Bloeding of klonter?

Een beroerte ontstaat wanneer een deel van de hersenen geen zuurstof en voedingsstoffen krijgt waardoor hersencellen afsterven. Dit kan veroorzaakt worden door een bloeding of een klonter. In geval van een bloeding is er sprake van een hemorragische beroerte. Een ader barst en zo wordt de doorbloeding van een deel van de hersenen verhinderd. 13% van alle beroerten zijn bloedingen.

Ischemische beroerten, veroorzaakt door bloedklonters, komen het vaakst voor. Een ongezonde levensstijl (roken, hoge bloeddruk, cholesterol, weinig lichaamsbeweging, overgewicht ...) verhoogt de kansen op bloedklonters. Ze ontstaan door een lokale bloedstolling, ook al is er geen wonde, en vormen zich vaak waar bloed niet vlot doorstroomt. Wanneer de klonter lost, wordt hij via de bloedvaten door het lichaam gestuwd. In het slechtste geval komt hij in de hersenen terecht. De specifieke plaats in de hersenen bepaalt de aard van de fysieke of mentale beperkingen achteraf: verlamming, zwakte in de armen, spraakproblemen, zichtverlies, incontinentie, pijn, vermoeidheid, geheugenverlies ... Sommige beperkingen zijn tijdelijk, andere voor het leven.

Time is brain

Hoe dan ook, bij de aanpak van een beroerte telt elke seconde. 'Time is brain'. Elke minuut sterven twee miljoen hersencellen af, waardoor de kans op hersenbeschadiging, een beperking of overlijden toeneemt. Eens in het ziekenhuis wordt met behulp van een CT- of MRI-scan vastgesteld of het om een ischemische of hemorragische beroerte gaat. In geval van een bloeding wordt er in de meeste gevallen meteen chirurgisch ingegrepen en wordt de ruptuur gedicht.

De doorbloeding van de hersenen, Siemens Healthineers
De doorbloeding van de hersenen © Siemens Healthineers

Wanneer het gaat om een ischemische beroerte wordt vervolgens een perfusiestudie uitgevoerd, waarbij wordt nagegaan hoeveel hersenweefsel is aangetast. Met behulp van contrastvloeistof wordt de doorbloeding van de hersenstructuur dynamisch bekeken. Het verschil tussen het deel dat permanent beschadigd is en wat nog te redden valt, heet de perfusiemismatch. Snel schakelen is cruciaal want hoe sneller gereageerd wordt, hoe groter het deel dat gered wordt.

Trombolyse vs. trombectomie

Na de perfusiestudie wordt de bloedklonter opgelost of verwijderd. Dit kan met behulp van bloedverdunnende medicatie (trombolyse) maar steeds vaker wordt gekozen voor een trombectomie, het operatief verwijderen.

In de angiozaal wordt de klonter minimaal invasief verwijderd. Dit gebeurt via een incisie in de lies, waarlangs de specialist een katheter via de bloedbaan naar het getroffen deel van de hersenen navigeert. Daar wordt de klonter weggezogen, verpulverd of met een stent verwijderd. Dit alles gebeurt met behulp van contrastvloeistof en onder medische beeldvorming.

In 2015 werden in verschillende trials de effecten van medicatie en vasculaire therapie vergeleken. De resultaten toonden aan dat de positieve impact groter was bij het verwijderen van de klonter. In tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen, kunnen patiënten ook in een later stadium nog behandeld worden om de klonter te verwijderen. Vroeger kreeg een patiënt die zich twaalf uur na een beroerte aanmeldde in het ziekenhuis, haast sowieso medicatie voorgeschreven. Nu wordt de klonter bij diezelfde patiënt alsnog verwijderd. Ook op langere termijn blijkt operatief ingrijpen de betere optie. Na 90 dagen is het sterftecijfer bij trombolyse 26%, terwijl dit slechts 14% bedraagt bij trombectomie.

Als gevolg van deze trials steeg het aantal operatieve procedures met 26%. In België koos de overheid daarom recent voor de ontwikkeling van 15 stroke centers. Deze ziekenhuizen zullen als enige deze ingrepen mogen uitvoeren en beschikken over de beste infrastructuur en het meeste expertise.

Een patiënt die vandaag in de angiozaal voor een trombectomie op tafel ligt heeft al een hele weg achter zich. Van de spoedafdeling, naar de dienst radiologie, naar de angiozaal. Wachtperiodes en verschillende locaties waardoor al snel 90 minuten verloren gaan.

Siemens Healthineers ontwikkelde een nieuw toestel dat de mogelijkheid tot het maken van een CT-scan, een perfusiestudie en de mogelijkheid tot trombectomie te combineert in één toestel. Hierdoor duurt de periode van diagnose tot ingreep, slechts twintig minuten in plaats van 90 minuten. Kostbare tijd die de kansen van de patiënt beduidend vergroot.

Een beroerte ontstaat wanneer een deel van de hersenen geen zuurstof en voedingsstoffen krijgt waardoor hersencellen afsterven. Dit kan veroorzaakt worden door een bloeding of een klonter. In geval van een bloeding is er sprake van een hemorragische beroerte. Een ader barst en zo wordt de doorbloeding van een deel van de hersenen verhinderd. 13% van alle beroerten zijn bloedingen.Ischemische beroerten, veroorzaakt door bloedklonters, komen het vaakst voor. Een ongezonde levensstijl (roken, hoge bloeddruk, cholesterol, weinig lichaamsbeweging, overgewicht ...) verhoogt de kansen op bloedklonters. Ze ontstaan door een lokale bloedstolling, ook al is er geen wonde, en vormen zich vaak waar bloed niet vlot doorstroomt. Wanneer de klonter lost, wordt hij via de bloedvaten door het lichaam gestuwd. In het slechtste geval komt hij in de hersenen terecht. De specifieke plaats in de hersenen bepaalt de aard van de fysieke of mentale beperkingen achteraf: verlamming, zwakte in de armen, spraakproblemen, zichtverlies, incontinentie, pijn, vermoeidheid, geheugenverlies ... Sommige beperkingen zijn tijdelijk, andere voor het leven.Hoe dan ook, bij de aanpak van een beroerte telt elke seconde. 'Time is brain'. Elke minuut sterven twee miljoen hersencellen af, waardoor de kans op hersenbeschadiging, een beperking of overlijden toeneemt. Eens in het ziekenhuis wordt met behulp van een CT- of MRI-scan vastgesteld of het om een ischemische of hemorragische beroerte gaat. In geval van een bloeding wordt er in de meeste gevallen meteen chirurgisch ingegrepen en wordt de ruptuur gedicht.Wanneer het gaat om een ischemische beroerte wordt vervolgens een perfusiestudie uitgevoerd, waarbij wordt nagegaan hoeveel hersenweefsel is aangetast. Met behulp van contrastvloeistof wordt de doorbloeding van de hersenstructuur dynamisch bekeken. Het verschil tussen het deel dat permanent beschadigd is en wat nog te redden valt, heet de perfusiemismatch. Snel schakelen is cruciaal want hoe sneller gereageerd wordt, hoe groter het deel dat gered wordt.Na de perfusiestudie wordt de bloedklonter opgelost of verwijderd. Dit kan met behulp van bloedverdunnende medicatie (trombolyse) maar steeds vaker wordt gekozen voor een trombectomie, het operatief verwijderen. In de angiozaal wordt de klonter minimaal invasief verwijderd. Dit gebeurt via een incisie in de lies, waarlangs de specialist een katheter via de bloedbaan naar het getroffen deel van de hersenen navigeert. Daar wordt de klonter weggezogen, verpulverd of met een stent verwijderd. Dit alles gebeurt met behulp van contrastvloeistof en onder medische beeldvorming. In 2015 werden in verschillende trials de effecten van medicatie en vasculaire therapie vergeleken. De resultaten toonden aan dat de positieve impact groter was bij het verwijderen van de klonter. In tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen, kunnen patiënten ook in een later stadium nog behandeld worden om de klonter te verwijderen. Vroeger kreeg een patiënt die zich twaalf uur na een beroerte aanmeldde in het ziekenhuis, haast sowieso medicatie voorgeschreven. Nu wordt de klonter bij diezelfde patiënt alsnog verwijderd. Ook op langere termijn blijkt operatief ingrijpen de betere optie. Na 90 dagen is het sterftecijfer bij trombolyse 26%, terwijl dit slechts 14% bedraagt bij trombectomie.Als gevolg van deze trials steeg het aantal operatieve procedures met 26%. In België koos de overheid daarom recent voor de ontwikkeling van 15 stroke centers. Deze ziekenhuizen zullen als enige deze ingrepen mogen uitvoeren en beschikken over de beste infrastructuur en het meeste expertise.