De consensusvergadering is van mening dat de visie dat eerst de bio-psycho-sociale benadering en de niet-opioïde pijnstilling maximaal moet aangewend worden vooraleer opioïde pijnstilling wordt overwogen, een belangrijk onderdeel moet zijn van de opleiding van toekomstige artsen en alle andere beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg (zoals verpleegkundigen, fysiotherapeuten, psychologen). Ook aan de opvang, de aanpak en de behandeling van de chronischepijnpatiënt moet in het onderwijs meer aandacht worden besteed. Dit geldt ook voor de navorming van alle zorgverleners.

Een opioïde is een pijnstiller die min of meer dezelfde werking heeft als morfine, waarbij de pijnstillende effecten op de voorgrond staan. In tegenstelling tot een andere grote groep pijnstillers, de NSAID's (niet steroïdale anti-ontstekingsmiddelen), hebben opioïden geen ontstekingsremmend effect. Zij remmen de pijngewaarwording doordat zij zich aan bepaalde receptoren in het centraal zenuwstelsel binden. Zij hebben daarmee een werking die lijkt op die van de lichaamseigen pijnstillers zoals endorfines, dynorfines en enkefalines. Deze drie stoffen zijn alle neuropeptiden (kleine eiwitten in het centraal zenuwstelsel die min of meer als hormoon fungeren). Hierdoor zijn opioïden vaak verslavend.

De specialisten zijn overtuigd van het nut van de bio-psycho-sociale aanpak maar er is nog te weinig onderzoek verricht rond de toepassing van deze aanpak bij patiënten onder behandeling met opioïden om te bepalen in welke mate deze aanpak een positief effect kan hebben op het gebruik van opioiden.

Zo kort mogelijk aan zo laag mogelijke dosis

Specifiek met betrekking tot het voorschrijven van opioïden bevelen ze aan om

Het voorschrijven van opioïden zoveel mogelijk te vermijden bij niet-kankerpatiënten;

In 1e instantie steeds de niet-medicamenteuze en niet-opioïde behandelingen te optimaliseren;

De behandeling met opioïden te beschouwen als een zo kort mogelijk durende behandeling met een zo laag mogelijke dosering;

Altijd patiënten grondig te informeren over de risico's en de ongewenste effecten van geneesmiddelen en systematisch de voordelen te evalueren en de risico's en ongewenste effecten van het opioïd bij elke raadpleging te beoordelen.

Bij het vaststellen van een gebrek aan pijnstilling en/of te veel ongewenste effecten moeten andere vormen van pijnstilling gebruikt worden.

Bij kinderen en adolescenten, in geval van (groter risico op) misbruik van opioïden, alcohol of benzodiazepines, enz. moet het advies worden ingewonnen van een specialist met een pijntherapievorming, die zich meer specifiek toelegt op chronische pijn.

Screenen op misbruik

Tevens bevat het verslag de aanbeveling om de toegankelijkheid van de pijncentra te verbeteren, zowel door pijncentra op redelijke afstand van alle patiënten te voorzien, als door het verhogen van de capaciteit waardoor elke patiënt op korte termijn een afspraak kan krijgen. Ook de verwijzing naar verslavingsexperten van risicopatiënten voor verslaving, moet op kortere termijn mogelijk zijn.

Het systematisch screenen op misbruik door patiënten die opioïden gebruiken, is noodzakelijk. Om misbruik te voorkomen, moet over het algemeen de voorkeur worden gegeven aan opioïden met een lange werkingsduur (behalve bij kwetsbare patiënten (ouderen, mensen met nierinsufficiëntie, leverinsufficiëntie)). Tijdens de conferentie werd geopperd het voorschrijven van opioïden voor een welbepaalde patiënt, aan één arts toe te vertrouwen en deze voorschriften steeds door dezelfde apotheker te laten uitvoeren.