen en vrouwen verschilt, is nog niet ontrafeld. Immuniteit is een van de ingewikkeldste systemen van het lichaam, met een sleutelrol voor de geslachtshormonen. Iris Sommer: "Oestrogenen en de afwezigheid van testosteron bij vrouwen heeft een beschermend effect. Van testosteron weten we dat het bepaalde genen van de witte bloedcel uitschakelt, waardoor het immuunsysteem minder actief wordt. Oestrogenen zorgen ervoor dat overal in het lichaam en ook in de hersenen meer antioxidanten worden aangemaakt. Oestrogenen vormen dus een soort sidekick van het immuunsysteem. Na de menopauze, wanneer de oestrogeenproductie stopt, zijn vrouwen zonder hormoonsubstitutie die extra immuunboost kwijt. Maar een actief immuunsysteem heeft ook een keerzijde. Vaak richt het zijn pijlen ook tegen het eigen lichaam. Vrouwen zijn daardoor meer kwetsbaar voor allergie, astma maar ook voor auto-immuunaandoeningen, zoals colitis ulcerosa, de ziekte van Crohn of MS." "Toch is het geen sluitend verhaal, want andere auto-immuunaandoeningen, zoals diabetes type 1, komen net iets meer bij mannen voor", vertelt prof. Guy T'Sjoen. "Heel wat verbanden tussen de seksehormonen en aandoeningen zijn al uitvoerig beschreven, maar dat wil zeker nog niet zeggen dat ze er ook de oorzaak van zijn. Naast het biologische geslacht spelen bij auto-immuunaandoeningen heel wat andere zaken een rol, zoals de genen, omgevingsfactoren en genderspecifek gedrag." Ook het stresssysteem functioneert anders. Wanneer ze aan dezelfde stress- factor worden blootgesteld, reageren mannen gemiddeld heftiger dan vrouwen. "Hun cortisolspiegel (stress-hormoon) stijgt meer en hun bloeddruk loopt hoger op. Het vrouwelijke hormoon oestrogeen draagt bij tot die verlaagde stressreactie, want bij vrouwen is de stressreactie iets hoger op het moment in hun cyclus dat ze weinig oestrogeen aanmaken, maar nog steeds lager dan die van mannen. Wanneer na de menopauze de oestrogeenproductie stilvalt, wordt de stressreactie bij vrouwen ook hoger. Mogelijk hangt dit ook samen met het vaker voorkomen van bepaalde angststoornissen na de menopauze. Maar die puzzel is zeker nog niet compleet. Daarnaast is ook de manier waarop individuen met stress omgaan bepalend. Dat onderzoek is belangrijk omdat we zo kunnen achterhalen hoe we die sekseverschillen beter kunnen inzetten ten voordele van onze gezondheid." Bij ziekten als kanker, die mannen en vrouwen ongeveer even vaak treft, gebeurt dat dan weer niet altijd op dezelfde wijze. Bij darmkanker bijvoorbeeld komen bepaalde types meer voor bij vrouwen dan bij mannen en ook de locatie verschilt. "Bij vrouwen situeren de tumoren zich meer aan de rechterkant van de dikke darm, bij mannen meer links", vertelt prof. Marc Peeters (diensthoofd oncologie UZ Antwerpen). "Mogelijk is dit gelinkt aan bepaalde genen die bij mannen en vrouwen op een andere manier tot expressie komen, waardoor andere tumortypes ontstaan." Voor de opsporing via de stoelgangtest zou dit geen gevolgen hebben. "Misschien worden de rechtse darmkankers iets later ontdekt, maar dat verschil is beperkt." De jongste jaren is de aandacht voor de sekseverschillen ook bij kanker sterk toegenomen. "Intussen worden er al hele symposia aan gewijd, aangezien het geslacht een invloed heeft op de gevoeligheid voor bepaalde kankers, maar ook op de behandeling. Mogelijk spelen hormonale verschillen een rol. Zo merken we dat mannen en vrouwen anders kunnen reageren op chemo- en immuuntherapie en ook de toxiciteit van de behandeling kan verschillen." Net zoals bij de meeste ziekten wordt ook bij kankerbehandelingen geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. "Bij eenzelfde tumortype volgen zij eenzelfde behandelschema. Dat wordt wel afgestemd op de individuele patiënt en zijn voorgeschiedenis. Mogelijk evolueren we in de toekomst wel naar aparte behandelschema's voor mannen en vrouwen." Want ook heel wat geneesmiddelen worden door mannen en vrouwen anders opgenomen, wat tot verschillende effecten en bijwerkingen kan leiden. Vrouwen zijn lichter, hebben een tragere maaglediging, een andere activiteit van de leverenzymen die medicatie afbreken, en een minder snelle uitscheiding van afbraakproducten door de nieren. Guy T'Sjoen: "In het bloed van vrouwen bevinden zich door de oestrogenen meer bindingseiwitten. Daardoor krijg je meer actieve medicatie aan boord. Bij vrouwen kan dat sneller leiden tot een overdosering van bepaalde middelen. Vandaar dat sommige medicatie meer of intenser werkt bij vrouwen. Zo is al bekend dat sommige slaapmiddelen (benzodiazepines) bij vrouwen veel langer doorwerken, met sufheid tot de dag nadien. Testosteron doet medicatie dan weer vlugger afbreken door de lever, waardoor mannen medicatie sneller verwerken en uitscheiden." Ook het vetpercentage, dat bij vrouwen gemiddeld hoger ligt, heeft een invloed. "Bij vetoplosbare medicatie wordt een groot deel van het geneesmiddel in dit weefsel opgeslagen waardoor er minder medicatie beschikbaar is voor de hersenen", vertelt Iris Sommer. "Maar het is gecompliceerd. Voor bepaalde vetoplosbare medicatie hebben vrouwen eerder een hogere dosering nodig, terwijl van andere middelen een lagere dosis aangewezen is. Vrouwen hebben met andere woorden niet doorsnee tweederde van de mannendosis nodig, maar hebben per geneesmiddel nood aan een heel eigen dosering."