Otto Dix en George Grosz: kunst uit de Duitse loopgraven

15/10/13 om 13:57 - Bijgewerkt om 13:57

We krijgen maar heel zelden de kans om de eerste wereldoorlog te bekijken vanuit de andere kant van het noman's land. In Namen lopen twee tentoonstellingen van Duitse kunstenaars die in de loopgraven vochten.

Ze zijn wellicht de grootste afwezigen in de komende herdenkingen van de eerste wereldoorlog en toch hebben de Duitsers ook de hel van de loopgraven meegemaakt. Natuurlijk telde het Duitse leger fanatieke oorlogszuchtigen, maar ook tegenstanders van de oorlog en getuigen die ziek werden van al het zinloze geweld. Dat bewijzen twee tentoonstellingen in Namen. De ene is gewijd aan Otto Dix (1891-1964), de andere aan George Grosz (1893-1959).

Dix: de naakte waarheid

Otto Dix meldde zich in 1914 aan als vrijwilliger en zal meer dan drie jaar in de loopgraven doormaken. Uit deze traumatische ervaring worden in 1924 vijftig etsen geboren die hij samenbracht in een album met de simpele titel Der Krieg. Ze zijn thans alle te zien in het Maison de la Culture in Namen. De zwarte tekeningen, nu eens ruw en dan weer met chirurgische precisie geschetst, stralen de horror van de loopgraven, van het noman's land en van de burgerslachtoffers uit.

Hier zien we een mensenlichaam in een groteske houding, verscheurd door granaatscherven en bedekt door ongedierte. Elders een spookverschijning die ten aanval trekt en volledig ontmenselijkt wordt door de gasmaskers. Wat verder probeert een vrouw met een koortsachtige blik en een hysterische lach de borst te geven aan haar kind dat gedood is door een obus. Een bewegingloos lijk ligt te rotten in de zon na de chaos van een artillerieaanval. De door obussen verwrongen mensen lijken de Guernica van Picasso te hebben geïnspireerd. Wanneer de kunstenaar het front verlaat, komt hij terecht in de bordelen van het hinterland met danseressen die optreden voor ladderzatte soldaten en matrozen.

Het zijn géén vrolijke plaatjes en Otto Dix velt geen oordeel en klaagt niets aan. Hij tekent op wat hij meemaakt. Hij getuigt zonder opsmuk van de slachtpartijen. Zijn etsen waren bedoeld om zijn eigen trauma's uit te drijven en af te geraken van zijn aanhoudende nachtmerries. De naakte waarheid wordt blootgelegd om egoïstische redenen en gaat de kijker hierdoor nog meer aanspreken.

Grosz: de ziener

Een héél andere stijl en gedachtegang wachten in het Musée Félicien Rops, waar het werk van George Grosz te zien is. De frontervaring van Grosz duurde weliswaar minder lang (hij werd in 1917 afgekeurd wegens een depressie nadat hij al meerdere keren van het front was weggestuurd), maar zijn kunst is wel zeer duidelijk bedoeld als aanklacht. Zijn tekeningen van het hinterland tonen de ellende van de verminkte soldaten en van de gewone burgers tegenover de welgedaanheid van de oorlogswoekeraars en van de generaals die er in hun strakke uniformen alleen maar belachelijk uitzien.

Grosz schuwt de karikaturen en het groteske beeld niet, maar is ook een ziener. Zijn ongerustheid over de sociale en politieke ontwikkelingen in Duitsland is tastbaar. Wanneer je de ontwikkeling van zijn tekeningen tussen de twee wereldoorlogen volgt, kan je alleen maar besluiten dat de kiemen van het nazisme al in de eerste wereldoorlog gezaaid waren.

Het zal niemand verwonderen dat Grosz en Dix wegens hun verzet tegen de oorlog en hun kritische geest al snel op de zwarte lijst van de nazi's terechtkwamen. Beiden werden beschouwd als "entartete" (gedegeneerde) kunstenaars en moesten zich vanaf de jaren '30 koest houden. Grosz moest na 1933 zelfs naar Amerika vluchten.

14-18 volgens Dirk Braeckman

In het Maison de la Culture worden beide tentoonstellingen aangevuld met anonieme foto's uit '14-'18 die "herbewerkt" werden door de bekende Gentse fotograaf Dirk Braeckman. In de hoofdhal komen daar nog eens foto's en prentkaarten van Namen in 1914 bij. Net als Leuven en Aarschot werd Namen hard getroffen door Duitse bombardementen.

Praktisch

Beide tentoonstellingen lopen nog tot 5 mei 2014.Combiticket: ?5, catalogus beschikbaar in het Nederlands en Frans.George Grosz in het Musée Félicien Rops, Rue Fumal 12, 5000 Namen, www.museerops.be. Open dinsdag-zondag 10-18 uur.Otto Dix in het Maison de la Culture, Avenue Gollenvaux 14, 5000 Namen, www.province.namur.be.Open alle dagen 12-18 uur. Nocturnes tot 20 uur op 7 november en op 5 en 6 december.

Onze partners