Dit blijkt uit een bevraging van 1.500 werkende Vlamingen door de onderzoeksgroep Arbeids-, Organisatie- en Personeelspsychologie van de KU Leuven, die hierbij een nieuwe definitie van burn-out hanteerde.

Terwijl de oorspronkelijke definitie van 30 jaar terug burn-out beschouwde als een samenhangend syndroom van uitputting, cynisme en competentieverlies, gaat burn-out voor de Leuvense onderzoekers gepaard met vier kernsymptomen: uitputting (zowel fysiek als mentaal), mentale distantie (sterke weerstand tegen het werk), cognitieve ontregeling (zoals geheugenproblemen, aandachts- en concentratiestoornissen) en emotionele ontregeling (oncontroleerbare, heftige emotionele reacties). Er is ook nog sprake van psychische en psychosomatische spanningsklachten en een depressieve stemming. Op basis hiervan stelden de onderzoekers een nieuwe vragenlijst ("Burnout Assesment Tool") op die 33 vragen telt en waarmee 1.500 werkende Vlamingen bevraagd werden.

Uit dit onderzoek blijkt dat bepaalde groepen werkenden een groter risico lopen op burn-out. Het type beroep, het opleidingsniveau en de leeftijd blijken een rol te spelen. Zo hebben administratief bedienden en arbeiders meer te kampen met burn-out. Dat is eveneens het geval met werknemers in het hogere middenkader, mensen met een lager opleidingsniveau en 18-34-jarigen. 'De kern van het probleem ligt echter bij de aard van het werk zelf. Mensen lopen meer kans op burn-out wanneer de eisen op het werk te hoog liggen en er te weinig hulpbronnen zijn om met die belasting om te gaan', aldus arbeidspsycholoog Hans De Witte (KU Leuven).

De vragenlijst "Burnout Assesment Tool" (BAT) kan volgens de onderzoekers niet alleen gebruikt worden om burn-out vast te stellen, maar ook voor preventie en begeleiding. 'Hulpverleners kunnen de vragenlijst gebruiken om te zien of een behandeling aanslaat. Zo kunnen ze ook beter inschatten of een burn-outpatiënt klaar is om weer aan het werk te gaan. Bedrijven kunnen de tool gebruiken om een beter beeld te krijgen van het welzijn op de werkvloer en indien nodig preventieve maatregelen te nemen"', aldus doctoraatsstudent Steffie Desart. De onderzoekers hopen de nieuwe meetwijze ook internationaal op de kaart te kunnen zetten.