Kankercellen te lijf gaan met klassieke radiotherapie met fotonen (elektromagnetische straling) heeft als nadeel dat er ook schadelijke straling terechtkomt voor, rondom en zelfs achter de tumor. Dat zorgt voor ongewenste bijwerkingen....

Kankercellen te lijf gaan met klassieke radiotherapie met fotonen (elektromagnetische straling) heeft als nadeel dat er ook schadelijke straling terechtkomt voor, rondom en zelfs achter de tumor. Dat zorgt voor ongewenste bijwerkingen. Door versneld positief geladen deeltjes of protonen in te zetten, kan je wel een zeer hoge stralingsdosis quasi uitsluitend op de plaats van de tumor afleveren. En dus kan je er ook complexe tumoren of gezwellen op moeilijk te bereiken plaatsen of vlakbij gevoelige organen, zoals in de hersenen, accuraat mee aanpakken.Hoe dat werkt? Een deeltjesversneller brengt de positief geladen deeltjes of protonen in beweging, waarna ze via elektromagneten naar het bestralingsapparaat worden gestuurd. Onderweg krijgen de protonen, naargelang de ligging van de tumor waar ze naartoe worden gestuurd, meer of minder energie mee.Wanneer de protonen via het bestralingstoestel het lichaam binnenkomen, geven ze op hun traject richting tumor slechts een beperkte straling af. Pas als de stralingsbundel tot stilstand komt, op de plek van de kankercellen, leveren ze hun maximale dosis af.Bron: UZ Leuven, UZ Gent, Cliniques universitaires Saint-Luc UCL