Werelderfgoed in eigen land

02/02/15 om 00:00 - Bijgewerkt op 27/07/16 om 10:01

Wist u dat ons kleine landje sinds kort twaalf maal voorkomt op de Unescolijst van Werelderfgoed? Ontdek welke pareltjes ons land te bieden heeft.

Werelderfgoed in eigen land

© Agentschap onroerend erfgoed


Een UNESCO-Werelderfgoed is een gebied of een object dat is opgenomen op de internationale Werelderfgoedlijst van de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization. Het doel is om gebieden of objecten die van groot cultureel of natuurlijk belang voor het menselijk erfgoed zijn te inventariseren en te beschermen. De bescherming is behoudens uitzonderingen in handen van het land waarin het werelderfgoed zich bevindt. Uitzonderingen zijn situaties waarin het werelderfgoed ernstig wordt bedreigd in haar voortbestaan. Het gaat om culturele en natuurlijke werelderfgoederen.

België ratificeerde de Overeenkomst voor het werelderfgoed in 1996. België heeft inmiddels 12 monumenten op de Werelderfgoedlijst:

1. Huis Guiette van Le Corbusier in Antwerpen

Een nieuwkomer vermits het Unesco Werelderfgoedcomité op 17 juli van dit jaar besliste om 17 werken van de architect Le Corbusier te erkennen als Werelderfgoed. Eén van die 17 ligt in ons land, meer bepaald in Antwerpen: de woning Guiette, meteen ook het enige bouwwerk van Le Corbusier dat in ons land bewaard bleef.

Werelderfgoed in eigen land

© Agentschap onroerend erfgoed

Het huis is gebouwd als atelier en woning voor de Antwerpse kunstschilder René Guiette. Guiette zelf noemde zijn woning steeds Les Peupliers. Het werd ontworpen door Le Corbusier in 1926 en gebouwd in 1926-1927 onder toezicht van architect Paul Smekens. Na jaren leegstand werd het in 1987 gerestaureerd naar ontwerp van Georges Baines.

2. De Grote Markt van Brussel

Het prachtige stadshuis, het broodhuis en enkele gildehuizen grenzen aan de Brusselse Grote Markt, dat één van de belangrijkste toeristische trekpleisters van de Belgische hoofdstad is. Het plein behoort zonder meer tot de mooiste pleinen van Europa, en staat daarom ook geheel terecht sinds 1998 op UNESCO's Werelderfgoedlijst.

Werelderfgoed in eigen land

3. Vlaamse begijnhoven

Ook in 1998 werden een aantal representatieve voorbeelden zijn van de verschillende types begijnhoven opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst: 5 van het stedelijk type (a), 4 van het pleintype (b) en 4 van het gemengde type (c).

  • Provincie Antwerpen: Hoogstraten (b), Lier (a), Mechelen Groot Begijnhof (a), Turnhout (b).
  • Provincie Limburg: Sint-Truiden (b), Tongeren (a).
  • Provincie Oost-Vlaanderen: Dendermonde (b), Gent Klein Begijnhof (c), Sint-Amandsberg (a).
  • Provincie Vlaams-Brabant: Leuven Groot Begijnhof (c), Diest (a).
  • Provincie West-Vlaanderen: Brugge (c), Kortrijk (c).

Begijnen waren vrouwen die hun leven aan God wijdden, zonder zich uit het wereldse leven terug te trekken. In de 13de eeuw stichtten zij daartoe eigen woongebieden, genoemd begijnhoven. Deze vormden ommuurde gemeenschappen die aan hun spirituele en materiële behoeften tegemoet kwamen.

Werelderfgoed in eigen land

De Vlaamse begijnhoven zijn architectonische ensembles bestaande uit een centraal gelegen kerkgebouw met al of niet een infirmerie, conventen en aparte huisjes met voorhofje gesitueerd rond een plein of uitgevend op een regelmatig gevormd stratenpatroon. De bouwstijl weerspiegelt de stijl van de tijd maar was toch regionaal gekleurd door de aanwending van plaatselijk voorkomende bouwmaterialen. Omdat de begijnen vaak hun inkomsten verdienden door de was te doen voor anderen, was de bleekweide een onmisbaar deel van het begijnhof.

De goed bewaarde en ondertussen gerestaureerde begijnhofsites houden de herinnering levend aan de traditie van de begijnen, zoals die zich in Noordwest-Europa in de middeleeuwen ontwikkelde. Door de contrareformatie en de daarmee gaande verdieping van het religieuze leven werden vele Vlaamse steden in de 17e eeuw voorzien van een nieuw begijnhof. In de 20e eeuw kregen de meeste begijnhoven na restauratie een andere bestemming zoals museum voor religieuze kunst (Sint-Truiden) of cultureel centrum (Hasselt). Sommige begijnhoven vormde men om tot studentenbehuizing (Leuven) of veranderden in bejaardenhuisvesting (Diest).

4. De scheepsliften van La Louvière

Nabij La Louvière op het historische Centrumkanaal (de waterweg tussen Maas en Schelde) zijn nog steeds vier hydraulische scheepsliften te vinden. Ze werden gebouwd tussen 1888 en 1917, en overbruggen samen een verval van zo'n 68 meter. Eén lift overbrugt 15,4 meter en de andere drie elk 16,93 meter.

Werelderfgoed in eigen land

De scheepsliften zijn dubbel uitgevoerd en zijn hydraulisch met elkaar verbonden, waarbij het gewicht van de ene bak het gewicht van de andere compenseert. Inmiddels zijn de 4 liften sinds 1998 toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Sinds 2002, worden deze kunstwerken enkel nog voor de pleziervaart gebruikt. Het goederenvervoer wordt namelijk sindsdien omgeleid via de grote scheepslift bij Strépy-Thieu die het verval in een keer overbrugt. Scheepslift nr. 1 te Houdeng-Goegnies werd begin 2002 zwaar beschadigd toen een opgehaalde sluisdeur voortijdig neerviel op een binnenschip dat de liftbak verliet. De lift werd, na een herstelling die lang op zich liet wachten, pas in mei 2011 opnieuw geopend voor de scheepvaart.

5. De belforten

In 1999 werden de Belforten van Vlaanderen en Wallonië aan de Werelderfgoedlijst toegevoegd. Belforten zijn middeleeuwse wachttorens met een stormklok, en werden vooral in de Zuidelijke Nederlanden (van Vlaanderen tot Noord Frankrijk) gebouwd, tussen de 11e en 17e eeuw. Vanwege de belangrijke posities van veel van deze belforten, besloot UNESCO in 1999 om 32 belforten aan de lijst met Werelderfgoederen toe te voegen. In 2005 volgde er nog een reeks van 24. Staan nu op de lijst: het Belfort en het wethoudershuis in Aalst, Onze-Lieve-Vrouw-Kathedraal in Antwerpen, Stadhuis van Antwerpen, Belfort en de hallen in Brugge, Stadhuis met belfort in Dendermonde, Stadhuis met belfort in Diksmuide, Stadhuis met belfort in Eeklo, Belfort, lakenhalle en Mammelokker (oude gevangenis) in Gent, Voormalig stadhuis/lakenhalle in Herentals, Belfort met lakenhalle in Ieper, Belfort of halletoren in Kortrijk, Sint-Pieterskerk/Belfort in Leuven, Stadhuis en Belfort in Lier, Voormalig stadhuis met belfort in Lo-Reninge, Oude hal met belfort in Mechelen, Sint-Romboutstoren in Mechelen, Belfort en stadhuis in Menen, Hal met belfort in Nieuwpoort, Stadhuis met Belfort in Oudenaarde, Stadhuis en Belfort in Roeselare, Gemeentehuis met toren in Sint-Truiden, Halletoren of belfort in Tielt, Sint-Germaankerk met stadstoren in Tienen, Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw met stadstoren in Tongeren, Landelijk huis met belfort in Veurne, Sint-Leonardskerk in Zoutleeuw, Stadhuis en belfort in Binche, Stadhuis en belfort in Charleroi, Belfort in Bergen, Belfort in Namen, Belfort in Thuin, Belfort in Doornik.

Werelderfgoed in eigen land

6. Het historische stadscentrum van Brugge

Het eivormige, middeleeuwse centrum van de historische stad Brugge werd in 2000 opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De Sint-Salvatorskathedraal en het stijlvol vormgegeven stadhuis zijn slechts enkele voorbeelden van de mooie middeleeuwse architectuur. Gezelligheid, romantiek, cultuur en historie, het 430 hectare grote Brugse centrum heeft het allemaal!

Werelderfgoed in eigen land

7. Enkele Brusselse Horta-huizen

In 200 werden 4 huizen die ontworpen werden door Victor Horta op de Werelderfgoedlijst geplaatst: Hotel Tassel, Hotel Solvay, Hotel van Eetvelde en de woning en het atelier van Horta (nu het Hortamuseum).

Werelderfgoed in eigen land

De twee gebouwen die nu het Hortamuseum vormen, werden gebouwd tussen 1898 en 1901 en bevatten drie trappenhuizen: één voor de bewoners, één voor het architectenbureau dat hier was ondergebracht en een derde voor de bedienden.

Maar het is vooral de plattegrond en het vernieuwend ruimteconcept van het huis dat baanbrekend was: de kamers geven uit op het met een glazen lichtkoepel bekroonde trappenhuis, waardoor de lichtinval sterk wordt bevorderd.

8. De neolithische vuursteenmijnen in Spiennes

Spiennes is een dorp in de Belgische provincie Henegouwen en een deelgemeente van de stad Bergen (Mons). Het ligt op ongeveer 6 km ten zuidoosten van Bergen, in de Henegouwse Leemstreek, op de oostelijke rand van de Borinage, aan de Trouille.

Werelderfgoed in eigen land

De Neolithische vuursteenmijnen in Spiennes behoren tot de grootste en oudste vuursteenmijnen van Europa en staan sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Al in 4.000 voor Christus werden stenen uit de 15 meter diepe mijnen gedolven en bewerkt, maar de mijnen werden slechts zo'n 100 jaar geleden bij toeval ontdekt.

9. De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Doornik

Deze 134 meter hoge kathedraal is uniek, doordat het als enige kerk in Europa vijf exact even hoge torens telt. Architectonisch gezien is het één van de belangrijkste gebouwen van België, een baanbrekende romaanse voorloper met tal van elementen die in de gotiek hoogtij zouden vieren. Nadien is men er nergens in geslaagd om het harmonieuze beeld met de vijf even hoge torens te evenaren. Sinds 2000 prijkt de kathedraal op de UNESCO-lijst.

Werelderfgoed in eigen land

10. Het Plantin-Moretus complex in Antwerpen

Het Plantin-Moretusmuseum is een historisch museum over de drukkersfamilie Plantin-Moretus. Het pand met de drukkerij is gelegen aan de Vrijdagmarkt in Antwerpen. In de zestiende eeuw bevond zich hier de boekdrukkerij Plantijn, die door Christoffel Plantijn werd gesticht. Na zijn dood werd de drukkerij overgenomen door zijn schoonzoon Jan I Moretus. De drukkerij werd de ontmoetingsplaats voor tal van geleerden en humanisten, zoals Justus Lipsius en Simon Stevin.

Werelderfgoed in eigen land

In 1876 verkocht Edward Moretus de drukkerij met volledige inboedel aan de stad Antwerpen en de Belgische staat. Een jaar later, in 1877, kon het publiek het woonhuis en de drukkerij bezoeken.
Nadat het museum in 1944 zwaar beschadigd was door een Duitse V2 raket, werd het in 1951 heropend.

In 2002 werd dit museum genomineerd als UNESCO werelderfgoed en in 2005 effectief, als eerste museum ooit, op de lijst van werelderfgoed geplaatst, wegens de uitzonderlijk goed bewaarde historische drukkerij uit de zestiende eeuw.

Het volledige huis is uitgerust met Vlaams meubilair en kunstvoorwerpen en veel houtsnijwerk bekleed met goudleer. De collectie heeft ook een paar interessante doeken van Rubens, die een huisvriend was. In het museum is een schat aan historische boeken en drukken bewaard gebleven. De collectie omvat ruim 30.000 boeken (incunabelen en postincunabelen).

In de oude drukkerij staan er een aantal authentieke houten drukpersen, waaronder enkele zeer oude Blau-drukpersen. Er is een oude gieterij voor loden drukletters, compleet met een unieke collectie handgietvormen.

11. Het Stocletpaleis in Brussel

In de Brusselse gemeente Sint-Pieters-Woluwe is het bekendste werk van de Oostenrijkse architect Josef Hoffmann te vinden, het Stocletpaleis. Voor de bouw van de magistrale villa werden kosten noch moeite gespaard, de bankiersfamilie Stoclet had immers geld genoeg, en wilde een luxueus nieuw onderkomen. Sinds 2002 is de villa niet meer bewoond, maar deze is echter ook niet publiek toegankelijk.

Werelderfgoed in eigen land

Het gebouw kwam tussen 1905 en 1911 tot stand. Naast Hoffmann leverden verschillende leden van de Wiener Werkstätte belangrijke bijdragen. De belangrijkste doelstelling van de Wiener Werkstätte was de integratie van kunst en kunstnijverheid. Met het Stocletpaleis werd een Gesamtkunstwerk gecreëerd van architectuur, interieurontwerp, decoratie en tuinaanleg. Hoffmann en de zijnen waren niet aan financiële grenzen gebonden en konden de meest exclusieve materialen (marmer, verguld metaal, leer) toepassen. Bankierszoon Stoclet, die Hoffmann in 1902 in Wenen had leren kennen, betrok de villa met zijn echtgenote.

Een opvallend element aan de met marmer beklede buitenzijde is de beeldengroep op de toren, een creatie van Franz Metzner. De schilder Gustav Klimt vervaardigde de mozaïeken in de eetzaal en Fernand Khnopff bedacht er decoratief werk. Het gebouw is nog steeds bemeubeld met het oorspronkelijk ontworpen meubilair.

12. Waalse Steenkolenbekkens of Zuiderbekkens

In 2012 erkende Unesco vier Belgische mijnsites als cultureel werelderfgoed. Zij worden beschouwd als de best bewaarde 19de- en 20ste-eeuwse steenkoolmijnsites van het land.

De vier sites die deel uitmaken van het werelderfgoed zijn:

  • Le Grand-Hornu (nabij Bergen): een steenkoolmijn en een mijndorp ontworpen door de architect Bruno Renard in de eerste helft van de 19e eeuw
  • Le Bois du Cazier (nabij Charleroi): de grote mijnen, gekend van de mijnramp van Marcinelle, de grootste Belgische mijnramp
  • Bois-du-Luc (nabij La Louvière): een site waar niet enkel de mijn, maar ook het aangrenzende mijndorp, gebouwd tussen 1838 en 1909, intact bewaard is gebleven en is gerestaureerd. Bois-du-Luc omvat ook een van de oudste Europese mijnen van het einde van de 17e eeuw.
  • Hazard, met de steenkoolmijn van Blegny (nabij Wezet en Luik)

Werelderfgoed in eigen land

Onze partners