22 juni: iedereen aan de top!

22/06/13 om 17:28 - Bijgewerkt om 17:28

De negentien overblijvende deelnemers aan de Mont Ventouxuitdaging van Plus Magazine en Sporta hebben op 22 juni de mythische berg met de fiets overwonnen. Maar dat is niet zonder emoties gegaan.

Met negentien stonden we zaterdagmorgen 22 juni aan de start in Sault. Allemaal supergemotiveerd en in vorm, maar met een klein hartje. Inmiddels hadden we de ongenaakbaar lijkende "witte" top zien liggen en dan heb je maar één gedachte: moet ik daar met mijn fiets op?

Eén voordeel hadden we alvast: schitterend weer. De Provençaalse zon scheen volop en er was relatief weinig wind. Zelfs aan de top bleven de zo geduchte stormwinden uit. Een tweede voordeel voelden we al na enkele kilometers: de weg naar de Mont Ventoux vanuit Sault is zopas vernieuwd en bood ons kilometers lang een glad en maagdelijk nieuw asfalt.

Je hoort altijd zeggen dat de beklimming vanuit Sault het gemakkelijkst is, maar zodra het bos begint, krijg je hier toch nijdige stukken vóór de pedalen. Ik besloot mijn tempo te rijden en mijn hartslag onder de 140 te houden. Dat lukte ook, maar hierdoor moest ik de meeste deelnemers van onze groep laten rijden. Samen met Chris en Philippe vormde ik de achterhoede - en dat kon ons geen barst schelen. De laatste kilometers vóór Chalet Reynard had ik het goede ritme te pakken en kon ik bijna fluitend genieten van de natuur rondom mij.

Niet kijken naar de top...

Iedereen die ooit al de Mont Ventoux opreed, weet dat aan Chalet Reynard alles verandert. Het bos maakt plaats voor het bekende maanlaandschap en de vrij zachte stijgingspercentages worden ineens muren van ruim 7 en 8 % stijgingspercentage.

Van hier af was het dus stampen en afzien. De eerste twee van de resterende zes kilometer kon ik nog net niet op mijn kleinste verzet rijden, maar nadien moest ik naar het kleinste schakelen. Ik wilde absoluut niet te voet gaan, maar ik zag mijn hartslag voortdurend boven de 160 pieken. Daarom ben drie keer aan een bocht gestopt om te wachten tot mijn hart rustiger werd.

Dat hielp, maar ook de psychologische truc om vooral niet naar de top kijken, want die lijkt dan nog zo ongenadig ver af. Ik bleef steeds recht naar de weg en de wegmarkeringen onder mij kijken en deed alsof de rest van de wereld niet bestond. Ook voor het monument voor Simpson heb ik de blik niet opzij gewend. Achteraf heb ik van andere deelnemers gehoord dat ook zij deze truc hebben toegepast en geprobeerd hebben alle drukte om hen heen weg te denken.

Marine Windhey had nog een andere truc: op de momenten dat het echt heel moeilijk ging, is ze in zichzelf zingend beginnen te tellen. Eén, twee, drie.... enz. tot ze weer 500 meter verder was.

Emoties te over

Wanneer je de laatste kilometer vóór de top bereikt en in de verte de aanmoedigingen van de honderden mensen aan de top hoort, begint je lichaam alle adrenaline op te pompen die het nog in zich heeft. En dan volgen die beroemde laatste bocht, de eindmeet en vooral de emoties. Je zou iedereen van blijdschap willen omhelzen. Nele vloog Marina om de hals en beefde over haar heel lichaam.

Ook stoere mannen durven hier wel eens een traantje laten. In de laatste bocht kreeg Philippe de tranen in de ogen omdat hij over hetzelfde asfalt reed als al die beroemde wielrenners die hier ooit passeerden. Guy, wellicht de grootste romanticus van onze groep, liet zijn tranen aan de eindmeet zonder schaamte lopen. Hij had aan de buis van zijn fiets een foto van zijn vrouw en zijn oudste kleinkind bevestigd.

De tijden

Ik weet het: de tijd die onze groep over de beklimming hebben gezet, heeft eigenlijk weinig belang. Maar voor de volledigheid vermeld ik ze toch (het gaat om officieuze tijden, inclusief de pauzes onderweg).

De beste tijd werd gefietst door Luc Vandevenne: 1h50. Luc verdient trouwens een bijzonder vermelding. Na zijn afdaling naar Sault heeft hij een handbike genomen en is opnieuw de Mont Ventoux opgefietst. De tweede rit deed hij, via sponsors, ten voordele van Kom op tegen kanker.Brigitte Durant: 1h52Christian Degrave: 1h55.

René Arijs: 1h58.Rudi Carton: 2h15.Marina Ysewyn: 2h15.Daniel Poelman: 2h15.Alex Lauwens: 2h18Guy Grolaux: 2h24.Nele Bomon: 2h25.Marc Ronveaux: 2h30.Koen Wille: 2h35.Jean-Paul Van den Steen: 2h43.Paul Corthouts: 2h50.Marina Windhey: 2h55.Francis Dhossche: 2h55.Chris Goidts: 2h58.Dominique Felix: 3h00.Philippe Vandenbergh: 3h25.Zelf haalde ik de top na 3h10.We hebben grenzen verlegd

"Als ik eraan denk dat ik dit jaar als voorbereiding 2930 km heb gefietst, dan heb ik zeker mijn grenzen verlegd", zegt een enthousiaste Marina Ysewyn. Idem voor Rudi: "In januari was het de eerste keer sinds 39 jaar dat ik op een fiets kroop." Marina Windhey is ook van nul begonnen, want tot eind vorig jaar reed ze op een elektrische fiets.

Zoveel is zeker: met deze uitdaging is bewezen dat 50-plussers bereid zijn zich in te zetten voor een gezonder en sportiever leven. En dat ze hiervoor hun grenzen willen verleggen. "Dit gaan ze me nooit meer afnemen", zegt Alex.

Verder had iedereen alleen maar lof voor de vlekkeloze en professionele organisatie die Sporta hier en in de voorbereidende ritten getoond heeft. Respect!

Wellicht zal ons Ventouxgroepje een vriendengroepje blijven. Sommigen dromen al van nieuwe uitdagingen. De Galibier misschien? Of waarom niet de Stelvio.

Nvdr. Sorry, de foto's staan niet allemaal in een logische volgorde. Ik zoek nog uit hoe ik dit kan aanpassen. Leen

Onze partners