Oudere mensen met een vrij hoog gehalte aan vitaminen en vetzuren afkomstig uit visolie in hun bloed blijken beter te presteren bij geheugentests en behouden een groter hersenvolume. Dat blijkt uit een studie die werd uitgevoerd door de Oregon Health and Science University en het Linus Pauling Institute van de Oregon State University, die op 28 december werd gepubliceerd in het vakblad Neurology.

Aan deze studie namen 104 mensen deel, met een gemiddelde leeftijd van 87 jaar, die geen bijzondere risico's vertoonden voor geheugenproblemen. Bij elk van hen werden 30 verschillende voedingsstoffen in het bloed bepaald. Dat is vrij uniek omdat de meeste voedingsonderzoeken zich baseren op vragenlijsten die door de personen moeten ingevuld worden en waarbij af en toe wel eens iets vergeten wordt.

42 deelnemers aan deze studie ondergingen bovendien ook een hersenscan om hun hersenvolume te bepalen.

Gezonde voeding beschermt de hersenen

"Deze aanpak toont duidelijk de biologische en neurologische activiteiten die beïnvloed worden door de bloedconcentraties van bepaalde voedingsstoffen, zowel in positieve als in negatieve zin", zegt Maret Traber, onderzoeker van het Linus Pauling Institute en mede-auteur van deze studie. "De vitamines en andere voedingsstoffen die we halen uit het eten van fruit, groenten en vis, kunnen gemeten worden in het bloed. Ik ben er vast van overtuigd dat deze voedingsstoffen in staat zijn onze hersenen te beschermen."

De opvallendste resultaten van het onderzoek zijn:

  • Een voedingspatroon dat rijk is aan vitaminen B, C, D en E en rijk aan omega-3-vetzuren (aanwezig in vette vis) heeft de gunstigste invloed op de geheugencapaciteit en het hersenvolume.
  • Ouderen die een voeding gebruiken die veel trans-vetzuren bevat (aanwezig in vette, gebakken of gefrituurde gerechten, margarine en fast food) presteren duidelijk minder goed op cognitief vlak.

Vanzelfsprekend zijn er ook nog tal van andere factoren die een invloed hebben op het mentaal functioneren van ouderen zoals hun leeftijd, opleidingsniveau, rook- en drinkgewoonten enz.). De onderzoekers hielden daar maximaal rekening mee om de zuivere invloed van de voeding te kunnen bepalen. De voeding bleek voor 17 % verantwoordelijk te zijn voor de variaties in de geheugenscores en voor 37% wat het hersenvolume betreft.

Oudere mensen met een vrij hoog gehalte aan vitaminen en vetzuren afkomstig uit visolie in hun bloed blijken beter te presteren bij geheugentests en behouden een groter hersenvolume. Dat blijkt uit een studie die werd uitgevoerd door de Oregon Health and Science University en het Linus Pauling Institute van de Oregon State University, die op 28 december werd gepubliceerd in het vakblad Neurology. Aan deze studie namen 104 mensen deel, met een gemiddelde leeftijd van 87 jaar, die geen bijzondere risico's vertoonden voor geheugenproblemen. Bij elk van hen werden 30 verschillende voedingsstoffen in het bloed bepaald. Dat is vrij uniek omdat de meeste voedingsonderzoeken zich baseren op vragenlijsten die door de personen moeten ingevuld worden en waarbij af en toe wel eens iets vergeten wordt.42 deelnemers aan deze studie ondergingen bovendien ook een hersenscan om hun hersenvolume te bepalen."Deze aanpak toont duidelijk de biologische en neurologische activiteiten die beïnvloed worden door de bloedconcentraties van bepaalde voedingsstoffen, zowel in positieve als in negatieve zin", zegt Maret Traber, onderzoeker van het Linus Pauling Institute en mede-auteur van deze studie. "De vitamines en andere voedingsstoffen die we halen uit het eten van fruit, groenten en vis, kunnen gemeten worden in het bloed. Ik ben er vast van overtuigd dat deze voedingsstoffen in staat zijn onze hersenen te beschermen."De opvallendste resultaten van het onderzoek zijn:Vanzelfsprekend zijn er ook nog tal van andere factoren die een invloed hebben op het mentaal functioneren van ouderen zoals hun leeftijd, opleidingsniveau, rook- en drinkgewoonten enz.). De onderzoekers hielden daar maximaal rekening mee om de zuivere invloed van de voeding te kunnen bepalen. De voeding bleek voor 17 % verantwoordelijk te zijn voor de variaties in de geheugenscores en voor 37% wat het hersenvolume betreft.