Inhoud:

De voorbije maanden werd er in de media heel wat geschreven en gepraat over baarmoederhalskanker. Door de ontwikkeling van twee nieuwe vaccins tegen humane papillomavirussen (HPV) kan het risico dat een vrouw baarmoederhalskanker krijgt namelijk fors worden teruggedrongen.

Door al deze nieuwe berichten over de vaccins, zou men haast vergeten dat een regelmatig uitstrijkje - hét opsporingsonderzoek voor baarmoederhalskanker - noodzakelijk blijft. Zelfs bij vrouwen die gevaccineerd zijn!

Elke vrouw tussen 25 en 65 jaar zou dit onderzoek om de 3 jaar moeten laten uitvoeren. Een uitstrijkje is een pijnloos onderzoek dat kan worden uitgevoerd door een huisarts of een gynaecoloog.

Als het uitstrijkje normaal is, volstaat een volgend onderzoek 3 jaar latert. Bij een abnormaal uitstrijkje daarentegen moet sneller een nieuw controle-uitstrijkje gebeuren of moeten andere onderzoeken worden uitgevoerd.

Uit cijfers van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) voor 2006 blijkt echter dat er nog heel wat werk aan de winkel is om de vrouwen te overtuigen van de waarde en de noodzaak van dit opsporingsonderzoek. Meer dan 40% van de vrouwen tussen 25 en 65 jaar laat niet elke drie jaar een uitstrijkje afnemen. Bij de meeste wordt zelfs nooit een uitstrijkje uitgevoerd. Omgekeerd worden te veel uitstrijkjes afgenomen bij vrouwen die wel aan opsporing laten doen.

Wat is baarmoederhalskanker?

Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich in het onderste, smalle gedeelte van de baarmoeder, dat uitmondt in de vagina. Deze baarmoederhals heeft een belangrijke barrièrefunctie. Ze belet dat ziektekiemen doordringen tot in de baarmoeder.

Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een virus, met name het humaan papillomavirus (HPV). Van dit virus bestaan er meer dan 100 types. Een deel daarvan veroorzaakt helemaal geen symptomen. Sommige types veroorzaken letsels zoals gewone wratten op handen en voeten, andere zijn dan weer gemakkelijk overdraagbaar via seksueel contact en kunnen wratten rond de geslachtsorganen en de aars doen ontstaan. Genitale wratten wordt voornamelijk veroorzaakt door de zogenaamde types 6 en 11.

De types 16 en 18 veroorzaken letsels ter hoogte van de baarmoederhals die op langere termijn kunnen evolueren tot baarmoederhalskanker.Dat proces gaat echter heel langzaam. Tussen de eerste afwijkende cellen ter hoogte van de baarmoederhals en het ontstaan van baarmoederhalskanker verloopt gemiddeld 10 tot 15 jaar. Precies daarom is vroegtijdige opsporing (een uitstrijkje om de 3 jaar) zo belangrijk.

De eigenlijke kanker wordt voorafgegaan door een voorstadium met zogenaamde precancereuze letsels die ingedeeld worden in 3 klassen.

  • CIN1 komt overeen met weinig abnormele baarmoederhalscellen op het uitstrijkpreparaat. Veel vrouwen met dit resultaat hebben geen behandeling nodig omdat bij meer dan de helft van de gevallen het virus binnen de 6 tot 18 maanden door het natuurlijke afweersysteem wordt opgeruimd en een belangrijk deel van deze letsels bijgevolg spontaan geneest.
  • CIN2 komt overeen met een matig aantal abnormale baarmoederhalscellen. Bij deze vrouwen zal het aangetaste gebied meestal worden verwijderd omdat de kans dat deze cellen ontaarden tot kanker groter is.
  • CIN3 komt overeen met veel abnormale baarmoederhalscellen, waarbij de kans groot is dat deze zullen ontaarden. Alle vrouwen met dit resultaat dienen behandeld te worden om de kans op het ontstaan van kanker te verminderen.

Terug naar begin

Wie krijgt baarmoederhalskanker?

Waarom leidt een HPV-infectie bij de ene vrouw wel en bij de andere niet tot baarmoederhalskanker? Dat wordt bepaald door de mate waarin de HPV-infectie aanhoudt.

Ongeveer 70 tot 80 % van alle seksueel actieve mensen, zowel vrouwen als mannen komen ooit in hun leven in contact door één van de risicotypes van hetHPV. De besmettingsgraad is het hoogst kort na de aanvang van het seksuele leven. Mannen en vrouwen met vaak wisselende partners lopen meer kans op besmetting. Of deze besmetting ook daadwerkelijk tot kanker zal leiden, hangt af van de mate waarin het afweersysteem in staat is de virussen te overwinnen.Blijft het virus aanwezig in het slijmvlies dan ontstaan na verloop van (lange) tijd abnormale cellen, precancereuze letsels en uiteindelijk kanker. Baarmoederhalskanker wordt vooral vastgesteld bij vruwen tussen 30 en 50 jaar. Een tweede piek wordt waargenomen bij vrouwentussen 65 en 85 jaar.

Vrouwen die besmet zijn door het humaan papillomavirus en die roken hebben haast twee maal meer kans op het ontwikkelen van baarmoederhalskanker dan niet-rokende HPV-draagsters.

Terug naar begin

En het vaccin?

Recent zijn twee vaccins tegen baarmoederhalskanker op de markt gekomen in België.

Begin 2007 kwam een vierwaardig vaccin (Gardasil®) op de markt. Begin oktober 2007 is er een tweewaardig vaccin (Cervarix®) bijgekomen. Beide zijn gericht tegen de types 16 en 18 van het HPV, die als de frequentste oorzaak van baarmoederhalskanker worden beschouwd. Het vaccin Gardasil® is ook gericht tegen de types 6 en 11 die genitale wratten kunnen veroorzaken.

De Hoge Gezondheidsraad heeft zopas een nieuwe aanbeveling geformuleerd over vaccinatie tegen HPV. In dit advies wordt aangeraden HPV-vaccinatie systematisch toe te voegen aan het basisvaccinatieschema voor jonge meisjes (een leeftijdsgroep tussen 10 en 13 jaar). De vaccinatie van tienermeisjes en jonge vrouwen van 14 tot 26 jaar dient door de behandelende arts op individuele basis te worden beoordeeld.

De Hoge Gezondheidsraad dringt er in haar advies ook nog op aan dat baarmoedershalsscreening door eenuitstrijke zowel bij niet-gevaccineerde als bij gevaccineerde vrouwen noodzakelijk blijft. Het vaccin biedt immers geen 100 % bescherming. Voor beide vaccins zou de beschermingsgraad tegen baarmoederhalskanker ongeveer 70 %. Deze 70 % komt overeen met het aandeel van de baarmoederhalskankers die door de types 16 en 18 veroorzaakt worden. 30 % van de baarmoederhalskankers wordt door andere HPV-types uitgelokt.

Op basis van het wetenschappelijk onderzoek dat op dit ogenblik beschikbaar is, zijn de vaccins goedgekeurd voor gebruik bij meisjes en jonge vrouwn van 9 à 10 tot 25 à 26 jaar. Onderzoek bij oudere vrouwen en vrouwen die reeds besmet zijn met het humaan papillomavirus wordt momenteel uitgevoerd. De eerste resultaten wijzen erop dat ook zij door het vaccin beschermd zouden worden.

Het vaccin Gardasil® wordt sedert 1 november 2007 terugbetaald voor meisjes die op het ogenblik van de eerste toediening minstens 12 jaar, maar nog geen 16 jaar zijn. Een gewone verzekerde betaalt dan nog slechts ? 10,60 per vaccin, mensen met een verhoogde terugbetaling ? 7,10. Het vaccin Cervarix® wordt nog niet terugbetaald.

Wie niet voor terugbetaling in aanmerking komt betaalt voor beide vaccins nog ? 130,22 euro per dosis of ? 390,66 voor het volledige schema met drie dosissen. Tot nu toe betalen de meeste mutualiteiten een gedeelte van de vaccinprijs terug binnen hun aanvullende ziekteverzekering.

Terug naar begin

Inhoud:De voorbije maanden werd er in de media heel wat geschreven en gepraat over baarmoederhalskanker. Door de ontwikkeling van twee nieuwe vaccins tegen humane papillomavirussen (HPV) kan het risico dat een vrouw baarmoederhalskanker krijgt namelijk fors worden teruggedrongen. Door al deze nieuwe berichten over de vaccins, zou men haast vergeten dat een regelmatig uitstrijkje - hét opsporingsonderzoek voor baarmoederhalskanker - noodzakelijk blijft. Zelfs bij vrouwen die gevaccineerd zijn!Elke vrouw tussen 25 en 65 jaar zou dit onderzoek om de 3 jaar moeten laten uitvoeren. Een uitstrijkje is een pijnloos onderzoek dat kan worden uitgevoerd door een huisarts of een gynaecoloog. Als het uitstrijkje normaal is, volstaat een volgend onderzoek 3 jaar latert. Bij een abnormaal uitstrijkje daarentegen moet sneller een nieuw controle-uitstrijkje gebeuren of moeten andere onderzoeken worden uitgevoerd. Uit cijfers van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) voor 2006 blijkt echter dat er nog heel wat werk aan de winkel is om de vrouwen te overtuigen van de waarde en de noodzaak van dit opsporingsonderzoek. Meer dan 40% van de vrouwen tussen 25 en 65 jaar laat niet elke drie jaar een uitstrijkje afnemen. Bij de meeste wordt zelfs nooit een uitstrijkje uitgevoerd. Omgekeerd worden te veel uitstrijkjes afgenomen bij vrouwen die wel aan opsporing laten doen.Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich in het onderste, smalle gedeelte van de baarmoeder, dat uitmondt in de vagina. Deze baarmoederhals heeft een belangrijke barrièrefunctie. Ze belet dat ziektekiemen doordringen tot in de baarmoeder.Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een virus, met name het humaan papillomavirus (HPV). Van dit virus bestaan er meer dan 100 types. Een deel daarvan veroorzaakt helemaal geen symptomen. Sommige types veroorzaken letsels zoals gewone wratten op handen en voeten, andere zijn dan weer gemakkelijk overdraagbaar via seksueel contact en kunnen wratten rond de geslachtsorganen en de aars doen ontstaan. Genitale wratten wordt voornamelijk veroorzaakt door de zogenaamde types 6 en 11.De types 16 en 18 veroorzaken letsels ter hoogte van de baarmoederhals die op langere termijn kunnen evolueren tot baarmoederhalskanker.Dat proces gaat echter heel langzaam. Tussen de eerste afwijkende cellen ter hoogte van de baarmoederhals en het ontstaan van baarmoederhalskanker verloopt gemiddeld 10 tot 15 jaar. Precies daarom is vroegtijdige opsporing (een uitstrijkje om de 3 jaar) zo belangrijk. De eigenlijke kanker wordt voorafgegaan door een voorstadium met zogenaamde precancereuze letsels die ingedeeld worden in 3 klassen.Terug naar beginWaarom leidt een HPV-infectie bij de ene vrouw wel en bij de andere niet tot baarmoederhalskanker? Dat wordt bepaald door de mate waarin de HPV-infectie aanhoudt. Ongeveer 70 tot 80 % van alle seksueel actieve mensen, zowel vrouwen als mannen komen ooit in hun leven in contact door één van de risicotypes van hetHPV. De besmettingsgraad is het hoogst kort na de aanvang van het seksuele leven. Mannen en vrouwen met vaak wisselende partners lopen meer kans op besmetting. Of deze besmetting ook daadwerkelijk tot kanker zal leiden, hangt af van de mate waarin het afweersysteem in staat is de virussen te overwinnen.Blijft het virus aanwezig in het slijmvlies dan ontstaan na verloop van (lange) tijd abnormale cellen, precancereuze letsels en uiteindelijk kanker. Baarmoederhalskanker wordt vooral vastgesteld bij vruwen tussen 30 en 50 jaar. Een tweede piek wordt waargenomen bij vrouwentussen 65 en 85 jaar.Vrouwen die besmet zijn door het humaan papillomavirus en die roken hebben haast twee maal meer kans op het ontwikkelen van baarmoederhalskanker dan niet-rokende HPV-draagsters.Terug naar beginRecent zijn twee vaccins tegen baarmoederhalskanker op de markt gekomen in België.Begin 2007 kwam een vierwaardig vaccin (Gardasil®) op de markt. Begin oktober 2007 is er een tweewaardig vaccin (Cervarix®) bijgekomen. Beide zijn gericht tegen de types 16 en 18 van het HPV, die als de frequentste oorzaak van baarmoederhalskanker worden beschouwd. Het vaccin Gardasil® is ook gericht tegen de types 6 en 11 die genitale wratten kunnen veroorzaken.De Hoge Gezondheidsraad heeft zopas een nieuwe aanbeveling geformuleerd over vaccinatie tegen HPV. In dit advies wordt aangeraden HPV-vaccinatie systematisch toe te voegen aan het basisvaccinatieschema voor jonge meisjes (een leeftijdsgroep tussen 10 en 13 jaar). De vaccinatie van tienermeisjes en jonge vrouwen van 14 tot 26 jaar dient door de behandelende arts op individuele basis te worden beoordeeld.De Hoge Gezondheidsraad dringt er in haar advies ook nog op aan dat baarmoedershalsscreening door eenuitstrijke zowel bij niet-gevaccineerde als bij gevaccineerde vrouwen noodzakelijk blijft. Het vaccin biedt immers geen 100 % bescherming. Voor beide vaccins zou de beschermingsgraad tegen baarmoederhalskanker ongeveer 70 %. Deze 70 % komt overeen met het aandeel van de baarmoederhalskankers die door de types 16 en 18 veroorzaakt worden. 30 % van de baarmoederhalskankers wordt door andere HPV-types uitgelokt.Op basis van het wetenschappelijk onderzoek dat op dit ogenblik beschikbaar is, zijn de vaccins goedgekeurd voor gebruik bij meisjes en jonge vrouwn van 9 à 10 tot 25 à 26 jaar. Onderzoek bij oudere vrouwen en vrouwen die reeds besmet zijn met het humaan papillomavirus wordt momenteel uitgevoerd. De eerste resultaten wijzen erop dat ook zij door het vaccin beschermd zouden worden.Het vaccin Gardasil® wordt sedert 1 november 2007 terugbetaald voor meisjes die op het ogenblik van de eerste toediening minstens 12 jaar, maar nog geen 16 jaar zijn. Een gewone verzekerde betaalt dan nog slechts ? 10,60 per vaccin, mensen met een verhoogde terugbetaling ? 7,10. Het vaccin Cervarix® wordt nog niet terugbetaald. Wie niet voor terugbetaling in aanmerking komt betaalt voor beide vaccins nog ? 130,22 euro per dosis of ? 390,66 voor het volledige schema met drie dosissen. Tot nu toe betalen de meeste mutualiteiten een gedeelte van de vaccinprijs terug binnen hun aanvullende ziekteverzekering.Terug naar begin