Bepaalde borstkankers zijn hormoongevoelig, wat betekent dat de tumor groeit door toedoen van de eigen hormonen van de vrouw. Moderne diagnosetechnieken kunnen dit soort tumoren onderscheiden van andere vormen van borstkanker. Een hormoontherapie die de aanmaak van de natuurlijke vrouwelijke hormonen onderdrukt, kan dan de groei van zulke tumor afremmen.

Bij vrouwen met een hormoongevoelige borsttumor die reeds gemenopauzeerd zijn, wordt de eigen hormoonproductie verhinderd met geneesmiddelen. Bij andere vrouwen worden de eierstokken bestraald of verwijderd, zodat er geen hormonen meer kunnen worden aangemaakt. Deze behandeling volstaat als de patiënte er gunstig op reageert en als ze geen hoog risico op herval heeft.

Een andere aanpassing van de richtlijnen betreft patiënten met een tumor in het melkkanaal die nog niet is uitgezaaid (in situ) en die niet hormoongevoelig is. Voor deze vrouwen wordt alleen chemotherapie aanbevolen. Voor andere gevallen blijft een combinatie van behandelingen nodig, o.a. als de tumor HER2-receptoren bevat. In dat geval zijn de tumorcellen agressiever en is er naast chemotherapie aanvullende medicatie (Herceptin®) nodig.

De aanleiding voor de aanpassing van de KCE-richtlijnen voor de behandeling van borstkanker waren de bevindingen die voorgesteld werden op de 12e internationale conferentie over borstkanker in Zwitserland.