1. Wat moet ik doen om bloeddonor te worden?

Nele de Vos, verantwoordelijke donorwerving van het Rode Kruis: U kunt gewoon langskomen (met uw identiteitskaart!) op één van de bloedinzamelingen of in een donorcentrum in Vlaanderen. U vindt de gegevens op www.bloedgevendoetleven.be. Of u registreert zich via deze website en dan nemen wij contact met u op.

2. Moet ik vooraf mijn huisarts raadplegen?

NdV: Neen, dat is niet nodig. Bij elke donatie moet u een medische vragenlijst invullen en hebt u een gesprek met onze afnamearts. Deze arts beslist of u bloed mag geven of niet. De veiligheid van de donor én van de patiënt staan daarbij centraal.

3. Hoe verloopt een bloeddonatie en hoe lang duurt ze?

NdV: Voor een bloeddonatie trekt u best een klein uurtje uit. U wordt eerst ingeschreven. Dan krijgt u een medische vragenlijst voorgelegd die u moet invullen. De afnamearts zal uw antwoorden op de vragen doornemen en ze daarna met u bespreken. Als de afnamearts u de toelating geeft om bloed te doneren, mag u naar het afnamebed. Uw arm wordt ontsmet en u voelt een prikje. Er worden vijf staaltjes afgenomen en binnen de twaalf minuten wordt de afnamezak gevuld.

Na de donatie krijgt u een verbandje om en bieden we u een drankje en een koekje aan. Houd er rekening mee dat u tot zo'n vier uur na de bloedafname wat duizelig kunt zijn en dat u tot twaalf uur erna beter geen gevaarlijke beroepen of sporten beoefent.

4. Hoe vaak mag ik bloed geven en hoeveel?

NdV: U mag vier keer per jaar bloed geven maar tussen twee donaties moeten minstens twee maanden verstrijken. Eén donatie levert maximaal 470 ml bloed op. Het is de arts die het afnamevolume bepaalt op basis van uw lengte, gewicht en geslacht.

5. Wordt mijn hoge bloeddruk lager als ik bloed geef?

NdV: Vlak na de bloedafname zal uw bloeddruk weliswaar wat lager zijn, maar dat effect verdwijnt alweer heel snel. Bloed geven is dus geen efficiënte behandeling voor hoge bloeddruk. Wanneer uw bloeddruk, met name de onderdruk of diastolische druk, 100 mm Hg overschrijdt, komt u tijdelijk niet in aanmerking om bloed te doneren.

6. Wordt mijn bloed getest en word ik bij problemen verwittigd?

NdV: Bij elke donatie worden vijf staaltjes afgenomen om uw bloed te testen op overdraagbare aandoeningen (hiv/aids, hepatitis B en C, syfilis), om uw bloedgroep te bepalen en om de waarden die van belang zijn voor een bloedtransfusie te bepalen. Mocht uit deze tests blijken dat er een probleem is, dan wordt u gecontacteerd.

7. Wanneer mag ik geen bloed geven?

NdV: Mensen die minder dan 50 kg wegen, die net een operatie achter de rug hebben, chronisch ziek zijn of bepaalde medicatie nemen, mogen geen bloed geven omdat hun veiligheid in het gedrang komt. Ook als de veiligheid van het bloed niet zeker is, zal geen bloed worden afgenomen. Dat geldt bijvoorbeeld als uit de medische vragenlijst blijkt dat u bepaalde vaccinaties of medicatie hebt gekregen. Ook als u in een gebied met malaria bent geweest, mag u tot zes maanden erna geen bloed geven. Op een apart ? anoniem ? formulier moet u aangeven of u een verhoogd risico hebt op het doorgeven van besmettelijke aandoeningen als hiv of hepatitis. Dan wordt uw donatie (het nummer stemt overeen met dat op het anonieme formulier) vernietigd. Ook als u tussen 1980 en 1996 zes maanden of langer in Groot-Brittannië verbleef, wordt u uitgesloten als donor. Dit om de kans op overdracht van de menselijke variant van de gekkekoeienziekte te vermijden.

8. Tot welke leeftijd mag ik bloed geven?

NdV: Geeft u voor het eerst bloed, dan moet u jonger zijn dan 66 jaar. Bent u ouder dan 66 jaar maar hebt u al bloed gegeven in het verleden, dan mag u dat blijven doen tot de dag voor uw 71ste verjaardag. Op voorwaarde evenwel dat er sinds uw laatste donatie niet meer dan drie jaar zijn verstreken. Dan hebben we bloedwaarden waar we op terug kunnen vallen bij de beslissing of een donor bloed mag geven of niet. Onder de 18 mag men niet doneren omdat men nog niet volgroeid is en ouder dan 70 jaar evenmin omdat een bloeddonatie dan te belastend wordt. Vroeger lag de leeftijdsgrens op 65 jaar maar die werd intussen dus opgetrokken.

9. Krijg ik als bloedgever voorrang als ik zelf bloed nodig heb en kan ik bloed afstaan voor mezelf?

NdV: Bloed is beschikbaar voor iedereen en wordt toegediend op medisch voorschrift. Uw eigen bloed kan dus niet voor u worden gereserveerd. Bloed geven voor uzelf is enkel mogelijk in heel specifieke gevallen. Transfusie van eigen bloed kan bijvoorbeeld de eenvoudigste oplossing zijn voor personen met zeldzame bloedtypes of ingewikkelde antistoffen. Als die een vooraf geplande heelkundige ingreep moeten ondergaan, waarbij doorgaans bloed moet worden toegediend, kan er geopteerd worden voor zo?n geprogrammeerde autologe bloedtransfusie.

10. Moet ik nadat ik bloed heb gegeven extra voedingsstoffen innemen of mijden?

NdV: Alcohol laat u beter achterwege, zowel voor als na de bloedgift. Verder is een lichte maaltijd twee uur voor de donatie ideaal. Naast het drinken van een glas water voor de afname. Zo is uw vochtbalans ideaal om in goede conditie bloed, plasma of bloedplaatjes te geven. We raden u aan om na uw bloedafname frisdrank te drinken. Nadien kunt u eten zoals u dat gewend bent.

Nele de Vos, verantwoordelijke donorwerving van het Rode Kruis: U kunt gewoon langskomen (met uw identiteitskaart!) op één van de bloedinzamelingen of in een donorcentrum in Vlaanderen. U vindt de gegevens op www.bloedgevendoetleven.be. Of u registreert zich via deze website en dan nemen wij contact met u op.NdV: Neen, dat is niet nodig. Bij elke donatie moet u een medische vragenlijst invullen en hebt u een gesprek met onze afnamearts. Deze arts beslist of u bloed mag geven of niet. De veiligheid van de donor én van de patiënt staan daarbij centraal.NdV: Voor een bloeddonatie trekt u best een klein uurtje uit. U wordt eerst ingeschreven. Dan krijgt u een medische vragenlijst voorgelegd die u moet invullen. De afnamearts zal uw antwoorden op de vragen doornemen en ze daarna met u bespreken. Als de afnamearts u de toelating geeft om bloed te doneren, mag u naar het afnamebed. Uw arm wordt ontsmet en u voelt een prikje. Er worden vijf staaltjes afgenomen en binnen de twaalf minuten wordt de afnamezak gevuld.Na de donatie krijgt u een verbandje om en bieden we u een drankje en een koekje aan. Houd er rekening mee dat u tot zo'n vier uur na de bloedafname wat duizelig kunt zijn en dat u tot twaalf uur erna beter geen gevaarlijke beroepen of sporten beoefent.NdV: U mag vier keer per jaar bloed geven maar tussen twee donaties moeten minstens twee maanden verstrijken. Eén donatie levert maximaal 470 ml bloed op. Het is de arts die het afnamevolume bepaalt op basis van uw lengte, gewicht en geslacht.NdV: Vlak na de bloedafname zal uw bloeddruk weliswaar wat lager zijn, maar dat effect verdwijnt alweer heel snel. Bloed geven is dus geen efficiënte behandeling voor hoge bloeddruk. Wanneer uw bloeddruk, met name de onderdruk of diastolische druk, 100 mm Hg overschrijdt, komt u tijdelijk niet in aanmerking om bloed te doneren.NdV: Bij elke donatie worden vijf staaltjes afgenomen om uw bloed te testen op overdraagbare aandoeningen (hiv/aids, hepatitis B en C, syfilis), om uw bloedgroep te bepalen en om de waarden die van belang zijn voor een bloedtransfusie te bepalen. Mocht uit deze tests blijken dat er een probleem is, dan wordt u gecontacteerd.NdV: Mensen die minder dan 50 kg wegen, die net een operatie achter de rug hebben, chronisch ziek zijn of bepaalde medicatie nemen, mogen geen bloed geven omdat hun veiligheid in het gedrang komt. Ook als de veiligheid van het bloed niet zeker is, zal geen bloed worden afgenomen. Dat geldt bijvoorbeeld als uit de medische vragenlijst blijkt dat u bepaalde vaccinaties of medicatie hebt gekregen. Ook als u in een gebied met malaria bent geweest, mag u tot zes maanden erna geen bloed geven. Op een apart ? anoniem ? formulier moet u aangeven of u een verhoogd risico hebt op het doorgeven van besmettelijke aandoeningen als hiv of hepatitis. Dan wordt uw donatie (het nummer stemt overeen met dat op het anonieme formulier) vernietigd. Ook als u tussen 1980 en 1996 zes maanden of langer in Groot-Brittannië verbleef, wordt u uitgesloten als donor. Dit om de kans op overdracht van de menselijke variant van de gekkekoeienziekte te vermijden.NdV: Geeft u voor het eerst bloed, dan moet u jonger zijn dan 66 jaar. Bent u ouder dan 66 jaar maar hebt u al bloed gegeven in het verleden, dan mag u dat blijven doen tot de dag voor uw 71ste verjaardag. Op voorwaarde evenwel dat er sinds uw laatste donatie niet meer dan drie jaar zijn verstreken. Dan hebben we bloedwaarden waar we op terug kunnen vallen bij de beslissing of een donor bloed mag geven of niet. Onder de 18 mag men niet doneren omdat men nog niet volgroeid is en ouder dan 70 jaar evenmin omdat een bloeddonatie dan te belastend wordt. Vroeger lag de leeftijdsgrens op 65 jaar maar die werd intussen dus opgetrokken.NdV: Bloed is beschikbaar voor iedereen en wordt toegediend op medisch voorschrift. Uw eigen bloed kan dus niet voor u worden gereserveerd. Bloed geven voor uzelf is enkel mogelijk in heel specifieke gevallen. Transfusie van eigen bloed kan bijvoorbeeld de eenvoudigste oplossing zijn voor personen met zeldzame bloedtypes of ingewikkelde antistoffen. Als die een vooraf geplande heelkundige ingreep moeten ondergaan, waarbij doorgaans bloed moet worden toegediend, kan er geopteerd worden voor zo?n geprogrammeerde autologe bloedtransfusie.NdV: Alcohol laat u beter achterwege, zowel voor als na de bloedgift. Verder is een lichte maaltijd twee uur voor de donatie ideaal. Naast het drinken van een glas water voor de afname. Zo is uw vochtbalans ideaal om in goede conditie bloed, plasma of bloedplaatjes te geven. We raden u aan om na uw bloedafname frisdrank te drinken. Nadien kunt u eten zoals u dat gewend bent.