Sinds 2003 wordt door Centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) bij alle kinderen vanaf de start van hun schoolloopbaan een lui oog of een risicofactor voor een lui oog opgespoord. In 2012 startte ook Kind en Gezin, in opdracht van Jo Vandeurzen, minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin met een systematische oogscreening bij alle peuters van 12 en 24 maanden. De beide screeningsprogramma's verlopen volgens wetenschappelijke onderbouwde standaarden.

De Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ) presenteerde tijdens het EUSUHM-congres in Leuven begin september de resultaten van haar evaluatie van oogscreening bij kinderen door Kind en Gezin en CLB. De analyse gebeurde op basis van de gegevens die tussen 2011 en 2016 door CLB-medewerkers geregistreerd werden n.a.v. het medisch consult in de eerste en tweede kleuterklas.

Uit de evaluatie blijkt dat oogafwijkingen bij jonge kinderen vroeger worden opgespoord. Zo neemt het aantal 4-jarigen met een bevestigde oogafwijking en met een visuele correctie toe, de proportie kleuters bij wie tijdens het eerste CLB-onderzoek voor het eerst een oogafwijking wordt gevonden, of die voor het eerst een bril kregen tussen het eerste en tweede CLB-consult is gedaald. Daarnaast toont de evaluatie aan dat kinderen op een vroegere leeftijd de nodige behandeling en visuele correctie krijgen: op 6 jaar tijd is de proportie van 3-jarigen die reeds een bril dragen op het tijdstip van het eerste CLB-onderzoek verdubbeld.

Binnenkort zal de gegevensoverdracht tussen Kind en Gezin en de CLB automatisch en elektronisch verlopen. "Dit zal niet alleen een nog vlottere opvolging van de gezondheid en ontwikkeling van schoolgaande kinderen mogelijk maken, maar ook de mogelijkheid bieden om op populatieniveau de impact van oogscreening op voorschoolse leeftijd zichtbaar te maken", aldus Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Sinds 2003 wordt door Centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) bij alle kinderen vanaf de start van hun schoolloopbaan een lui oog of een risicofactor voor een lui oog opgespoord. In 2012 startte ook Kind en Gezin, in opdracht van Jo Vandeurzen, minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin met een systematische oogscreening bij alle peuters van 12 en 24 maanden. De beide screeningsprogramma's verlopen volgens wetenschappelijke onderbouwde standaarden.De Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ) presenteerde tijdens het EUSUHM-congres in Leuven begin september de resultaten van haar evaluatie van oogscreening bij kinderen door Kind en Gezin en CLB. De analyse gebeurde op basis van de gegevens die tussen 2011 en 2016 door CLB-medewerkers geregistreerd werden n.a.v. het medisch consult in de eerste en tweede kleuterklas.Uit de evaluatie blijkt dat oogafwijkingen bij jonge kinderen vroeger worden opgespoord. Zo neemt het aantal 4-jarigen met een bevestigde oogafwijking en met een visuele correctie toe, de proportie kleuters bij wie tijdens het eerste CLB-onderzoek voor het eerst een oogafwijking wordt gevonden, of die voor het eerst een bril kregen tussen het eerste en tweede CLB-consult is gedaald. Daarnaast toont de evaluatie aan dat kinderen op een vroegere leeftijd de nodige behandeling en visuele correctie krijgen: op 6 jaar tijd is de proportie van 3-jarigen die reeds een bril dragen op het tijdstip van het eerste CLB-onderzoek verdubbeld.Binnenkort zal de gegevensoverdracht tussen Kind en Gezin en de CLB automatisch en elektronisch verlopen. "Dit zal niet alleen een nog vlottere opvolging van de gezondheid en ontwikkeling van schoolgaande kinderen mogelijk maken, maar ook de mogelijkheid bieden om op populatieniveau de impact van oogscreening op voorschoolse leeftijd zichtbaar te maken", aldus Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.