De jongste onderzoekscijfers over burn-out zijn om van te duizelen: één op de zes werknemers in ons land kampt met burn-outklachten of balanceert op de rand ervan. Wetenschappers van de KU Leuven becijferden dit op basis van een herziene definitie en aangepaste vragenlijst (zie verder).

Nieuwe kernsymptomen

Burn-out is een energiestoornis die al geruime tijd bestaat. De allereerste onderzoeken dateren uit de jaren 1970! Tot nu toe werd burn-out vooral als een syndroom gezien, dat gelinkt werd aan drie fenomenen: uitputting, cynisme en verlies van competenties. "Die oude definitie gaf onvoldoende het volledige plaatje weer, zo bleek uit gesprekken met zowel praktijkexperten als burn-outpatiënten. Bovendien is onze ervaring met en kennis over burn-out sterk geëvolueerd, net als de werkomstandigheden en de maatschappelijke context. Op basis daarvan hebben we de definitie gefinetuned, zodat ze werkbaar is voor zorgverleners en patiënten", preciseert prof. organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli (KU Leuven).

Voortaan wordt een onderscheid gemaakt tussen vier kernsymptomen: uitputting, zowel fysiek als mentaal, mentale distantie, wat inhoudt dat je steeds meer weerstand ervaart tegen je werk, cognitieve ontregeling, zoals geheugenproblemen of een concentratiestoornis, en emotionele ontregeling, waardoor je je eigen emoties niet langer in de hand hebt. Die kern wordt aangevuld met secundaire symptomen zoals depressieve stemming en spanningsklachten (slaapproblemen, piekeren, paniekaanvallen, psychosomatische klachten). Dat zijn klachten die zowel bij burn-out als bij andere aandoeningen voorkomen.

Eisen en middelen

Het Leuvense onderzoek doorprikte ook andere gangbare opvattingen. Zoals het idee dat burn-out vooral mensen met een hogere opleiding of functie treft. Of nog, dat burn-out veeleer gelinkt is met intellectuele arbeid. "Nochtans lopen arbeiders en lagere administratieve bedienden het hoogste risico. Het type beroep en het opleidingsniveau spelen zeker een rol in het bepalen van het risico, maar ze verklaren het probleem niet echt", nuanceert prof. arbeidspsychologie Hans De Witte (KU Leuven). "De hoofdoorzaak ligt in het werk zelf, de jobinhoud. Als de werkeisen continu te hoog liggen en mensen over onvoldoende hulpmiddelen beschikken om daaraan te beantwoorden, is dat de ideale voedingsbodem voor burn-out. Dat verklaart waarom een arbeider of bediende die wel voldoende werkmiddelen krijgt, ervan gespaard blijft, en iemand met eenzelfde job in andere werkomstandigheden, uitvalt." Ook de wijzigende werksituatie waarin mensen belanden door een reorganisatie, de angst om hun job te verliezen, niet meer mee te kunnen met nieuwe technologieën, werkt dat in de hand.

Bescherm je brein tegen burn-out

Je brein is plastisch en kan voortdurend nieuwe hersencellen aanmaken. Zo stimuleer je dat proces:

  • Blijf bewegen. Zet elke dag minstens 10.000 stappen.
  • Zoek nieuwe omgevingen op om je brein te prikkelen.
  • Onderhoud je sociale contacten: elke nieuwe ontmoeting geeft een nieuwe verbinding in je brein.
  • Sta open voor positieve, emotionele prikkels zoals kunst.
  • Eet gezond. Het Mediterrane dieet heeft een gunstig effect op je breinwerking.

Mantelzorgers

Toch beperkt burn-out zich niet tot de klassieke werksituatie. "We zien het net zo goed bij kinderen, studenten als ouderen die al met pensioen zijn", benadrukt dr. Luc Swinnen, die zich al jaren specialiseert in de behandeling van stressaandoeningen. "Ook daar kunnen fysieke en mentale eisen van de 'job' zo hoog oplopen, dat er een situatie van chronische stress ontstaat, die uitmondt in burn-out. We worden om de oren geslagen met jobs, jobs, jobs, maar dat gaat voorbij aan het vele werk thuis, zoals intensieve mantelzorg. Doordat ze niet buitenshuis werken, erkennen mantelzorgers vaak zelf niet dat ze met burn-out kampen. Of het wordt afgedaan als een dipje, een depressie, wat een andere behandeling vraagt."

"Plots floepte het licht uit. Ineens lag ik languit op de grond. Ik had het gevoel dat een zekering in mijn hoofd op knappen stond." Zo omschrijven heel wat mensen het moment waarop hun burn-out aan de oppervlakte kwam. "Toch gebeurt het niet zo onverwacht, er gaat een langdurig proces van overbelasting aan vooraf. Meestal verloopt dat in verschillende fasen. Het start met acute stress, die overgaat in een chronische vorm. Vervolgens kunnen daar lichamelijke en mentale klachten bij komen, zoals hoofdpijn, spierpijn, spijsverteringsproblemen, vergeten, vergissen, enzovoort", weet dr. Luc Swinnen.

Reptielenbrein

Om dat energietekort te bestrijden, distantiëren mensen op de rand van een burn-out zich steeds meer van hun werk, van collega's of klanten. Bij gebrek aan energie maken ze meer fouten, ontstaan er meer conflicten en aanvaringen. "Door een meer afstandelijke relatie te creëren met de omgeving die je zo moe maakt, tracht je je energietekort op te vangen. Of je schakelt over op automatische piloot. Maar dat zorgt net voor nog meer stress. Doordat je je job niet meer goed kan uitvoeren, krijg je dan weer het gevoel dat je onbekwaam bent. Je gaat twijfelen aan je eigen competenties en zo verzeil je in een vicieuze cirkel", zegt prof. Wilmar Schaufeli. Parallel duiken ook cynisme en negatieve gedachten op. Die blijven zich onbewust herhalen, zodat je je er ook naar gaat gedragen.

Doordat je geruime tijd over je grenzen bent gegaan, voel je na verloop van tijd niet meer waar die oorspronkelijk lagen. Dat verklaart waarom velen overtuigd zijn dat burnout plots toeslaat. Wanneer je energievoorraad totaal op is, lukt ook de dagelijkse routine, zoals opstaan, auto rijden of je aankleden, niet meer. "Dat komt omdat je in zo'n situatie terugvalt op je zogeheten reptielenbrein", beschrijft dr. Luc Swinnen.

"Dat helpt je om te overleven, om te eten en te drinken, en het stuurt je instinct aan. Je twee andere breinen - het zoogdieren- en het menselijke brein - die instaan voor complexere taken zoals concentratie en geheugen, zijn bij gebrek aan energie uitgeschakeld. Het is een overlevingsreactie van je hersenen zelf, omdat je brein het orgaan is dat het meeste energie vergt. In het reptielenbrein bevindt zich ook het stressmechanisme dat je doet kiezen tussen vluchten en vechten. Het is gelinkt aan twee emoties die bij burn-out het sterkst optreden: angst en agressie. Plots schiet je vol of je vliegt uit om de kleinste druppel die de emmer doet overlopen."

Rustnetwerk

Blijven doorgaan terwijl de alarmbel rinkelt, is zowat het slechtste wat je kan doen. Toch gebeurt dat nog al te vaak. Wie de Riziv-cijfers over uitval door burn-out vergelijkt met die van het nieuwe Leuvense onderzoek, ziet meteen dat daar nog een aardige kloof gaapt. "Hoe sneller er wordt ingegrepen, hoe beter de prognose. Wacht je tot je volledig crasht, dan doe je er minstens zes maanden tot zelfs jaren over om helemaal te herstellen", stipt dr. Swinnen aan.

Sinds begin november steunt de overheid enkele proefprojecten, onder meer in banken en zorginstellingen, die erop gericht zijn om mensen met symptomen van burn-out preventief een begeleiding op maat te geven. Zoals ontspanning, leren bewegen en gesprekstherapie, terwijl een arbeidsgeneesheer nagaat of en hoe de werkomstandigheden beter kunnen.

De nieuwe vragenlijst

De nieuwe Burnout Assessment Tool (BAT) peilt naar hoe je je werk beleeft, aan de hand van 33 uitspraken die je moet beoordelen. Daarnaast is er een algemeen deel dat nagaat hoe je je voelt. De lijst is bedoeld voor zorgverleners, maar het geeft je ook een goede eerste indicatie. Enkele voorbeelden:

1. Als ik 's morgens opsta, mis ik de energie om aan de dag te beginnen.

2. Ik ben cynisch over wat mijn werk voor anderen betekent.

3. Tijdens het werk kan ik me moeilijk concentreren.

4. Ik herken mezelf niet in de wijze waarop ik emotioneel reageer.

5. Ik voel me opgejaagd en gespannen.

6. Ik heb moeite met drukte en/of lawaai.

www.burnoutassessmenttool.be

De weg terug

Om te voorkomen dat stress chronisch wordt, is het belangrijk dat je de onderliggende processen herkent. "Zo beschikt ons brein over een rustnetwerk dat ervoor zorgt dat we ontspannen en empathisch kunnen zijn. Dat schiet maar in actie wanneer de andere prikkels uitgeschakeld zijn. Ben je voortdurend bezig, dan lukt dat niet meer. Je recupereert niet meer, je begint te piekeren en je krijgt vaak slaapproblemen."

Nader je de bodem van je energievoorraad, dan wacht een langere weg terug. "Je start je traject best bij de huisarts, die kan uitsluiten dat er geen medische oorzaken zijn. Zo kan extreme vermoeidheid te wijten zijn aan een schildklieraandoening, wat een vragenlijst niet kan achterhalen."

Voor de behandeling kan je terecht bij een stresscoach of een psycholoog, die samen met hulpverleners, zoals een kinesitherapeut, een plan op maat maakt. "In de eerste fase (+/- drie maanden) gaat alle energie naar het opnieuw op de rails zetten van je leven. Leren opstaan, je aankleden, eten, en zo stapsgewijs structuur brengen in je dag. Vervolgens wordt dat uitgebreid met een wandeling en opnieuw leren slapen."

"Na die eerste maanden, is je brein weer in staat om wat geestesarbeid te verrichten. Dan starten de oefeningen om je manier van denken te resetten, komaf te maken met obstakels zoals te veel piekeren, paniekaanvallen, perfectionisme. Dat kan op verschillende manieren, zoals met rationaleemotieve therapie (RET), waarbij je inzicht krijgt in de manier waarop je nadenkt over situaties. RET verandert je persoonlijkheid niet, maar je leert beter reageren op conflicten, onderscheid maken in wat belangrijk is en waar je je geen zorgen om moet maken. Dat doet mensen echt openbloeien."

Weer aan de slag?

Terugkeren naar je vroegere werk kan, mits aanpassingen. "Wij overleggen daarover vooraf. Het kan gaan om een ander werkritme of het beter aflijnen van taken, het duidelijk communiceren door de werkgever wat er van je verwacht wordt enz. Lukt dat niet, dan hak je beter de knoop door en verander je van job. Mensen kijken daar vaak tegenop, maar achteraf blijkt het de goede keuze."

Meer weten? Waarom we vreemdgaan en parachutespringen -- dr. Luc Swinnen -- Van Halewyck -- 21,99 euro -- isbn 9789461317971

iStock
© iStock

Het droomleven van de 50-plusser

Anne Vanderdonckt, redactiedirecteur

Ze hebben tijd. Ze hebben geld. Ze wandelen lachend over een Spaans strand. Als verliefden houden ze mekaars hand vast, bij een ondergaande zon. Eén blik op de foto volstaat om te weten dat een kleurrijke cocktail op hen wacht. Je kan de ijsblokjes bijna horen rinkelen. Ho, stop! Gedaan met dit soort torenhoge clichés. Vijftigplus, da's rennen tegen de klok. En die klok is overal. Aan onze pols, op onze smartphone, tablet, pc, in de auto, op de display van de oven, naast ons bed. Al een geluk dat we de grote staande klok van tante Simone de deur hebben uitgewerkt, dat is er toch al één minder die ons in het oog houdt. Bedankt Marie Kondo.

Wij zijn de eerste generatie waarvan de naaste familie vier generaties bestrijkt: wijzelf + onze ouders + onze kinderen + onze kleinkinderen. En van die sandwich zijn wij het beleg. Het satéstokje dat alles bijeenhoudt, dat alles doet draaien. We helpen onze hulpbehoevende ouders. Mantelzorger is het woord dat hiervoor werd bedacht. We springen onze kinderen ter hulp die het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, die scheiden, een nieuw samengesteld gezin vormen, of na een tegenslag terug thuis komen wonen, bij ma en pa. We vangen de kleintjes op, halen ze af aan de schoolpoort. En vergeet ook de verjaardagen niet. En de allergie van Chloé. Gek toch dat men bij mentale belasting automatisch aan jonge mama's denkt...

En uiteraard moeten we onze relatie warm houden, zelfs als we enkel nog zin hebben om uitgeput en in flanellen pyjama in de zetel neer te zijgen om naar Downton Abbey te kijken. En soms knapt er iets. Hoeveel scheiden er niet na vijftig! En gaan opnieuw samenwonen. Die flanellen pyjama kan je dan wel vergeten! Want alle aandacht gaat nu naar de lening voor het nieuwe stulpje, met als kers op de taart, nog een kindje... dat oom of tante is van zijn oudere neefjes en nichtjes. Dat is 't leven, dat is fun, maar niet rustgevend.

Want er is ook nog het werk. Toch goed voor zo'n acht uur per dag. Het fileleed, de stakende treinen en de vluchten die delayed zijn niet meegerekend. Met een jong kind is er van pensioen geen sprake. Het wordt werken tot 67. Als het mag, ten minste. Want kijk wat er gebeurt in grote bedrijven, waar 50-plussers op de schietstoel zitten. Te oud om zich aan te passen. Te oud om nieuwe technologieën te omarmen. En duur op de koop toe! Altijd ziek, ook! Klagers.

Uiteraard moet er ook eten op tafel komen. De ideeën komen niet vanzelf (gek toch hoe zij die het hardste klagen aan tafel je daarbij helemaal niet helpen: 'weeral bloemkool!'). Het moet bovendien nog gezond zijn, ook al zou het met wat mayonaise een pak beter smaken. Eraan denken om het dekbedovertrek te verversen, de hond te borstelen,... Verdorie, er moest nog mazout worden ingeslagen. En nu laat de koelkast het ook nog afweten. Het leven van alledag dus, zoals iedereen. Een afspraak maken bij de dokter, bloed laten trekken en de hele reutemeteut. En daar loopt het net dat ietsepietsje anders. Want almaar vaker, al is het niet ernstig, gaat er na 50 wel eens een radertje haperen.

En na dat alles, er ook nog aan denken om te ont-span-nen. Stress is onze grootste vijand, je leest het overal. Dus moet je aan yoga doen, en pilates, of joggen. Be-we-gen. Dat doe jij toch ook? Hou je daar niet zo van? Kom jij van Mars, of zo? Maar daar stopt het niet, je moet een hobby hebben - en een andere dan je tijd verdoen op Pinterest, a.u.b. Want wat ga je anders antwoorden als men je vraagt: "En wat is jouw hobby?"

Stilaan op de rand van een burn-out aanbeland? Maar neen, wat denk je wel? Da's toch niets voor vijftigplussers!

Lees ook: Burn-out: Het kan iedereen overkomen

De jongste onderzoekscijfers over burn-out zijn om van te duizelen: één op de zes werknemers in ons land kampt met burn-outklachten of balanceert op de rand ervan. Wetenschappers van de KU Leuven becijferden dit op basis van een herziene definitie en aangepaste vragenlijst (zie verder). Burn-out is een energiestoornis die al geruime tijd bestaat. De allereerste onderzoeken dateren uit de jaren 1970! Tot nu toe werd burn-out vooral als een syndroom gezien, dat gelinkt werd aan drie fenomenen: uitputting, cynisme en verlies van competenties. "Die oude definitie gaf onvoldoende het volledige plaatje weer, zo bleek uit gesprekken met zowel praktijkexperten als burn-outpatiënten. Bovendien is onze ervaring met en kennis over burn-out sterk geëvolueerd, net als de werkomstandigheden en de maatschappelijke context. Op basis daarvan hebben we de definitie gefinetuned, zodat ze werkbaar is voor zorgverleners en patiënten", preciseert prof. organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli (KU Leuven).Voortaan wordt een onderscheid gemaakt tussen vier kernsymptomen: uitputting, zowel fysiek als mentaal, mentale distantie, wat inhoudt dat je steeds meer weerstand ervaart tegen je werk, cognitieve ontregeling, zoals geheugenproblemen of een concentratiestoornis, en emotionele ontregeling, waardoor je je eigen emoties niet langer in de hand hebt. Die kern wordt aangevuld met secundaire symptomen zoals depressieve stemming en spanningsklachten (slaapproblemen, piekeren, paniekaanvallen, psychosomatische klachten). Dat zijn klachten die zowel bij burn-out als bij andere aandoeningen voorkomen.Het Leuvense onderzoek doorprikte ook andere gangbare opvattingen. Zoals het idee dat burn-out vooral mensen met een hogere opleiding of functie treft. Of nog, dat burn-out veeleer gelinkt is met intellectuele arbeid. "Nochtans lopen arbeiders en lagere administratieve bedienden het hoogste risico. Het type beroep en het opleidingsniveau spelen zeker een rol in het bepalen van het risico, maar ze verklaren het probleem niet echt", nuanceert prof. arbeidspsychologie Hans De Witte (KU Leuven). "De hoofdoorzaak ligt in het werk zelf, de jobinhoud. Als de werkeisen continu te hoog liggen en mensen over onvoldoende hulpmiddelen beschikken om daaraan te beantwoorden, is dat de ideale voedingsbodem voor burn-out. Dat verklaart waarom een arbeider of bediende die wel voldoende werkmiddelen krijgt, ervan gespaard blijft, en iemand met eenzelfde job in andere werkomstandigheden, uitvalt." Ook de wijzigende werksituatie waarin mensen belanden door een reorganisatie, de angst om hun job te verliezen, niet meer mee te kunnen met nieuwe technologieën, werkt dat in de hand.Toch beperkt burn-out zich niet tot de klassieke werksituatie. "We zien het net zo goed bij kinderen, studenten als ouderen die al met pensioen zijn", benadrukt dr. Luc Swinnen, die zich al jaren specialiseert in de behandeling van stressaandoeningen. "Ook daar kunnen fysieke en mentale eisen van de 'job' zo hoog oplopen, dat er een situatie van chronische stress ontstaat, die uitmondt in burn-out. We worden om de oren geslagen met jobs, jobs, jobs, maar dat gaat voorbij aan het vele werk thuis, zoals intensieve mantelzorg. Doordat ze niet buitenshuis werken, erkennen mantelzorgers vaak zelf niet dat ze met burn-out kampen. Of het wordt afgedaan als een dipje, een depressie, wat een andere behandeling vraagt.""Plots floepte het licht uit. Ineens lag ik languit op de grond. Ik had het gevoel dat een zekering in mijn hoofd op knappen stond." Zo omschrijven heel wat mensen het moment waarop hun burn-out aan de oppervlakte kwam. "Toch gebeurt het niet zo onverwacht, er gaat een langdurig proces van overbelasting aan vooraf. Meestal verloopt dat in verschillende fasen. Het start met acute stress, die overgaat in een chronische vorm. Vervolgens kunnen daar lichamelijke en mentale klachten bij komen, zoals hoofdpijn, spierpijn, spijsverteringsproblemen, vergeten, vergissen, enzovoort", weet dr. Luc Swinnen.Om dat energietekort te bestrijden, distantiëren mensen op de rand van een burn-out zich steeds meer van hun werk, van collega's of klanten. Bij gebrek aan energie maken ze meer fouten, ontstaan er meer conflicten en aanvaringen. "Door een meer afstandelijke relatie te creëren met de omgeving die je zo moe maakt, tracht je je energietekort op te vangen. Of je schakelt over op automatische piloot. Maar dat zorgt net voor nog meer stress. Doordat je je job niet meer goed kan uitvoeren, krijg je dan weer het gevoel dat je onbekwaam bent. Je gaat twijfelen aan je eigen competenties en zo verzeil je in een vicieuze cirkel", zegt prof. Wilmar Schaufeli. Parallel duiken ook cynisme en negatieve gedachten op. Die blijven zich onbewust herhalen, zodat je je er ook naar gaat gedragen.Doordat je geruime tijd over je grenzen bent gegaan, voel je na verloop van tijd niet meer waar die oorspronkelijk lagen. Dat verklaart waarom velen overtuigd zijn dat burnout plots toeslaat. Wanneer je energievoorraad totaal op is, lukt ook de dagelijkse routine, zoals opstaan, auto rijden of je aankleden, niet meer. "Dat komt omdat je in zo'n situatie terugvalt op je zogeheten reptielenbrein", beschrijft dr. Luc Swinnen."Dat helpt je om te overleven, om te eten en te drinken, en het stuurt je instinct aan. Je twee andere breinen - het zoogdieren- en het menselijke brein - die instaan voor complexere taken zoals concentratie en geheugen, zijn bij gebrek aan energie uitgeschakeld. Het is een overlevingsreactie van je hersenen zelf, omdat je brein het orgaan is dat het meeste energie vergt. In het reptielenbrein bevindt zich ook het stressmechanisme dat je doet kiezen tussen vluchten en vechten. Het is gelinkt aan twee emoties die bij burn-out het sterkst optreden: angst en agressie. Plots schiet je vol of je vliegt uit om de kleinste druppel die de emmer doet overlopen."Blijven doorgaan terwijl de alarmbel rinkelt, is zowat het slechtste wat je kan doen. Toch gebeurt dat nog al te vaak. Wie de Riziv-cijfers over uitval door burn-out vergelijkt met die van het nieuwe Leuvense onderzoek, ziet meteen dat daar nog een aardige kloof gaapt. "Hoe sneller er wordt ingegrepen, hoe beter de prognose. Wacht je tot je volledig crasht, dan doe je er minstens zes maanden tot zelfs jaren over om helemaal te herstellen", stipt dr. Swinnen aan.Sinds begin november steunt de overheid enkele proefprojecten, onder meer in banken en zorginstellingen, die erop gericht zijn om mensen met symptomen van burn-out preventief een begeleiding op maat te geven. Zoals ontspanning, leren bewegen en gesprekstherapie, terwijl een arbeidsgeneesheer nagaat of en hoe de werkomstandigheden beter kunnen.Om te voorkomen dat stress chronisch wordt, is het belangrijk dat je de onderliggende processen herkent. "Zo beschikt ons brein over een rustnetwerk dat ervoor zorgt dat we ontspannen en empathisch kunnen zijn. Dat schiet maar in actie wanneer de andere prikkels uitgeschakeld zijn. Ben je voortdurend bezig, dan lukt dat niet meer. Je recupereert niet meer, je begint te piekeren en je krijgt vaak slaapproblemen."Nader je de bodem van je energievoorraad, dan wacht een langere weg terug. "Je start je traject best bij de huisarts, die kan uitsluiten dat er geen medische oorzaken zijn. Zo kan extreme vermoeidheid te wijten zijn aan een schildklieraandoening, wat een vragenlijst niet kan achterhalen."Voor de behandeling kan je terecht bij een stresscoach of een psycholoog, die samen met hulpverleners, zoals een kinesitherapeut, een plan op maat maakt. "In de eerste fase (+/- drie maanden) gaat alle energie naar het opnieuw op de rails zetten van je leven. Leren opstaan, je aankleden, eten, en zo stapsgewijs structuur brengen in je dag. Vervolgens wordt dat uitgebreid met een wandeling en opnieuw leren slapen.""Na die eerste maanden, is je brein weer in staat om wat geestesarbeid te verrichten. Dan starten de oefeningen om je manier van denken te resetten, komaf te maken met obstakels zoals te veel piekeren, paniekaanvallen, perfectionisme. Dat kan op verschillende manieren, zoals met rationaleemotieve therapie (RET), waarbij je inzicht krijgt in de manier waarop je nadenkt over situaties. RET verandert je persoonlijkheid niet, maar je leert beter reageren op conflicten, onderscheid maken in wat belangrijk is en waar je je geen zorgen om moet maken. Dat doet mensen echt openbloeien."Terugkeren naar je vroegere werk kan, mits aanpassingen. "Wij overleggen daarover vooraf. Het kan gaan om een ander werkritme of het beter aflijnen van taken, het duidelijk communiceren door de werkgever wat er van je verwacht wordt enz. Lukt dat niet, dan hak je beter de knoop door en verander je van job. Mensen kijken daar vaak tegenop, maar achteraf blijkt het de goede keuze."