De anticonceptiepleister is een dunne, huidkleurige pleister die je op je buik, bil of arm kan kleven. De pleister werkt op dezelfde manier als de traditionele combinatiepil. Hij scheidt gedurende een week oestrogenen en progestagenen af die ervoor zorgen dat er geen eisprong plaatsvindt. De pleister zorgt er ook voor dat een eventueel toch bevruchte eicel zich niet kan innestelen. Bovendien maakt de pleister de doorgang van de baarmoederhals moeilijker, waardoor zaadcellen niet kunnen binnendringen.

Je kan de pleister op je onderbuik kleven, op je rug, je schouderbladen, je bovenlichaam of op de buitenzijde van je bovenarm. Kleef hem wel niet op je borsten. Let er ook op dat je de pleister op een droog stukje huid kleeft dat niet geïrriteerd of verwond is. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, kan je met de anticonceptiepleister gewoon gaan zwemmen, onder de douche gaan of naar de sauna.

Normaal komt de pleister niet los. Als dat toch zou gebeuren, moet je er gewoon stevig op drukken tot alle hoekjes weer op je huid kleven. Als hij blijft lossen, breng je een nieuwe aan. Deze pleister vervang je op de normale vervangdag, ook al kleeft hij dan nog maar enkele dagen op je lichaam.

Als je de pleister voor de eerste keer gebruikt, start je op de eerste dag van je menstruatie. Vanaf dan kan je meteen op de pleister vertrouwen. Als je op een ander tijdstip begint, dan zijn de eerste zeven pleisterdagen niet betrouwbaar en moet je een condoom gebruiken om zwangerschap te vermijden.

Je draagt de pleister een week lang. Daarna verwijder je de pleister en kleef je een nieuwe. Dat mag op dezelfde of op een andere plaats. Dit doe je drie weken lang. Na die drie weken kan je een stopweek inlassen en draag je geen pleister. In die week krijg je je maandstonden. Na de stopweek kleef je een nieuwe pleister. Je begint dan op dezelfde dag als in de vorige maand.

Voordelen

Veel vrouwen vinden het een voordeel dat ze slechts één keer per week aan hun anticonceptie moeten denken, in plaats van elke dag rond hetzelfde tijdstip.

Een ander voordeel is dat de hormonen via de pleister rechtstreeks in de bloedbaan terechtkomen. Daardoor heeft braken of diarree geen invloed op de betrouwbaarheid van je anticonceptie.

Met de anticonceptiepleister kan je je maandstonden ook regelen. Je kan je stopweek gewoon overslaan en onmiddellijk met een nieuwe pleister beginnen. Dan krijg je geen bloeding.

Nadelen

De kans bestaat dat je huid wat geïrriteerd raakt op de plaats waar de pleister bevestigd is. Met de pleister is er ook een licht verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

In het begin kan je ook wat last hebben van bijwerkingen, zoals misselijkheid of hoofdpijn. Gespannen borsten, tussenbloedingen of stemmingswisselingen komen ook geregeld voor. Deze bijwerkingen verdwijnen doorgaans spontaan.

Vergeten?

Als je te laat begint met je eerste pleister, moet je onmiddellijk een pleister aanbrengen en vervolgens zeven dagen met condoom vrijen. Als je in de voorbije vijf dagen seks had, neem je de morning-afterpil om zwangerschap te voorkomen.

Als je de pleister vergeet te vervangen op het einde van de eerste of de tweede week en je bent maximum 48 uur te laat, kan je gewoon een nieuwe pleister aanbrengen. Breng de volgende pleister aan op je normale pleistervervangdag. Je moet dan geen extra anticonceptie gebruiken.

Als je de pleister op het einde van de eerste of tweede week vergeet te vervangen, en je bent meer dan twee dagen te laat, breng je onmiddellijk een nieuwe pleister aan en gebruik je de volgende zeven dagen een condoom. Als je de voorbije vijf dagen hebt gevreeën, dan moet je de morning-afterpil gebruiken.

Als je de pleister bent vergeten te verwijderen na de derde week verwijder je de pleister onmiddellijk en begin je met je pleistervrije week. Op de normale startdag begin je met een nieuwe reeks, ook als dat betekent dat je minder dan zeven dagen bent gestopt. Extra anticonceptie is niet nodig, de morning-afterpil ook niet.

Andere alternatieven:
De vaginale ring
Het koperspiraaltje
Het pessarium
De prikpil
Het hormonaal implantaat

De anticonceptiepleister is een dunne, huidkleurige pleister die je op je buik, bil of arm kan kleven. De pleister werkt op dezelfde manier als de traditionele combinatiepil. Hij scheidt gedurende een week oestrogenen en progestagenen af die ervoor zorgen dat er geen eisprong plaatsvindt. De pleister zorgt er ook voor dat een eventueel toch bevruchte eicel zich niet kan innestelen. Bovendien maakt de pleister de doorgang van de baarmoederhals moeilijker, waardoor zaadcellen niet kunnen binnendringen. Je kan de pleister op je onderbuik kleven, op je rug, je schouderbladen, je bovenlichaam of op de buitenzijde van je bovenarm. Kleef hem wel niet op je borsten. Let er ook op dat je de pleister op een droog stukje huid kleeft dat niet geïrriteerd of verwond is. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, kan je met de anticonceptiepleister gewoon gaan zwemmen, onder de douche gaan of naar de sauna. Normaal komt de pleister niet los. Als dat toch zou gebeuren, moet je er gewoon stevig op drukken tot alle hoekjes weer op je huid kleven. Als hij blijft lossen, breng je een nieuwe aan. Deze pleister vervang je op de normale vervangdag, ook al kleeft hij dan nog maar enkele dagen op je lichaam. Als je de pleister voor de eerste keer gebruikt, start je op de eerste dag van je menstruatie. Vanaf dan kan je meteen op de pleister vertrouwen. Als je op een ander tijdstip begint, dan zijn de eerste zeven pleisterdagen niet betrouwbaar en moet je een condoom gebruiken om zwangerschap te vermijden. Je draagt de pleister een week lang. Daarna verwijder je de pleister en kleef je een nieuwe. Dat mag op dezelfde of op een andere plaats. Dit doe je drie weken lang. Na die drie weken kan je een stopweek inlassen en draag je geen pleister. In die week krijg je je maandstonden. Na de stopweek kleef je een nieuwe pleister. Je begint dan op dezelfde dag als in de vorige maand. Veel vrouwen vinden het een voordeel dat ze slechts één keer per week aan hun anticonceptie moeten denken, in plaats van elke dag rond hetzelfde tijdstip. Een ander voordeel is dat de hormonen via de pleister rechtstreeks in de bloedbaan terechtkomen. Daardoor heeft braken of diarree geen invloed op de betrouwbaarheid van je anticonceptie. Met de anticonceptiepleister kan je je maandstonden ook regelen. Je kan je stopweek gewoon overslaan en onmiddellijk met een nieuwe pleister beginnen. Dan krijg je geen bloeding. De kans bestaat dat je huid wat geïrriteerd raakt op de plaats waar de pleister bevestigd is. Met de pleister is er ook een licht verhoogd risico op hart- en vaatziekten.In het begin kan je ook wat last hebben van bijwerkingen, zoals misselijkheid of hoofdpijn. Gespannen borsten, tussenbloedingen of stemmingswisselingen komen ook geregeld voor. Deze bijwerkingen verdwijnen doorgaans spontaan. Als je te laat begint met je eerste pleister, moet je onmiddellijk een pleister aanbrengen en vervolgens zeven dagen met condoom vrijen. Als je in de voorbije vijf dagen seks had, neem je de morning-afterpil om zwangerschap te voorkomen. Als je de pleister vergeet te vervangen op het einde van de eerste of de tweede week en je bent maximum 48 uur te laat, kan je gewoon een nieuwe pleister aanbrengen. Breng de volgende pleister aan op je normale pleistervervangdag. Je moet dan geen extra anticonceptie gebruiken. Als je de pleister op het einde van de eerste of tweede week vergeet te vervangen, en je bent meer dan twee dagen te laat, breng je onmiddellijk een nieuwe pleister aan en gebruik je de volgende zeven dagen een condoom. Als je de voorbije vijf dagen hebt gevreeën, dan moet je de morning-afterpil gebruiken. Als je de pleister bent vergeten te verwijderen na de derde week verwijder je de pleister onmiddellijk en begin je met je pleistervrije week. Op de normale startdag begin je met een nieuwe reeks, ook als dat betekent dat je minder dan zeven dagen bent gestopt. Extra anticonceptie is niet nodig, de morning-afterpil ook niet. Andere alternatieven: De vaginale ringHet koperspiraaltjeHet pessariumDe prikpilHet hormonaal implantaat