Inhoud:

Goedaardige vergroting
Onderzoeken
Afwachten of behandelen?
Medicatie
Een kleine operatie
Systematische screening?
Vroegtijdige ontdekking
Begin zonder klachten
De wensen van de patiënt
Actieve opvolging
Testosteron uitschakelen
Hoopgevend onderzoek

Een mannenzaak
De invloed van de voeding
De PSA-test: voor- en nadelen

Voor veel mannen vormen alle prostaatproblemen één pot nat. Van zodra het plassen wat moeilijker gaat, slaat de angst voor prostaatkanker hen om het hart. Nochtans is die angst vaak ongegrond. Er bestaat een hemelsbreed verschil tussen een goedaardige prostaatvergroting en prostaatkanker. Het wordt tijd dat mannen er met hun arts open durven over te praten. Dat zegt ook dokter Filip Ameye, uroloog in het algemeen ziekenhuis Maria Middelares in Gent en het universitair ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven.

Goedaardige vergroting

Vanaf de leeftijd van 40 jaar gaat de prostaat van de meeste mannen in volume toenemen. Die toename is des te groter naarmate de leeftijd vordert maar ze veroorzaakt niet noodzakelijk klachten. Slechts 30% van de mannen met een objectief waarneembare prostaatvergroting heeft klachten. Die zijn onder te verdelen in twee grote groepen.

De eerste hebben te maken met het feit dat de vergrote prostaatklier de urinebuis afsnoert: het plassen komt moeilijk op gang, de straal is minder krachtig, na het plassen blijft men nog wat nadruppelen en de blaas wordt niet volledig leeggeplast.

De tweede reeks klachten heeft te maken met een verhoogde prikkelbaarheid van de blaas: frequenter plassen, zeer dringende drang, lichte incontinentie en herhaald nachtelijk plassen.

Terug naar begin

Onderzoeken

De diagnose van een goedaardige prostaatvergroting berust in de eerste plaats op het verhaal van de patiënt. De arts voert een rectaal toucher uit, een onderzoek waarbij hij met de vinger via de endeldarm de prostaat betast. Zo krijgt hij een beeld van de omvang van de prostaat en de aard van de vergroting (hard of zacht).

Soms worden er nog bijkomende onderzoeken gedaan om andere oorzaken uit te sluiten. "Wie klachten heeft die op een prostaatprobleem kunnen wijzen, moet deze steeds door zijn huisarts laten evalueren. Acht de huisarts het nodig, dan kan hij de patiënt doorverwijzen naar een uroloog", legt dokter Ameye uit. "Die kan bijkomende onderzoeken doen zoals een echografie en een uroflowmetrie, een test om de straalkracht en het plasvolume te bepalen. Soms wordt ook nagegaan hoe het met de spieren van de blaaswand gesteld is. Die hebben vaak al jaren een extra inspanning moeten leveren om de urine door de vernauwde urinebuis te persen."

Terug naar begin

Afwachten of behandelen?

Moet een goedaardige prostaatvergroting altijd behandeld worden? "Neen, alles hangt af van de ernst van de klachten en van het eventuele bestaan van verwikkelingen zoals bloed in de urine, regelmatige infecties omdat de blaas niet leeggeplast wordt, steenvorming,... Indien de klachten niet te belastend zijn - en daar heeft iedere man zijn eigen normen voor - kan men een afwachtende houding aannemen en zich beperken tot een regelmatige controle door de huisarts.

Een goedaardige prostaatvergroting is niet levensbedreigend en het is absoluut geen voorstadium van kanker. Beide aandoeningen staan volledig los van elkaar. Maar het heeft uiteraard geen zin te blijven lopen met hinderlijke klachten die in de meeste gevallen afdoend verholpen kunnen worden.

Terug naar begin

Medicatie

Serenoa repens

Soms wordt voorgesteld een plantaardig product te nemen, zoals producten op basis van Serenoa repens (ook wel Saw Palmetto of Sabal serrulata genoemd). Bij de klassieke geneesmiddelen is een alfablokker vaak de eerste keuze. Die vermindert de spiertonus van de kleine spiertjes in de prostaatwand waardoor deze minder op de urinebuis drukt. Alfablokkers helpen in zowat 50% van de gevallen maar hebben ook nevenwerkingen zoals een daling van de bloeddruk en duizeligheid.

Een andere groep geneesmiddelen, de zogenaamde 5-alfa-reductase-inhibitoren, doen het prostaatvolume afnemen. Ze worden gebruikt bij een welbepaalde groep patiënten met een zeer grote prostaat."

Terug naar begin

Een kleine operatie

"Als geneesmiddelen niet helpen, de klachten toenemen of de prostaatvergroting een weerslag heeft op de hogere urinewegen, dan is een heelkundige ingreep soms noodzakelijk", gaat dokter Ameye verder. "Een open prostaatoperatie, waarbij weefsel wordt weggehaald via een insnede in de onderbuik, gebeurt tegenwoordig nog maar zelden.

In de meeste gevallen wordt een kijkbuisoperatie verricht. Via een buis die doorheen de penis in de prostaat wordt geschoven, wordt het overtollige prostaatweefsel stukje bij beetje langs binnen weggehaald. In tegenstelling tot een radicale prostaatverwijdering voor kanker (zie verder), blijft de chirurg bij een kijkoperatie (in het vakjargon TURP of transurethrale resectie van de prostaat genoemd) ver uit de buurt van de zenuwen zodat de ingreep slechts zeer zelden impotentie veroorzaakt. De meeste mannen hebben na deze ingreep wel geen ejaculatie meer omdat het sperma door de ingreep achterwaarts in de blaas vloeit in plaats van voorwaarts in de richting van de penis.

Onmiddellijk na de ingreep is het soms ook moeilijk om een dringend plasje op te houden. De blaas die jarenlang haar uiterste best heeft moeten doen om de urine door de vernauwde urinebuis te persen, heeft wat tijd nodig om zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Maar na verloop van tijd komt dit meestal helemaal in orde."

Terug naar begin

Systematische screening?

Moet iemand die geen klachten heeft zijn prostaat regelmatig laten onderzoeken? "Er bestaat heel wat discussie over prostaatkankerscreening. Dit orgaan scheidt een specifiek eiwit af: het Prostaat Specifiek Antigeen of PSA. Het grootste deel daarvan komt in het prostaatvocht terecht, een kleine fractie in de bloedbaan. Bij aandoeningen van de prostaat stijgt de hoeveelheid PSA in het bloed. Als de PSA-waarde bij een man plots stijgt, moet dit bij de arts een belletje doen rinkelen, zonder dat er meteen reden is tot paniek.

Bijkomend onderzoek moet dan uitwijzen of die stijging het gevolg is van een goedaardige prostaatvergroting, een prostaatontsteking of een kwaadaardige tumor. Het PSA is wel specifiek voor de prostaat, maar niet specifiek voor prostaatkanker. Andere onderzoeken zoals een echografie en een biopsie zijn eventueel noodzakelijk om kwaadaardigheid aan te tonen."

Terug naar begin

Vroegtijdige ontdekking

PSA-tests bestaan nog maar sinds het einde van de jaren 70. "Als we voordien een prostaattumor vonden, was die meestal al groot en uitgezaaid. Dankzij de PSA-test is dat percentage gedaald tot minder dan 3%. Dit betekent dat we nu heel wat prostaatkankers ontdekken die nog kunnen worden genezen."

Is dat geen voldoende reden om bij iedereen regelmatig een PSA-bepaling te doen? "Onder de prostaatkankers die we zo op het spoor komen, zitten een aantal agressieve kankers maar ook heel wat slapende tumoren, die de gezondheid nooit zullen bedreigen en bijgevolg geen behandeling vergen. Indien een patiënt een vroegtijdige opsporing aanvaardt, moet hij er op voorbereid zijn dat de kans bestaat dat men kwaadaardige cellen aantoont zonder dat men meteen wil ingrijpen. Men kan bij een slapende tumor perfect een actieve opvolging voorstellen, wat betekent dat op regelmatige tijdstippen een nieuwe PSA-bepaling en desgewenst prostaatbiopsies worden uitgevoerd."

Terug naar begin

Begin zonder klachten

"Het verraderlijke aan prostaatkanker is dat de vormen die nog een kans op genezing hebben, geen symptomen geven", legt dokter Ameye uit. "Pas in een gevorderd stadium ontstaan klachten die gelijken op deze van een goedaardige prostaatvergroting of algemene symptomen die wijzen op uitzaaiingen zoals botpijn (vooral rugpijn), bloedarmoede, vermageren,... Om bij mensen zonder klachten het onderscheid te maken tussen slapende en agressieve tumoren, wordt op dit moment nog volop naar de beste strategie gezocht. Maar zolang er geen precieze techniek bestaat, zullen we ongetwijfeld ook een aantal slapende prostaattumoren onnodig behandelen om zeker te zijn dat we er geen agressieve over het hoofd zien."

Terug naar begin

De wensen van de patiënt

De uiteindelijke beslissing om al dan niet een behandeling uit te voeren hangt af van de kenmerken van het gezwel, de leeftijd en de algemene toestand van de patiënt én van zijn persoonlijke wensen. "De patiënt moet alle voor- en nadelen kennen. We moeten vooraf weten in welke mate hij de eventuele complicaties of gevolgen van een behandeling wil aanvaarden.

Functionele problemen zoals incontinentie en impotentie zijn helaas geen zeldzaamheid maar we mogen deze verwikkelingen ook niet overdrijven. De incontinentie is in de meeste gevallen tijdelijk en de impotentie kan in een behoorlijk aantal gevallen verholpen worden door medicatie of injecties in de penis.

Terug naar begin

Actieve opvolging

Net zoals bij slapende tumoren wordt bij mannen met een agressievere vorm maar die reeds boven de 70 jaar zijn, meestal actieve opvolging voorgesteld. Prostaatkanker evolueert immers zeer traag.

Gaat het om een niet-uitgezaaide, agressieve tumor dan wordt vaak gekozen voor een radicale prostatectomie: via een insnede in de onderbuik wordt de prostaat volledig weggenomen. Soms wordt deze ingreep uitgevoerd d.m.v. een kijkbuisoperatie.

Naast het wegsnijden van de prostaat bestaan er ook niet-heelkundige technieken waarvan bestraling de courantste is. Voor een niet-uitgezaaide prostaatkanker geeft bestraling ongeveer even goede resultaten als een operatieve verwijdering. Helaas zijn ook hierbij impotentie en incontinentie mogelijk. Naast externe bestraling wordt bij prostaatkanker ook brachytherapie toegepast, een vorm van bestraling waarbij radioactieve staafjes of zaadjes in de prostaat worden ingebracht.

Terug naar begin

Testosteron uitschakelen

Wanneer een prostaatkanker is uitgezaaid, is volledige genezing niet meer mogelijk. De behandeling is er dan op gericht de uitbreiding van de kanker af te remmen. Dat gebeurt in eerste instantie door met behulp van geneesmiddelen de testosteronproductie stil te leggen of de werking ervan te blokkeren. Helaas ontstaat er na verloop van tijd een zekere resistentie tegen deze hormoontherapie. Een laatste mogelijkheid is chemotherapie."

Terug naar begin

Hoopgevend onderzoek

Wat heeft de toekomst te bieden? Dokter Ameye: "Op het vlak van de behandeling zijn een aantal minimaalinvasieve technieken in studiefase. Bij de HIFU-techniek wordt gebruik gemaakt van ultrasone geluidsgolven van een bepaalde frequentie die men precies op de plaats van de tumor laat samenvallen. Een beetje te vergelijken met een niersteenverbrijzelaar. Bij cryotherapie gaat men het gezwel trachten kapot te vriezen. Deze nieuwe technieken houden zeker de nodige beloftes in, maar het is nog te vroeg om ze als standaardbehandeling voor te stellen.

Terug naar begin

Meer informatie vindt u in: 'De prostaat, lust en leed' door dr. Marleen Finoulst en dr. Peter Van Erps, uitg. Houtekiet, 132 p., ? 14,95.

Een mannenzaak

Een jongen wordt geboren met een kleine prostaat (voorstanderklier). Vanaf de puberteit, onder invloed van het mannelijke hormoon testosteron, ontwikkelt deze zich tot een volwaardig orgaan ter grootte van een kastanje. Het bevindt zich onder de blaas, voor de endeldarm en rond de urinebuis. Je kunt het vergelijken met een appel waaruit het klokhuis is verwijderd. De prostaat is de appel en door de ruimte van het klokhuis stroomt de urinebuis. De prostaat bestaat uit meerdere langgerekte klieren, omgeven door spierbundels die samen met bind-weefsel een kapsel vormen rond het zachte klierweefsel. De prostaat scheidt vocht af dat samen met de zaadcellen het ejaculaat vormt.

Bij mannen van zestig en ouder is de prostaat het orgaan dat het vaakst door ziekte is aangetast.

  • Rond hun veertigste begint de prostaat bij sommige mannen om een nog ongekende reden te groeien. Deze goedaardige toename van het volume noemt men een benigne prostaathypertrofie (BPH). Klachten treden meestal pas op vanaf 60 jaar. Naar schatting 70% van alle zeventigjarigen heeft een goedaardige prostaatvergroting. Ten minste 40% van hen heeft daar last van.
  • Een prostatitis (prostaatontsteking) komt eerder voor bij mannen tussen 25 en 50 jaar en gaat gepaard met koorts en rillingen en frequent en pijnlijk plassen.
  • Prostaatkanker vindt zijn oorsprong in het buitenste deel van de prostaat of het kapsel. Een man van 50 jaar loopt 42% kans om binnen de 25 jaar een prostaatkanker te krijgen die nooit klinisch zal worden vastgesteld. Bij ongeveer één man op de tien zal de diagnose wél gesteld worden en 3% van de mannen zal eraan sterven, al is het pas na hun vijfenzeventigste. Want pros-taatkanker evolueert in de overgrote meerderheid van de gevallen bijzonder traag.

Terug naar begin

De invloed van de voeding

De cijfers liegen er niet om. Mannen in westerse landen lopen een veel groter risico op prostaatkanker dan hun oosterse collega's. Dat verschil laat zich niet genetisch verklaren maar zou hoofdzakelijk toe te schrijven zijn aan de voedingsgewoonten. Onderzoek wijst uit dat de fyto-oestrogenen in sojaproducten en de antioxidanten in groene thee, warme tomaten en tomatensaus, net als vitamine E (in plantaardige olie, broccoli, spinazie en noten) en selenium een beschermende invloed zouden uitoefenen.

Een voeding die rijk is aan dierlijke vetten zou het ontstaan van kanker in de hand werken.

Terug naar begin

De PSA-test: voor- en nadelen

Voor wie zich bewust is van de voor- en nadelen, kan een PSA-test van goudwaarde zijn.

De voordelen:

  • PSA-bepaling laat toe prostaatkankers te ontdekken vooraleer er uitzaaiingen zijn.
  • De behandelingstechnieken bij niet-uitgezaaide tumoren geven minder neveneffecten.

Nadelen:

  • De PSA-test is niet specifiek voor prostaatkanker, maar stijgt bij elke prostaataandoening.
  • Er bestaat een risico 'slapende' kankers aan te tonen die geen behandeling vergen. De patiënt moet met de angst en onzekerheid die dit met zich meebrengt kunnen omgaan.

Conclusie

Vooraleer een PSA-test uitgevoerd wordt moet de patiënt degelijk geïnformeerd worden over de voor- en nadelen. Toch zou elke man zich vanaf 50 jaar bij zijn huisarts moeten informeren over het risico op prostaatkanker en de mogelijkheid van een vroegtijdige opsporing. Wie een broer, vader of oom langs vaderszijde heeft die behandeld werd voor prostaatkanker, doet er goed aan dit probleem al met zijn arts te bespreken rond de leeftijd van 40 jaar.

Terug naar begin