Een trauma door een aanslag of een overval en een burn-out: op het eerste zicht lijken ze niets met elkaar te maken te hebben. Maar toch blijken veelgebruikte psychologische technieken (zogenaamde EMDR-technieken) voor trauma-therapie ook heel erg effectief bij de behandeling van burn-out. Dat ontdekte VUB-professor Elke Van Hoof, die de voorbije 20 jaar als trauma- en stresspsychologe een bijzonder brede ervaring opbouwde. "In mijn praktijk merkte ik dat er bij patiënten met burn-out net als bij trauma-patiënten een onevenwicht is tussen gevoel en logisch redeneren. Ze weten objectief wel dat ze het rustiger aan moeten doen en niet bang moeten zijn, maar dat komt niet overeen met hun emoties. Door traumatechnieken toe te passen, brengen we dit weer in balans ", verklaart Van Hoof, die deze aanpak 3 jaar geleden professionaliseerde als 'Insourcing'.

Werkhervatting als focus

Bij Van Hoofs aanpak is werkhervatting een focuspunt vanaf de start van de behandeling. "Een belangrijke stap in het traject is net weer die zingeving vinden. Je kan niet volledig herstellen als je je niet nuttig voelt. Dus wij behandelen in eerste instantie de werkonbekwaamheid. We gaan eerst stabiliseren en pas dan gaan we het probleem analyseren, als mensen zelf mee oplossingen kunnen zoeken", verklaart Van Hoof. Deze aanpak vermindert emotionele klachten en cognitieve vermoeidheid en verbetert het herstelvermogen.

Uit een analyse van 100 afgesloten dossiers tijdens de pilootfase, blijkt dat meer dan 70 procent weer aan het werk was gegaan, na gemiddeld 92 dagen. Ter vergelijking: het meest innovatieve project in de eerstelijnszorg in het Verenigd Koninkrijk zorgde voor 50% werkhervatting, terwijl een werkhervatting na 183 dagen vandaag als gemiddelde geldt.

50% terug aan de slag bij zelfde werkgever

Best opmerkelijk is dat een derde van de werknemers zelfs onmiddellijk weer voltijds aan het werk kan en bijna de helft minstens halftijds.

Hoewel je mogelijk zou verwachten dat veel werknemers zouden kiezen voor een nieuwe start bij een nieuwe werkgever, blijft de helft bij dezelfde werkgever. "Als mensen de juiste handvaten hebben om met situaties om te gaan, is het perfect mogelijk om terug te keren naar dezelfde job, bij dezelfde werkgever", legt Van Hoof uit. En dit ook zonder herval. Minder dan 1% van de patiënten die professor Van Hoof de voorbije 2 jaar behandelde is hervallen.

Al kunnen ook werkgevers zeker nog een extra steentje bijdragen volgens Van Hoof. "We moeten onze bedrijven eerder zien als 'living labs', als een samenspel van constant evoluerende mensen die bijdragen tot een geheel maar ook op het goede moment afscheid nemen als hun pad niet meer overeenstemt."

Aanzienlijke besparing

De stijging van het aantal mensen met een psychische aandoening en de langdurige arbeidsongeschiktheid die ermee gepaard gaat, kosten de maatschappij jaarlijks immers gemiddeld 2 miljard euro zo blijkt uit cijfers van het Riziv.

"Er is een algemene consensus dat de kost van een medewerker die langdurig arbeidsongeschikt is ongeveer 1.000 euro per dag bedraagt. Als je dan rekening houdt met het feit dat met de traditionele behandelingen de patiënt gemiddeld 189 dagen nodig heeft voor een terugkeer naar de werkvloer waar dat bij Insourcing slechts 92 is, zie je dat de therapie het potentieel heeft om heel wat geld te besparen", klinkt het.

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block noemt de resultaten positief en laat weten het project zeker van naderbij te zullen bekijken. "Dit pilootproject ligt in lijn met ons beleid: een werkhervatting wordt best zo vroeg mogelijk opgestart en op maat van elke patiënt. Het toont ook aan dat de focus op werk deel kan uitmaken van het genezingsproces", aldus De Block, die stelt dat het onderzoek bijdraagt aan een mentaliteitswijziging bij zorgverleners en werkgevers. "Er zijn op dit moment verschillende manieren om opnieuw aan de slag te gaan. Dergelijke initiatieven zijn een aanvulling op het wettelijke traject waar vroege interventie centraal staat."