"De maatregel die nu wordt ingevoerd, was al voorgesteld in 1993. Intussen is de medische wetenschap enorm geëvolueerd en is het klassieke uitstrijkje niet langer de meest efficiënte manier om aan baarmoederhalskankerscreening te doen", stelt professor Tjalma vast. "Verschillende internationale onderzoeken hebben aangetoond dat een hpv-test (om het humaan papillomavirus op te sporen) veel meer aangewezen is. Vandaag wordt die test in ons land pas ingezet nadat een uitstrijkje een afwijkend resultaat vertoonde. Dat moet omgekeerd worden. We moeten eerst bepalen of een vrouw hpv-positief of -negatief is. Vrouwen die negatief testen voor hpv, lopen minder dan 1% kans om baarmoederhalskanker te ontwikkelen. Voor hen volstaat het om zich pas om de vijf jaar opnieuw te laten testen. Test een vrouw positief, dan is het aangewezen om bijkomend celonderzoek (na een uitstrijkje worden de cellen onderzocht onder de microscoop) te laten uitvoeren. Afhankelijk van die resultaten kan dan indien nodig een behandeling worden uitgewerkt", vertelt professor Tjalma die het debat over de aanpak van de screening op gang wil trekken. "We moeten daarbij vertrekken van het belang van de vrouw, op basis van puur wetenschappelijke argumenten", benadrukt hij.

Vaginale zelftest

Het inzetten van een kwalitatief goede hpv-test gebeurde intussen al in verschillende andere landen. "Als we alle vrouwen tussen 25 en 65 jaar hiermee testen, kunnen we deze ziekte op termijn zo goed als uitroeien", stelt dokter Tjalma. "Op termijn zie ik ons evolueren richting een vaginale zelftest. Waarbij de vrouwen thuis zelf een staal afnemen en dat naar het lab opsturen. Alleen wie hpv- positief test, moet dan nog een arts raadplegen. Het idee dat elke vrouw sowieso jaarlijks haar gynaecoloog zou moeten raadplegen, is onzin. Dat zijn ingeburgerde rituelen die niets bijbrengen."

Op termijn besparen

Hpv-tests zijn vandaag wel een pak duurder dan het celonderzoek bij uitstrijkjes. "Dat klopt. Maar op iets langere termijn zal deze aanpak ook gezondheidseconomisch interessanter zijn. Zowat 80 à 90 procent van de vrouwen die een hpv-test ondergaan, zal allicht negatief testen. Zij hoeven zich pas over vijf jaar opnieuw te laten screenen. Baarmoederhalskanker is een erg traag groeiende kanker. Door via een hpv-test te screenen, zullen we in staat zijn om bijna alle gevallen tijdig te detecteren.
Vandaag is baarmoederhalskanker inderdaad nog een dodelijke ziekte, die vooral jonge vrouwen treft.
Ik krijg nog steeds jonge patiëntes over de vloer met tumoren, maar die zich wel elk jaar lieten screenen via een uitstrijkje. Dat is onaanvaardbaar met de huidige medische kennis over screening."

"De maatregel die nu wordt ingevoerd, was al voorgesteld in 1993. Intussen is de medische wetenschap enorm geëvolueerd en is het klassieke uitstrijkje niet langer de meest efficiënte manier om aan baarmoederhalskankerscreening te doen", stelt professor Tjalma vast. "Verschillende internationale onderzoeken hebben aangetoond dat een hpv-test (om het humaan papillomavirus op te sporen) veel meer aangewezen is. Vandaag wordt die test in ons land pas ingezet nadat een uitstrijkje een afwijkend resultaat vertoonde. Dat moet omgekeerd worden. We moeten eerst bepalen of een vrouw hpv-positief of -negatief is. Vrouwen die negatief testen voor hpv, lopen minder dan 1% kans om baarmoederhalskanker te ontwikkelen. Voor hen volstaat het om zich pas om de vijf jaar opnieuw te laten testen. Test een vrouw positief, dan is het aangewezen om bijkomend celonderzoek (na een uitstrijkje worden de cellen onderzocht onder de microscoop) te laten uitvoeren. Afhankelijk van die resultaten kan dan indien nodig een behandeling worden uitgewerkt", vertelt professor Tjalma die het debat over de aanpak van de screening op gang wil trekken. "We moeten daarbij vertrekken van het belang van de vrouw, op basis van puur wetenschappelijke argumenten", benadrukt hij.Het inzetten van een kwalitatief goede hpv-test gebeurde intussen al in verschillende andere landen. "Als we alle vrouwen tussen 25 en 65 jaar hiermee testen, kunnen we deze ziekte op termijn zo goed als uitroeien", stelt dokter Tjalma. "Op termijn zie ik ons evolueren richting een vaginale zelftest. Waarbij de vrouwen thuis zelf een staal afnemen en dat naar het lab opsturen. Alleen wie hpv- positief test, moet dan nog een arts raadplegen. Het idee dat elke vrouw sowieso jaarlijks haar gynaecoloog zou moeten raadplegen, is onzin. Dat zijn ingeburgerde rituelen die niets bijbrengen."Hpv-tests zijn vandaag wel een pak duurder dan het celonderzoek bij uitstrijkjes. "Dat klopt. Maar op iets langere termijn zal deze aanpak ook gezondheidseconomisch interessanter zijn. Zowat 80 à 90 procent van de vrouwen die een hpv-test ondergaan, zal allicht negatief testen. Zij hoeven zich pas over vijf jaar opnieuw te laten screenen. Baarmoederhalskanker is een erg traag groeiende kanker. Door via een hpv-test te screenen, zullen we in staat zijn om bijna alle gevallen tijdig te detecteren.Vandaag is baarmoederhalskanker inderdaad nog een dodelijke ziekte, die vooral jonge vrouwen treft.Ik krijg nog steeds jonge patiëntes over de vloer met tumoren, maar die zich wel elk jaar lieten screenen via een uitstrijkje. Dat is onaanvaardbaar met de huidige medische kennis over screening."