"Zowel het bestaan van een verhoogde risico, als de frequentie en methode van screenen worden best op een gestandaardiseerde manier bepaald. Voor vrouwen zonder hoger risico op borstkanker volstaat de georganiseerde borstkankerscreening", laat het Kenniscentrum weten.

Borstkanker in de familie is belangrijkste risicofactor

Vooral vrouwen bij wie borstkanker in de familie voorkomt, lopen een groter risico om zelf borstkanker te krijgen. Afhankelijk van o.a. de verwantschap met deze familieleden kan dat risico matig tot sterk verhoogd zijn.

Daarnaast hebben vrouwen die op jonge leeftijd een bestraling van het bovenlichaam kregen een sterk verhoogd risico. Vrouwen met een verhoogde borstdensiteit, dus met zeer veel klierweefsel en weinig vetweefsel, behoren tot de categorie met een matig verhoogd risico.

Bij deze vrouwen moet het risico individueel worden bepaald. In functie daarvan moet er met de arts worden overlegd welke screeningsmethode zal worden gebruikt en hoe vaak dit onderzoek zal moeten gebeuren.

Andere factoren, zoals overgewicht, alcoholgebruik, gebruik van de pil, eerste menstruatie op jonge leeftijd, enz. verhogen het risico op borstkanker slechts in beperkte mate. Voor deze vrouwen volstaat de georganiseerde screening.

Screening buiten het officiële programma aanbevolen bij verhoogd risico

Vrouwen met een sterk verhoogd risico op borstkanker worden best jaarlijks vanaf jonge leeftijd opgevolgd. Afhankelijk van het risico begint deze opvolging vanaf 30 of 40 jaar, of 5 jaar voor de leeftijd die het andere familielid had toen de borstkanker werd vastgesteld.

Hierbij kan een mammografie, MRI of , in bepaalde gevallen, echografie worden gebruikt, of een combinatie van deze methodes. Beslissingen hierover, samen met het al of niet ondergaan van genetische testen, worden best genomen door professionals met voldoende ervaring en opleiding, in samenspraak en overleg met de patiënt.

"Daarbij moet de patiënt voldoende op de hoogte gebracht worden van de beperkingen, voor- en nadelen van het borstkankeronderzoek en de genetisch testen, zoals onnodige behandeling bij het ontdekken van letsels die uiteindelijk geen borstkanker blijken te zijn, en de daarmee gepaard gaande ongerustheid," stelt het KCE.

Echografie teveel gebruikt voor screening

"De mammografie is het enige aangewezen onderzoek om een borstkanker op te sporen. Wanneer deze opsporing echter buiten het officiële screeningsprogramma wordt toegepast, wordt bij 85% van deze mammografieën op dezelfde dag een echografie uitgevoerd. Nochtans spoort een echografie weinig extra borstkankers op maar zorgt ze vaak wel voor 'vals alarm', met onnodige ongerustheid en extra onderzoeken, zoals borstpuncties en biopties, als gevolg", laat het KCE nog meer weten.

Mammografie geïnterpreteerd door 2 radiologen een must

Elke opsporingingsmammografie moet afzonderlijk 'gelezen' wordt door 2 radiologen. Het verhoogt de kwaliteit van het onderzoek. Deze dubbele lezing wordt systematisch gedaan bij mammografieën in het officiële screeningsprogramma.

Het gebruik van digitale mammografie heeft een aantal praktische voordelen, zoals het gemakkelijker opslaan en uitwisselen van digitale foto's voor een tweede opinie.

"Zowel het bestaan van een verhoogde risico, als de frequentie en methode van screenen worden best op een gestandaardiseerde manier bepaald. Voor vrouwen zonder hoger risico op borstkanker volstaat de georganiseerde borstkankerscreening", laat het Kenniscentrum weten. Vooral vrouwen bij wie borstkanker in de familie voorkomt, lopen een groter risico om zelf borstkanker te krijgen. Afhankelijk van o.a. de verwantschap met deze familieleden kan dat risico matig tot sterk verhoogd zijn. Daarnaast hebben vrouwen die op jonge leeftijd een bestraling van het bovenlichaam kregen een sterk verhoogd risico. Vrouwen met een verhoogde borstdensiteit, dus met zeer veel klierweefsel en weinig vetweefsel, behoren tot de categorie met een matig verhoogd risico.Bij deze vrouwen moet het risico individueel worden bepaald. In functie daarvan moet er met de arts worden overlegd welke screeningsmethode zal worden gebruikt en hoe vaak dit onderzoek zal moeten gebeuren.Andere factoren, zoals overgewicht, alcoholgebruik, gebruik van de pil, eerste menstruatie op jonge leeftijd, enz. verhogen het risico op borstkanker slechts in beperkte mate. Voor deze vrouwen volstaat de georganiseerde screening.Vrouwen met een sterk verhoogd risico op borstkanker worden best jaarlijks vanaf jonge leeftijd opgevolgd. Afhankelijk van het risico begint deze opvolging vanaf 30 of 40 jaar, of 5 jaar voor de leeftijd die het andere familielid had toen de borstkanker werd vastgesteld. Hierbij kan een mammografie, MRI of , in bepaalde gevallen, echografie worden gebruikt, of een combinatie van deze methodes. Beslissingen hierover, samen met het al of niet ondergaan van genetische testen, worden best genomen door professionals met voldoende ervaring en opleiding, in samenspraak en overleg met de patiënt. "Daarbij moet de patiënt voldoende op de hoogte gebracht worden van de beperkingen, voor- en nadelen van het borstkankeronderzoek en de genetisch testen, zoals onnodige behandeling bij het ontdekken van letsels die uiteindelijk geen borstkanker blijken te zijn, en de daarmee gepaard gaande ongerustheid," stelt het KCE. "De mammografie is het enige aangewezen onderzoek om een borstkanker op te sporen. Wanneer deze opsporing echter buiten het officiële screeningsprogramma wordt toegepast, wordt bij 85% van deze mammografieën op dezelfde dag een echografie uitgevoerd. Nochtans spoort een echografie weinig extra borstkankers op maar zorgt ze vaak wel voor 'vals alarm', met onnodige ongerustheid en extra onderzoeken, zoals borstpuncties en biopties, als gevolg", laat het KCE nog meer weten. Elke opsporingingsmammografie moet afzonderlijk 'gelezen' wordt door 2 radiologen. Het verhoogt de kwaliteit van het onderzoek. Deze dubbele lezing wordt systematisch gedaan bij mammografieën in het officiële screeningsprogramma. Het gebruik van digitale mammografie heeft een aantal praktische voordelen, zoals het gemakkelijker opslaan en uitwisselen van digitale foto's voor een tweede opinie.